5-10-2015, verslag “geschiedenisonderwijs en erfgoededucatie” door werkgroep Monument Gastarbeider (Afrikaanderplein) en werkgroep Slavernijmonument GVGT

Verslag workshop “geschiedenisonderwijs en erfgoededucatie” 5 oktober 2015

Dagvoorzitter Karima Bouchtaoui heet aanwezigen welkom. Initiatiefnemers Omer Hunkar Ilik (Vereniging DSB, tevens gastheer) en Harlow Brammerloo (St GVGT) benoemen de reden voor deze workshop: voor zowel de periode van “de gastarbeiders” als de periode van “slavernij en kolonialisme” geldt, dat die tijd niet vergeten mag worden. Om het heden te kunnen begrijpen, móet je kennis hebben van de geschiedenis. Deze workshop is een kennismaking tussen professionals, historici en onderwijs-mensen, en particulier initiatief dat zich inzet voor een meer diverse geschiedenisbeleving.

Omdat wethouder onderwijs Hugo de Jonge zich wegens drukte heeft verontschuldigd, geeft raadslid Nourdin El Ouali een toelichting op de motie “gedeeld verleden gezamenlijke toekomst”. De motie is erop gericht om een duidelijk probleem te helpen oplossen, namelijk dat informatie over de geschiedenis van diverse Rotterdammers niet te vinden is. Wanneer je als stad wil toewerken naar een gemeenschappelijke identiteit, dan moet je ervoor zorgen dat alle geschiedenissen bekend zijn, maar helaas zijn sommige geschiedenissen onderbelicht zoals die van de gastarbeiders tijdens de wederopbouw, de koloniale tijd en de slavernij. El Ouali waardeert dat groepen Rotterdammers zich een beetje strijdbaar opstellen richting de politiek en aandacht vragen voor de geschiedenis.

BLOK 1
Vertrekpunt van dit blok is de behoefte aan ‘verhaal’. Het Keti Koti festival is een voorbeeld van een evenement, dat wordt georganiseerd als een manier om geschiedenis door te vertellen. Kern is herkenning binnen de gemeenschap, de aansluiting bij tradities, en die vormen de basis voor het doorgeven aan de jongere generaties (binnen de gemeenschap) en naar andere stadgenoten.

Hoe spreek je met jongeren? Hoe betrek je jongeren, in deze multiculturele stad, bij de diverse geschiedenissen? De ouderwetse manier om “van boven af” een verhaal af te draaien en op te leggen, werkt dat nog? Moet je niet een andere methode hanteren? De taal van de jongeren spreken?

De behoefte aan “verhaal” mag niet worden onderschat (door de beleidmakers, de overheid). Neem de 1e generatie Indiegangers als voorbeeld: zij mochten hun verhaal niet vertellen, het kwam niet uit… , zij moest zwijgen, hun verhaal werd niet gehoord, lange tijd. De mentale schade die dit heeft veroorzaakt, “geknaag”, is onvoorstelbaar. Nu kun je zien, decennia later, dat de 3e generatie een enorme informatiebehoefte heeft. De jongere generatie is de vragende partij.

Mensen die zich actief inzetten om verhalen te vertellen bijv over Tweede Wereldoorlog, hebben dikwijls te maken met de situatie dat scholen zeggen geen tijd te hebben. De toegankelijkheid van het onderwijs is een issue hier. Zie Blok 2.

Omdat er vroeger, lange tijd, is gezwegen over deze moeilijke geschiedenissen, zijn er weinig getuigenissen. Het project spoorzoekers (landelijk) haakt in op dit probleem. Er is een tekort aan verhalen. Het project houdt in dat leerlingen van VO ouderen gaan interviewen en deze interviews worden bewaard in de archieven. Stadsarchief en Erasmiaans hebben dit in Rotterdam gedaan. Soortgelijke projecten zijn ook uitgevoerd door in opdracht van streekarchief interviews te gaan houden met 2e en 3e generatie gastarbeiders, om zodoende op zoek te gaan naar de verborgen verhalen, getuigenissen.

Herdenken heeft als doel mensen bewust maken van een bepaalde geschiedenis, mensen helpen om begrip te tonen voor de geschiedenis van stadgenoten. Eind deze maand wordt in Rotterdam een Indië-monument onthuld. In 2013 het slavernijmonument, en ook het monument voor de gastarbeider. Een herdenking, en een monument, dit betekent ongelooflijk veel voor de gemeenschap, want het is een “statement” in de publieke ruimte, het voelt als een erkenning. Het past helemaal in de strategie “doorbreek de stilte” zoals verwoord door Unesco-expert Dr Moussa Iye die in Rotterdam was.

Wat is de rol van de overheid bij herdenken? Enerzijds is de faciliterende rol van de overheid erg belangrijk. Zonder de steun van de overheid, dwz de aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders, stelt een herdenking weinig voor. Anderzijds heeft de overheid ook een eigen agenda, met als voorbeeld de herdenking van het koninkrijk, waar de gewone burger misschien weinig gevoel bij heeft.

Herdenken gaat ook over het onderzoeken van de historische feiten. Soms komen we erachter dat we erg weinig weten. Wat is er precies gebeurd? Hoe is het precies gegaan? Wat waren de feiten? Bij de kleine kring van historici zijn de feiten wel bekend, maar die kennis bereikt de gewone man moeilijk. Een documentaire via de televisie kan enorm veel betekenen. Dit roept de vraag op: wie bepalen de programma’s en onderzoeksbudgetten voor documentaires bij de publieke omroepen? De indruk bestaat dat er een verband bestaat tussen de (geringe) diversiteit van de beslissers op die plekken, en de keuze om aan bepaalde onderwerpen die pijnlijk zijn voor het historisch zelfbeeld van de Nederlanders minder belang te hechten en dus geen onderzoeksbudget te besteden. De maatschappelijke rol van de EUR wordt in één adem genoemd: er zou meer onderzoek moeten worden besteed.

Welke voorbeelden, van andere landen, zijn leerzaam voor Nederland, op het vlak van herdenken? Genoemd worden Jamaica en Martinique, twee Caraibische landen waar een stevig discours wordt gevoerd met de voormalige koloniale overheersers resp. Engeland en Frankrijk. Genoemd wordt Duitsland waar veel moeite is gedaan om de geschiedenis van de holocaust op een respectvolle en leerzame/zichtbare manier te beleven.

Zendelingenwerk. Dat is de realiteit voor degenen die zich actief inzetten voor het bepleiten van meer erkenning van de verborgen verhalen.

Stef Scagliola rondt Blok 1 af met een reflectie:
– goed nieuws, er is veel materiaal al ontwikkeld over verborgen geschiedenissen, ga dus niet opnieuw het wiel uitvinden en geld besteden aan nieuwe methodes enz. Voorbeelden “geschiedenis op maat” en “Rotterdam Was” (is door 30 scholen gebruikt).
– denk aan de gebruikers, voor wie doen we dit? Bij het uitdenken van projecten is het belangrijk dat de docenten op school worden ontlast.
– denk, bij het bepleiten van een specifieke geschiedenis, aan het grotere geheel. Probeer het eigen belang te formuleren als onderdeel van het grotere geheel. Voorbeelden, de discussies over het belang van / en de plek voor, het Indisch monument, het slavernijmonument: “waarom deze herdenking en waarom op deze plek?”
– bedenk, en deze boodschap is evenzeer gericht aan overheden, dat je een balans moet zoeken tussen enerzijds de “officiële” herdenkingen en geschiedenissen die op school worden onderwezen en publiekelijk worden herdacht, en anderzijds de geschiedenissen die thuis worden verteld door (groot)ouders aan de kinderen.
– een tip, als je méér onderzoek wil zien gebeuren, probeer dan eens te kijken of je sponsors kunt krijgen voor het stimuleren van meerjarig onderzoek door masterstudenten geschiedenis.
– maatschappelijke organisaties zijn onmisbaar voor het bevorderen van openheid en onderzoek naar pijnlijke geschiedenissen; bedenk dat de zachte en de activistische strategieën elkaar niet uitsluiten maar juist aanvullen; bedenk dat je voor een duurzame positie in dat maatschappelijke debat open moet staan voor het benoemen van problemen en gevoelige thema’s die ‘de andere partij’ (media) kan benoemen over jouw eigen gemeenschap.

BLOK 2
Vertrekpunt in dit blok is de professional, werkzaam in het onderwijs of een culturele instelling. Voor een schooldirecteur zijn er drie realiteiten:
– de belangrijkste is dat de kerndoelen leidend zijn voor het functioneren van de school als geheel; de hele organisatie is erop gericht om die kerndoelen te realiseren; en dit vraagt voor onderbouw en bovenbouw (en profielen) een eigen aanpak. Uiteraard zit geschiedenis al in bepaalde kerndoelen; deze materie is misschien te complex voor deze workshop.
– docenten die enthousiast een bepaald project trekken zijn onmisbaar, maar het is extra.
– derde spoor is “Leren loont” van de gemeente, waarmee een extra programma wordt aangeboden; dit is een uitstekend kader voor het aanbieden van onderwijs over geschiedenis en burgerschap.

Randvoorwaarde is (ook al genoemd in blok 1) dat docenten met dergelijke extra activiteiten worden ontlast. Scholen kunnen hun wensen kenbaar maken via SLO en FOKOR. Inspraak is er ook voor andere partijen, bijvoorbeeld voor de invulling van Leren Loont en de leerlijn cultureel erfgoed.

Voor oudere klassen wordt er naast het ‘kerndoel’ programma (waar een bepaalde mate van “moeten” achter zit) door meerdere scholen gebruik gemaakt van de talking stick methode. Zodoende komt de onderwerpkeuze uit de groep jongeren zelf. En wordt de wijsheid van de jongeren zelf aangeboord. Maar… Docenten vinden het soms moeilijk om controversiele (actuele) onderwerpen aan te snijden in de klas. Bijv. Charlie Hebdo. Lerarenopleidingen kunnen wellicht een ondersteunende rol spelen om docenten op dit punt bij te staan.

Professionals moeten werken met twee werkelijkheden: de traagheid van bureaucratieën, en je persoonlijke visie en inzet. Waar we mee te maken hebben is globalisering: wat betekent dat voor organisaties en voor jezelf als professional? Organisaties hebben de neiging traag te reageren; dit is enerzijds verklaarbaar want een curriculum verander je niet op 1 dag; anderzijds is het een raadsel waarom instituties wel graag “internationaal” willen zijn maar geen rekenschap willen geven aan de erfenis van Nederlanders in die internationale arena (gastarbeiders, kolonialisme, slavernij, Indie). UNESCO biedt onderwijsinstituties een prima kapstok om mee te werken in het curriculum. Ook de EUR zou nadrukkelijker haar maatschappelijke rol moeten zoeken in de stad.

Het vak ‘geschiedenis’ moeten we op een andere manier benaderen. Kinderen/ jongeren hebben niet zoveel met ‘geschiedenis’, maar zij staan zeer zeker open voor thema’s uit hun leefwereld. Methodes zoals de talking stick kunnen helpen om ingewikkelde thema’s die te maken hebben met geloof, recht, migratie, vluchtelingen enz te bespreken in de klas.

Essentieel is dat de school als institutie goed bewaakt, dat je een afspiegeling bent van de samenleving om je heen, in & voor de klas.

De reflectie ter afronding van Blok 2 is helaas vanwege de tijdsdruk zeer kort. Anne Marie Backes geeft de zaal terug dat er terecht veel is gesproken over het agenderen van verborgen verhalen, verborgen waarheden als behoefte, of maatschappelijke opdracht. Ze bepleit daarnaast oog voor de waarheidsvinding als mentaliteit, als houding, en als methode, want die is de onderliggende opdracht voor iedereen die met dit onderwerp bezig is.

Ter afronding van deze workshop geeft Wim Reijnierse een eerste snelle conclusie:
– de thematiek van verborgen geschiedenissen leeft, zowel bij particulier initiatief als instellingen
– deze kennismaking is warm en vraagt duidelijk om een vervolg
– er is al veel materiaal waarmee we dan aan de slag kunnen gaan.

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 5: Ahmed Aboutaleb

26-06-14_burgerzaal_50-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 5: Ahmed Aboutaleb

Oosterhoff: ik wil de burgemeester een paar vragen stellen. Burgemeester, kenmerk van het boek “Hoe diep zit de pijn?”waarvan u zojuist het eerste exemplaar heeft gekregen, is de emotie, de beleving van slavernij, de openhartige verhalen. Welke emotie roept de herdenking bij u op? Welk verhaal heeft u bij deze herdenking?

Aboutaleb: Als u het mij toestaat wil ik graag reageren op twee dingen die ik zojuist heb gehoord in het Rondetafelgesprek. Het begrip identiteit en racisme. Ik heb vandaag een column gepubliceerd in de krant Metro over het thema slavernij, herdenken en toekomst. Ik moet steeds denken, bij de discussie, aan een mevrouw in 1997 bij wie ik mocht logeren in de Mississippi, in een klein gehucht geheten Natchez. Ik was in 1997 in Amerika op uitnodiging om kennis te maken met de Amerikaanse samenleving en zo reisde ik van noord naar zuid, en van west naar oost, een geweldige kans. Ik mocht een programma samenstellen, van wat ik zou willen. Eén van mijn vragen was, is er nog iemand in leven die meegemaakt heeft, de eerste zwarte mensenrechtenbeweging in Amerika, in de Mississippi, met wie ik een paar dagen zou kunnen optrekken… Het was een heel oud vrouwtje, ik vermoed dat zij niet meer in leven is.

Zij vertelde me het indrukwekkende verhaal, dat zij in de jaren zestig (inderdaad dat is niet eens heel lang geleden), terwijl zij wist dat zij niet mocht stemmen, haar moed bij elkaar verzamelde om toch naar het stembureau te gaan. Ze vertelde hoe ze daar eerst werd weggestuurd, en toen zij toch bleef aandringen, de politie werd gebeld en hoe zij met de wapenstok was toegetakeld er zijn foto’s van die ook waren gepubliceerd in de lokale kranten. Je hoeft er weinig mens voor te zijn om hier vochtige ogen van te krijgen. Natchez ondervindt hier nog steeds de gevolgen van. Natchez is een omgeving met overwegend zwarte bevolking. Er zit één heel rijke club, de Cotton Club, en die deelt daar de lakens uit, maar de meerderheid, numeriek, in Natchez is zwart.  Maar de rechter is blank, de brandweer is blank, de politie is blank, de burgemeester is blank, alle gekozen organen zijn blank. Dus vraag ik aan mevrouw: Hoe is het mogelijk dat de zwarten, die numeriek in de meerderheid zijn, niet de macht in handen nemen? Dat kan toch? Voor alles moet je naar de stembus in amerika. En toen kwam deze mevrouw met het verhaal dat de mensen volstrekt apatisch zijn ten opzichte van het begrip overheid. Het vertrouwen in het begrip overheid heeft zo’n deuk opgelopen, generaties op generaties, dat de mensen nu uiteindelijk zeiden: neen laat maar. Zelfs in situaties waar zij numeriek de macht in handen konden krijgen.

Een van de deelnemers aan het Rondetafelgesprek zei “racisme is het negeren van verschil” ik hoop dat ik het juist heb geciteerd. Wel, was dat maar waar! Racisme gaat volgens mij veel dieper. Dat raakt het been. Bij het negeren van verschil kom je semantisch in de buurt van discriminatie en “onderscheid maken tussen…”. Of het niet onderscheid kunnen maken tussen… Maar racisme heeft er in de kern mee te maken om de ander, omdat die er anders uitziet, tegelijk ook de kwalificatie van minder te geven. Dat is het kleineren van mensen. En mensen op de knieën willen krijgen. Dat is erger dan alleen verschil niet willen zien. Dat is wat zo erg is aan racisme. En ik denk dat het heel belangrijk is om dat met elkaar te realiseren, als je streeft naar gelijkheid moet je eerst afrekenen met racisme en dan met discriminatie en wel in die volgorde,

Ik ben blij dat we vandaag kunnen herdenken. Ik snap wel dat er mensen zijn, die wat er gebeurd is in de slavernij heel vervelend vinden en zeggen, “laten we dit hoofdstuk maar afsluiten en naar de toekomst kijken”. Maar laten we heel eerlijk zijn: we laten toch ook de Tweede Wereldoorlog niet achter ons liggen onder het motto laten we naar de toekomst kijken?

Herdenken is heel belangrijk, van de Tweede Wereldoorlog. Wat er gebeurd is is heel belangrijk voor de slachtoffers van de tweede wereldoorlog, en dat we er lessen uit leren voor de toekomst is ook heel belangrijk. Wat er gebeurd is in de Jappenkampen, daarvan zeggen we ook niet, daarvan moeten we het herdenken stopzetten, Het is pas jaren 80 dat er in Den Haag een Indie-monument werd opgericht. En dat daarbij de slachtoffers van de Jappenkampen werden herdacht in aanwezigheid van het koninklijk huis. Het helpt niet om de gezamenlijke pijn te negeren. De gezamenlijke pijn moet je onderkennen dat die geweest is. En het mooiste zou zijn dat je daaruit de gezamenlijke kracht put om met elkaar verder te willen . dat is waar het bij herdenken over gaat. De pijn negeren zou een vergissing zijn.

Dan tenslotte het begrip identiteit. De spreker stelde de vraag of identiteit iets is wat je bent of de positie die je inneemt. Ik hoop dat ik goed citeer. Ik denk dat allebei waar kunnen zijn. Mag ik u een anekdote vertellen.  Ik had tot voor kort een sterke identiteit en wist precies wie ik was. Totdat ik ontnuchterd was door een meisje van ik denk 6 jaar. Niet zo lang geleden was ik op een school in Rotterdam West om politie-kits uit reiken aan de kinderen die door de politie waren opgeleid om op te letten op straat. Toen kwam een klein Marokkaanse meisje naar me toe, ik schat haar een jaar of 6, Toen vroeg ze “bent u burgemeester?”. Ik had mijn ambtsketen om dus ik zei ja…  “Bent u Marokkaan?” “Ik ben een Nederlander geboren in Marokko.” “O dan bent u geen burgemeester want de burgemeester is Marokkaans.” Toen dacht ik… ik weet het niet meer.

 

 

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 4: Teana Boston-Mammah

26-06-14_burgerzaal_42-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 4: Teana Boston-Mammah

Oosterhoff: de volgende spreker is Teana Boston-Mammah, ze is sociologe en opleider en projectontwikkelaar in het sociale domein met speciale aandacht voor gender-issues en diversiteit. Momenteel werkzaam als manager bij Formaat, de  werkplaats voor participatief drama.

Oosterhoff: Hoe vaak komt het voor dat mensen die oude labels gebruiken – of misbruiken – om niet in beweging te komen?

Boston-Mammah: Ik wil eerst uitleggen waar ik vandaan kom en zodoende ook kijk naar het verleden en vooral het slavernijverleden. Ik ben geboren in Sierra Leone, van daar ben ik naar Engeland gegaan en daarna hier naar Nederland. Ik heb dus al verschillende identiteiten gehad, dit is dus mijn derde. Ik begrijp aan den lijve hoe het is, om te gaan met deze problematiek, om te gaan met een verleden die heel pijnlijk is en die heel veel negatieve dingen met zich heeft gebracht. Ik vind het moeilijk als iemand zegt dat we deze dingen moeten loslaten. Die dingen zijn zo verweven met mijn identiteit als zwarte vrouw in een Europese samenleving, dat ik het heel moeilijk vind om die labels los te laten.

Bijvoorbeeld, als kind van 10 ging ik van een identiteit die wit was, naar een identiteit die zwart was. In Nederland had ik eerst een allochtoon-vrije identiteit, omdat ik toen engels sprak. Op het moment dat ik Nederlands begon te spreken, werd ik geconfronteerd met een hele bagage van een allochtone identiteit. Dat was voor mij ontzettend moeilijk, want die strijd had ik in Engeland al bevochten en ik dacht: “moet ik op deze leeftijd weer mijn identiteit bevechten? ik moet strijden om dingen voor elkaar te krijgen hier in Nederland!”. En die strijd zie ik terug in mijn trainingen. Ik werk al 15 jaar hier in Rotterdam met heel veel mensen, ik werk met vaders, met vrouwen, ik werk met jongeren.

Ik vind het altijd vreemd dat hier in Nederland niet gesproken mag worden over macht en racisme. Ik praat met heel veel mensen en die zeggen dan tegen mij: “Nee, In Nederland praten we niet over macht, we praten niet over racisme.” Hierover praten is erg moeilijk. Maar ik kwam uit een cultuur waarin  wel over deze zaken werd gesproken. Ik vraag daarom aan jongeren, hoe voelt dat nou om op die manier op te groeien? En de antwoorden kan ik in 4 categorieën vastleggen:

  1. Boosheid, een gevoel van miskenning, een gevoel dat je niet meedoet, dat je niet meetelt.
  2. Het is gewoon zo. Je hebt geleerd om het van je af te laten glijden, de wereld zit nu eenmaal zo in elkaar. Men zit niet te wachten op verhalen over diversiteit.
  3. Onverschilligheid, ik heb lak aan een witte maatschappij die zo naar mij neerkijkt.
  4. Bruggenbouwers, dat zijn groepen mensen die gedreven zijn door die vraag. Die zeggen: “ OK dat is geweest, OK ik krijg niet de herkenning die ik graag wil krijgen, dus wat ga ik doen? Ik ga andere mensen helpen om zich te weren en zich sterk te maken om alsnog dingen voor elkaar te krijgen in Nederland!”

En dat zijn de 4 types reacties die ik krijg.

Oosterhoff: en die bruggenbouwers zijn dat mensen die zich in verschillende netwerken bewegen en niet in de eigen kring blijven hangen?

Boston-Mammah: ja.

Ik heb  een onderzoek gedaan in de Afrikaanderwijk, dat heet “Schmoozing in Afrikaanderwijk”. Ik heb dat gedaan omdat ik wilde weten op welke manier communicatie werkt in een echt diverse omgeving. In de Afrikaanderwijk zijn 84% van de mensen van diverse afkomst, dus 16 % is wit en de 84% komt uit zeer verschillende achtergronden. Welke communicatiemodel pas je toe, hoe leg je verbanden, hoe maak je links tussen mensen? Ik heb  veel gedreven vrouwen ontmoet, die heel serieus die brugfunctie uitoefenen. En die brug is tussen hun achterban, de mensen die niet de tools hebben, niet de kennis en kunde hebben om mee te doen, en de instellingen. Bruggenbouwers hebben een  sterke visie op wat ze willen, ze zijn communicatief sterk, ze zijn gedreven om dingen op gang te zetten, ze hebben een verhaal en die willen ze heel graag vertellen. Bruggenbouwers zijn committed, commitment is heel erg belangrijk, ze gaan niet loslaten. Zij zijn ook flexibel, want als bijvoorbeeld een ambtenaar zegt “zo kan het niet”,  gaan zij nadenken “hoe kan het dan wel” en vinden ze een oplossing.

Bruggenbouwers weten wie ze zijn. Ze hebben een sterke identiteit. Bijvoorbeeld als ik denk aan de Turkse vrouwen in de Afrikaanderwijk, toen ik ze vroeg “waarom is het zo belangrijk dat jij met alle mensen in je portiek een praatje gaat houden? Waarom moet je iedereen kennen in de straat?”. Deze vrouwen beroepen zich op hun identiteit uit Turkije, waarin het kennen van de ander van belang is om te overleven.

Ik ga daarom  mee met het verhaal van Alex van Stipriaan, dat diversiteit  belangrijk is,  dat het  veel dingen met zich meebrengt en dat  veel dingen daarvan  positief zijn. En als we één ding moeten onthouden van de slavernij, is dat verschil ontzettend belangrijk is voor de vooruitgang van de mens. Anders gaan we gewoon achteruit, anders blijven we holmensen en dat is niet de bedoeling.

Oosterhoff: We hebben in dit rondetafelgesprek veel onderwerpen besproken. Tenslotte ik vraag u, voor de aanwezigen hier in de Burgerzaal, om een Praktisch advies die we allemaal kunnen toepassen, in werk, of in huis of op straat.

Van Stipriaan:  Het klinkt misschien een beetje zweverig, maar mijn advies is: iedere dag aan iemand vragen: hoe ziet de Rotterdammer eruit? Of algemener: Hoe ziet de Nederlander eruit?

Guadeloupe: Ik geef les aan de UvA en zie docenten in de zaal. Wat ik belangrijk vind als ik het heb over slavernij, is in de eerste plaats, we moeten de pijn van slavernij erkennen en dat er wrede dingen zijn gebeurd.  En  ook leren inzien, dat slavernij de voedingsbodem is van alle liberale waarden die we vandaag de dag hebben. Je zou  niet de waarden zoals  vrijheid van meningsuiting hebben, zolang  medemensen geketend zijn. Er bestaat een direct verband tussen. Zodra je slavernij aldus beschrijft als voeding van liberale waarden, dan  zijn die  niet meer “Westerse” waarden (tegenover andere waarden),  maar ze worden dan opeens universele waarden. Dan zijn het opeens waarden die allang bestaan. Dan bouw je zoiets als een multiculturele idee van samenleving.

Boston-Mammah: Tip luister naar verhalen. Kijk op TED naar de “The Danger of a single story” van Chimamanda Ngozi Adichie. Laat ook al je buren, kennissen, collega’s etc. er naar kijken.

 

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 3: Francio Guadeloupe

26-06-14_burgerzaal_38-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 3: Francio Guadeloupe

De volgende spreker is Francio Guadaloupe, antropoloog, publicist, docent aan de Universiteit van Amsterdam en… hij is ook opbouwwerker geweest in Rotterdam Zuid. In dit gesprek  zullen we meer gaan kijken naar de toekomst. Op welke manier kunnen we vorm geven aan die geschiedenis en dat herdenken.

Oosterhoff: Je hebt gewerkt als opbouwwerker in Rotterdam Zuid, een stadsdeel met veel sociale vraagstukken, zoals mensen proberen rond te komen, jongeren proberen hun school af te maken of een baan te vinden: Op welke manier speelt identiteit hierop een rol?

Guadeloupe: Ik denk dat identiteit een prominente rol speelt.  Je kan zeggen, identiteit is iets wat je bent, of identiteit is een positie die je kan innemen om bepaalde dingen te bereiken. Ik denk  –   als wetenschapper en opbouwwerker – dat het beter is om identiteit te zien als een positie die mensen innemen.

Daarnaast is het belangrijk om na te gaan: Wat willen mensen? Elke persoon wil zich ontplooien, zelf ontplooien. En om je te ontplooien is het van belang dat anderen je erkennen. Daarin heb je een aantal verhalen, herkenningsverhalen. Eén van die verhalen is dan je identiteit. Maar dan neem je een positie in, b.v. dan zeg je “Ik ben een Marron” of “Ik ben een  Surinamer, Marokkaan of Nederlander” en van daaruit wil ik handelen. Daarom is het belangrijk dat mensen leren om niet meteen te vragen “wat ben je?”, maar te vragen “wat wil je?’’ “wat ben je aan het doen?”. Het moment dat je deze twee vragen stelt, is het moment waarop het mogelijk is om een gesprek met elkaar te hebben.

Oosterhoff: je zegt identiteit is een positie innemen. Hoe doe je dat?

Guadeloupe: je kijkt naar datgene wat mensen doen. In Rotterdam Zuid waren vele jongens bezig met brassbands. Brassbands waren ontzettend populair. Wat ik zag, was dat deze jongens een ruimte voor zichzelf creëerden. Brassbands werd iets Rotterdams dat vele verschillende groepen konden waarderen. Dat is een manier om erkenning te vragen. En als we dan afstappen van alleen dat zwart/ wit denken, dan zag je  jongens van Kaapverdië, Suriname, Antillen of van diverse andere Afrikaanse landen, die kwamen en leerden elkaar kennen. Er ontstond een nieuwe  identiteit, een nieuwe positie en die positie was: ik wil goed brassband leren spelen. Daaruit kon je met ze gaan werken. Je zag dat veel van deze jongens ook graag bezig waren met sport. Veel van deze jongeren hebben een vluchtelingen achtergrond. Zij moeten allen met elkaar iets doen. Als je denkt in termen als zwart/ wit of allochtoon /autochtoon dan mis je datgene wat mensen doen. Ik denk dat het van belang is om te kijken naar wat mensen doen en van daaruit te werken.

Ik merkte,  – het gebeurde al in het Caribisch gebied en ik zie het nu ook hier gebeuren –  dat mensen gaan geloven in elkaars bovennatuurlijke krachten. Bijvoorbeeld,  je zag dat vele vrouwen bezig waren met relatieproblemen, met de vraag hoe zorg ik dat mijn man niet vreemd gaat. Men gaat met elkaar daarover praten en de ene noemt een Imam in Turkije en de andere kent een bonuman en die zou ook kunnen helpen. Dit zijn vormen van creolisering die in Nederland gaande zijnde en waarop je als welzijnswerker attent moet zijn. Je moet bewust zijn dat er – naast allerlei vormen van racisme –  ook positieve krachten aan het werk zijn en daar moet je je als welzijnswerker op richten. Je moet investeren in de nieuwe vormen van samen-leving die aan het ontstaan zijn.

Oosterhoff: In een eerder interview heeft u, naar aanleiding van het vraagstuk slavernijverleden en alles wat daarom heen speelt, gezegd dat de mensen van nu in discussies met anderen worden verblind door oude etiketten en labels waardoor we “de ander” niet meer zien als medemens. En dat we afscheid moeten nemen van al die oude benamingen en met nieuwe begrippen moeten komen om met elkaar de discussie te voeren. Wilt u uitleggen wat u daarmee precies bedoelde?

Guadeloupe: dat was een  gesprek over racisme. Er zijn verschillende definities van racisme. Ik zeg, racisme is het ontkennen van verschil. Zodra je het verschil ontkent,  zit je in racisme. En dan is de vervolgvraag: over welk  soort verschil gaat het? Het is het verschil dat je voor je hebt, het individu dat voor je is. Dat is wat racisme doet: het creëert een nieuwe soort gelijkheden. En dan heb je groepsdenken. Het moment dat je verschil niet ontkent, is het moment waarop je vraagt: Wat ben je aan het doen? Je kan ook vragen: waarvan ben je afkomstig? Vaker als ik met de jongeren werkte, merkte ik dat we hen niet vroegen  “Waar kom je vandaan?”,  maar “Waar ben je begonnen? En wat ben je verder aan het doen in het leven?”.

Cultuur wordt beleefd in een individu en als je daar begint en daar een gesprek mee voert dan kom je verder.Ik denk dat we iets moeten doen met die oude labels die we hebben geërfd.

Oosterhoff: wat is een voorbeeld van een oud label wat we hebben geërfd en waar we nog steeds mee werken?

Guadeloupe: een oud label is dat we nog steeds denken in “zwarten en witten”. Terwijl ik denk dat het veel zinniger is om te denken “ik heb te maken met iemand van Surinaamse afkomst – of van Antillaanse afkomst – “ en van daaruit het gesprek te voeren.

Oosterhoff: en nog een voorbeeld van zo’n oud label?

Guadeloupe: Ik heb een boek geschreven dat heet: “Adieu aan de nikkers, koelies en makambas”. Hierin stel ik dat niemand nikker of koelie genoemd wil worden, maar wel creool of hindoestaan. Waarom? En in hoeverre lijken deze begrippen op elkaar? Laten we daar de discussie over voeren. Laten we kijken of wij nog steeds bezig kunnen zijn met die oude labels, of laten we kijken of naar de hedendaagse praktijken, naar de vormen van levensstijlen die er ontstaan en van daaruit bezig zijn met beleid, bezig zijn met schrijven etc. En als mensen nog steeds bepaalde labels gebruiken,  gebruiken ze die labels omdat ze denken dat ze daarmee iets kunnen bewerkstelligen. Hoe kunnen we die mensen uitnodigen en zeggen “wat jij wil bewerkstelligen? Daar heb je die oude labels niet meer voor nodig! Je kunt dat wat je wil misschien op een andere manier bewerkstelligen.”

Oosterhoff: dus dat die oude labels overbodig worden.

Guadeloupe: precies.

 

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 2: Richard Price

26-06-14_burgerzaal_30-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 2: Richard Price

Onze volgende gast is net gearriveerd uit Parijs, hij is Richard Price, Amerikaans antropoloog en historicus, vooral bekend om zijn studies over het Caribisch gebied. Hij heeft vele boeken geschreven  over de Saamakas in Suriname.

Oosterhoff: You have spent since the sixties a lot of time with the Saamakas in Suriname and French Guyana.  You have written many books and articles about them and their culture. Can you explain to us the secret of your relationship with them?

Price: I think you should ask the Saamakas that question. My own brief answer would be: “Lespeki”, respect and a lot of patience, and allowing the time to build a relationship and a friendship over a half a century going on till today.  But mainly respect, the willingness to learn. My willingness to learn from them, which still continues. My greatest professors are Saamakas, not all of them, but some Saamakas.

Oosterhoff:  like Stipriaan told us, to have interest in the other person, to listen, to make it personal, that is the secret to a good relationship.

Price: It’s not a secret.

Oosterhoff: Can you tell us why you decided to share your life with the Saamakas in Suriname. What was the reason?

Price: The reason at the beginning was academic. I was interested in the African diaspora, what happened to those enslaved Africans brought to the Americas, from Canada down to the tip of South America. In thinking where to go, because anthropologists in those days went “somewhere else” for a couple of years, we (Sally and me) thought that the Maroons in Suriname (Saamakas and others) had the chance and had taken the chance, first to rebel, then to create a new society, to build new languages, religions, ways of life relatively independent from their Dutch masters. In some ways they represent an extreme among the developing   Afro-American societies and cultures. They seem to be those that had the most freedom. They took that freedom  and they are very proud of that. That is why, the emancipation from slavery or Keti Koti means so little to them. They took that freedom themselves,one-hundred years before the Dutch emancipated the rest of the African slaves.

Oosterhoff: about the commemorating. Can you compare in an international perspective the way the Dutch commemorate the abolition of slavery with the way other countries do, in Europe, USA and the Caribbean and Latin America.

Price: That is a very large question. I want to stress that slavery didn’t end a long, long time ago, it was only yesterday. I have met Americans whose parents were slaves before 1862. I want to read to you a short transcript of what an older black professor said on the radio not so long ago.

My name is Tonia Stewart. When I was a little girl, about 5 or 6 six years old, I used to sit on the porch in the Mississippi Delta. I listened to my Papa Dallas. He was blind and he had these ugly scars around his eyes. So one day I asked him about those eyes. “Well daughter, when I was young, about your age, I used to sit  under the big oak tree and tried to learn my alphabet so that I could read my Bible. But one day the overseer caught me and took me out to the plantation and he called out for all the fieldhands. And he told them: Let this be a lesson to all you darkies, you ain’t got the right to learn to read. And then, daughter, he whipped me and whipped me and if that wasn’t enough he turned around and burned my eyes out.’ At that moment I began to cry, the tears pouring out of my eyes. But then he cautioned me: Don’t you cry for me, daughter, but promise that you will pick up every book you can and read it cover to cover. You see, daughter, today nobody is going to whip you or burn your eyes out because you want to read. Promise me that you will go to school and go as far as you can in your schooling. I want you to promise me that you will tell all the children my story.”

 I think that is the reason we are here today. For many people, for many black people in the Americas, this is the reason why we have to remember. On the other hand there are a large number of black people in the Americas who find slavery so painful that they feel we should not be holding this kind of occassion, that it is something personal to remember but that it is not for the government or municipality to do that. Some black Americans would say it is not for the mayor of Rotterdam to do this at all. It is our history, not your history.

As Alex was saying, there are very divergent opinions. There are other places in the Americas, in the diaspora, like the Dominican Republic or Puerto Rico, where there are a lot of people whom in the USA or the Netherlands would be considered “black” and if they were here they would consider themselves black. But in the Dominican Republic or Puerto Rico they don’t. As a matter of fact until very recently if you were black in the Dominican Republic, your passport would say that either you were an “indio” (an Indian) or “trigueño” (wheat-coloured). You could not say that you were black. After a long struggle, now you finally can have that put in your passport. But for a long time that identity was not permitted because, as in Brazi,l there is a myth of racial democracy. As if racism doesn’t exist. But anyone that knows these countries on a daily level, knows that if you are black you are likely to be poor and less well-educated and that if you are white you have many more privileges. It is a way to mask racism.

So if one were to talk about the different kinds of commemmoration in different parts of the Americas it would be a long and very complicated discussion. But here, today, we should not forget the words of Papa Dallas.

Oosterhoff: I want to turn now to your latest book Rainforest Warriors. In this book you explain the struggle of the Saamaka to take their case to the Interamerican Court for Human Rights and ask for protection of their lands against the gold and timber companies. Can you tell us what this is about and what the situation is now?

Price: the Saamaaka people, around 90.000 people nowadays, whose territory is up the Suriname River from Paramaribo, have had their human rights violated three main times. One was when they were taken from Africa, enslaved and brought to Suriname. The second time was in 1962, when Alcoa, the American Aluminium Company and the Dutch Colonial Government built the Afobaka dam and flooded half the Saamakas’ territory. They flooded out 6000 people and forced them to move, without asking their permission or discussing it with them. And then in the 1990’s the independent government of Suriname (at that time the Venetiaan government, but the same policy has been continued by the Bouterse government) began selling off the interior of Suriname, granting concessions to multinational timber companies for logging and to multinational gold companies for mining, in the territories where the Saamakas and other groups live.

In 1997, a Saamaka woman went into her peanut garden and saw Chinese men on bulldozers driving through her garden, with the Suriname army protecting the Chinese. When the captain of the village went to ask what was going on, he was told that this land now belonged to the Chinese, legally. The Suriname government had sold it to the Chinese. So this is not yours anymore, even though the Saamakas had been living there for 300 years. They were told, “this is now for the Chinese and if you complain you will be put in jail in Paramaribo.”

So the Saamakas organised themselves over a period of years and they seized international human rights laws, and in 2000/2001 they approached the Inter=American Commission of Human Rights in Washinton D.C. to bring a complaint against the government of Suriname. And after 7 years of petitions and  complaints against the government of Suriname, the Commission decided the case was important enough to bring to the Inter-American Court of Human Rights, that sits in San Jose, Costa Rica. During this period I helped the Saamakas put together their petitions. The Saamakas had a lawyer but also they organised themselves very well. The leaders of the community travelled all over the region informing the Saamakas about the lawsuit. Eventually the Court called everyone together in Costa Rica There were about a dozen representatives from Suriname, the Attorney General came and other high officials, a number of Suriname lawyers, the Saamakas and their lawyers, the Saamaka Gaama ( the chief of the Saamakas), Mrs. Price was there and the Inter=American Commiission came too. There were 2 days of hearings and after 6 months the Court rendered its judgement, The Saamaka Vonnis of 2007.

What they said was that:

  1. Suriname had to recognise the Saamaka people as a judicial personality. That is, the Saamakas had a right to sue and the right to own things collectively, they were like a person before the law which was not true in the Suriname constitution. Suriname would have to change its laws to recognize the Saamaka People and this also held for the other Maroons and AmerIndians who live in Suriname.
  2. They said that the Saamakas owned the land they had lived on for over 300 years. The Saamakas had made a map and the Court said that this map was going to be the official map to describe the Saamaka territory. Then they said that within that territory the Saamakas have the right to decide whether or not they want various government projects to take place. If the government wants to build a mine, or a road, the Saamaka have the right to give their free, prior, and informed consent. But if they say no, the government can not carry out the project.. And if they say yes, they have the right to share in the benefits.
  3. There were a number of other things the Court decided in favor of the Saamaka People. They established a fund of $ 650.000 run by the Saamakas that they could employ for their own communal purposes. I was very honoured that the first thing that the Saamakas decided to do was they asked Sally and me to translate into the Saamaka language a book of mine called “First Time,” which is about the Samaakas’ early history and their struggle against the Dutch and their freedom from the Dutch in 1762, one hundred years earlier than the rest of the Suriname slaves were freed.. This book will come out in September 2013 and is called “Fesiten”. The Saamakas have agreed to buy 3000 copies to give to all the schoolchildren in Saamaka land so that their early history is never forgotten, so that their ancestors’ slavery will not be forgotten and their heroic victories in the wars will not be forgotten.

Oosterhoff: Thank you Mr. Price. Mr Price heeft menige boeken geschreven waarvan een aantal ook vertaald is in het Nederlands.

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 1: Alex van Stipriaan

26-06-14_burgerzaal_26-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 1: Alex van Stipriaan

Historicus, conservator Latijns Amerika en Caribisch gebied in het Tropen museum. Professor Caribische geschiedenis aan Erasmus Universiteit.

Studie Suriname in de 17de tot 19de eeuw

Oosterhoff: Wat is voor u de essentie van dat herdenken van afschaffing de slavernij?

Stipriaan: Voor mij zitten aan dat herdenken meerdere aspecten. Ten eerste dat je de Afrikaanse voorouders herdenkt en gedenkt, die hun eigen leven hebben moeten geven voor de welvaart van dit land. Dat we hier kunnen zitten, is aan hun bloed en zweet en leven te danken.

Ten tweede dat je de mensen herdenkt en gedenkt die  tegen slavernij in opstand zijn gekomen.  Op alle mogelijke gebieden en door de eeuwen heen zijn er mensen in verzet gekomen tegen dit onrecht en dit regime, en dat herdenk je op zo’n moment ook.Ik denk ook laten we  niet meer bang zijn voor verschil, maar laten we van verschil houden.

Oosterhoff: en wat bedoelt u met dat laatste? Welk verschil doelt u op en waar zijn we bang voor, met elkaar?

Stipriaan: Het systeem van slavernij is  sterk gebaseerd op apartheid en racisme. Eén van de erfenissen van het systeem anno nu is dat we er nog niet vanaf zijn. Dat we nog steeds raciaal denken, of denken in verschillen waar we meteen kaartjes aan hangen van kwaliteitsverschil. En ik denk juist: dat verschil is fantastisch als je dat kwaliteitsverschil er niet aan hangt. Ik denk “we zijn allemaal gelijk” en laten we dat verschil vooral vasthouden en vieren.

Oosterhoff: Dus verschil vieren, en niet benadrukken in negatieve bewoordingen. Het motto van vandaag is “Onze geschiedenis”. Hoe moeten we de term “onze” plaatsen als we uitgaan van een geschiedenis van slachtoffers en daders?

Stipriaan: Ik vind het absoluut “onze” geschiedenis. Want het is een geschiedenis waar Nederland mee te maken heeft, waar mensen die in dit land wonen mee te maken hebben. Dus als je dit land accepteert als jouw land – wat je voorgeschiedenis ook is – , dan is dit “onze” geschiedenis. Dat betekent niet dat we allemaal hetzelfde verhaal vertellen. Als we het hebben over het Nederlandse voetbal, dan vertelt de één het verhaal van Feijenoord en de andere het verhaal van Ajax, maar we hebben het wel over het Nederlands voetbal. Dit is wel een heel oneerbiedige vergelijking – daar ben ik me van bewust – , maar het is toch wel wat ik probeer te zeggen. Er zijn heel veel verschillende perspectieven op die geschiedenis, er zijn heel veel verschillende verhalen, maar het is wel wat we met elkaar delen en wat we aan elkaar moeten vertellen. En waar we met elkaar naar moeten luisteren.

Oosterhoff: We moeten meer naar elkaar luisteren en elkaar veel meer bevragen over die geschiedenis?

Stipriaan: ja en dat gebeurt nog veel te weinig. Ik vind het één van de erfenissen van dat slavernijverleden, van dat koloniale verleden, dat het een  erg witte erfenis is om niet te luisteren. Om meteen een mening klaar te hebben. Als je hoort van “laten we ophouden over die geschiedenis en laten we kijken naar de toekomst”, dan zijn dat meestal witte mensen die dat zeggen en zij zouden eigenlijk de laatsten moeten zijn. Beetje bescheidenheid, een beetje stil zijn en luisteren en vragen, dat zou een stuk gepaster zijn.

Daarnaast refereerde u aan het verhaal van daderschap en slachtofferschap, ja dat is een deel van die geschiedenis. Maar ik vind dat als je geschiedenis echt dichtbij wil brengen, echt wil maken tot iets van mensen, dan moet je kijken naar alles wat zich tussen de twee extremen in bevindt. Want een geschiedenis bestaat niet alleen uit boeven en helden, good guys and bad guys, maar een heleboel daar tussen in. Sommige helden zijn ook  boeven geweest, en omgekeerd. Daarmee wil ik niet alle narigheid van de geschiedenis relativeren, maar als je de geschiedenis wil begrijpen, dan moet je het vermenselijken. Geschiedenis moet je proberen heel dichtbij brengen. Hoe zou ik in die geschiedenis staan?

Ik ben bijvoorbeeld van  veel van mijn helden méér gaan houden toen ik hun fouten zag. Bijvoorbeeld Martin Luther King.  Van hem ben ik meer van gaan houden toen ik begreep dat hij geen goede vader en echtgenoot was; hierdoor werd hij een mens en geen god. Dat moeten we hier ook proberen. Als we blijven zitten in schema’s van helden en boeven dan zullen we niet veel verder komen.

Oosterhoff: Luisteren naar elkaar, bevraag elkaar, maak het menselijk. U gaf al aan dat we te weinig met elkaar praten over geschiedenis. We hebben twee weken terug hier in Rotterdam het slavernijmonument onthuld. In 2002 is het nationale slavernijmonument onthuld. Ziet u sinds 2002  een verandering in Nederland, in dat gesprek, in dat debat, hoe wij er misschien ook in het onderwijs ermee omgaan, of is het nog steeds te weinig?

Stipriaan: Dat zijn twee vragen in één. Zie ik verandering?: Ja. Is het te weinig?: Ja.

Er is veel veranderd. Als je nu nog in Nederland met droge ogen durft te zeggen “ik heb er nog nooit van gehoord”, dan heb je de afgelopen 10 jaar niet goed opgelet. Want er zijn zoveel boeken geschreven, zoveel documentaires op televisie geweest, er zijn twee televisieseries geweest, waarvan nu één weer herhaald wordt. Wat je er ook van mag vinden…., maar je kan niet zeggen “Ich habe es nicht gewusst”.

Dat is één ding; aan de andere kant: is dat genoeg? Nee nog lang niet. Ik had net twee uur geleden een journaliste van RTL4 Nieuws aan de telefoon. Zij wilde rond 1 juli “er iets mee gaan doen” en ze zei: ”ik heb er nog nooit bij stil gestaan”. Daar word ik zo koud van, een journalist van het RTL 4 nieuwsjournaal die er niks van weet… Dat is treurig, dat is heel erg. Dan heeft ze inderdaad niet goed opgelet, maar dan moeten we nog veel meer ons best doen.

Als ik nog een ander voorbeeld kan geven. Er is geen onderwijsmethode meer waarin slavernij niet genoemd wordt. Maar het gaat wel om de manier waarop. Ik las een stukje in de nieuwste methode van Memo – één van de bekendste schoolboeken – en daar wordt in het stuk over slavenhandel en slavernij alleen het woord ‘slaaf” genoemd, nooit het woord “mens”, niet eens “Afrikaan”. Ja, dan sta je nog heel ver van het menselijk verhaal af. Vermenselijken moeten we veel meer gaan doen. Veel meer gaan begrijpen van de geschiedenis en niet meer abstraheren, van ver weg en toen. Nee het is ook het hier en nu.

Oosterhoff: we zijn er al mee begonnen, maar er van nog veel te doen ook in het onderwijs.

 

De toekomst van ons slavernijverleden

logo-b12
De toekomst van ons slavernijverleden

 

Op 16 juni werd op de Lloydpier in een kleurrijk gezelschap een monument onthuld ter nagedachtenis aan de zwarte slavernij. Het beeld van kunstenaar Alex da Silva legt een accent op de pijn van de slavernij en de sprong naar de vrijheid.

Door Dirk Monsma

De locatie aan de Maas kent dat verleden maar al te goed. Initiatiefnemer en PvdA-raadslid Peggy Wijntuin en andere sprekers zoals vo-docent Shery Apostel noemen het monument een inspiratiebron voor de toekomst. Hoe gaat deze plek blijvend een verhaal vertellen aan nieuwe generaties Rotterdammers die steeds verder af komen te staan van deze zwarte bladzijde in de
geschiedenis?

Boom van de vrijheid
‘Zieke en opstandige slaven wierpen ze hier in de rivier voor de krokodillen’. Twee jongens wijzen naar het snelstromende water van de Gambia rivier. Ze zitten op een stoepje in de schaduw van een stenen gebouw onder de Afrikaanse zon. Ik ben op vakantie.

‘Dit pakhuis diende als overslag van gezonde slaven. Van hier voeren de Afrikaanse zwarten vastgeketend de oceaan over’. JanJan–Bureh Iland ligt als een kano in de Gambia rivier. Meer dan een half miljoen Afrikanen werden door Nederlandse kooplui vanaf de 17e eeuw naar de Caraïben en Suriname verscheept om ingezet te worden op plantages voor tabak, suiker en later ook koffie. Deze producten vulden de ruimen van de zeilboten van Cariben op weg naar Nederland. Met potten, wapens en drank voeren de schepen weer naar West Afrika. Voor Hollandse regenten een gouden driehoek.

Met een mengeling van trots en ernst brengen deze jongens uit het dorp JanJan-Bureh het verhaal over de zwarte slavernij naar het heden. Als vermaak voor de handelaren mochten slaven naar een ‘boom van de vrijheid’ hollen terwijl de witte mannen dat schietend probeerden te voorkomen. De enkele gelukkige die het haalde was vrij.

Betekenis van een naam
Een half jaar later ontmoet ik de drieëntwintigjarige Rotterdamse Nyanga Weder. Zij zit in de collegebanken op de Erasmus Universiteit als ik daar als gast een serie colleges geef over cultuureducatie. Mijn vragen gingen over de eerste herinneringen aan hun ervaringen met kunst. Nyanga vertelde dat ze een bewegelijk kind was en dol op muziek en dans. Vanaf haar derde
mocht ze op klassiek ballet. Maar bij een uitvoering in het Zuidplein Theater werd ze opgemaakt met rode lippen en blauwe oogschaduw. ‘Als het enige donkere meisje had ik door dat de make-up er bij mij heel erg anders uit zag dan bij de blanke meisjes. Dit ballet was niets voor mij, wist ik toen en ik stopte.’

De oma van de oma van Nyanga heeft de slavernij zelf meegemaakt. Zo dichtbij is dat voor haar. ‘Ik voel pijn als ik aan dit onderwerp denk, niet alleen vanwege het verleden, maar juist omdat het gaat over de problemen van zwarte jongeren van nu in de Nederlandse samenleving. Tijdens mijn Vwo schooltijd geschiedenis vond ik het raar dat er niks over die periode werd verteld. Ik denk dat het goed zou zijn als er in het onderwijs aandacht zou worden besteed aan hoe wij zwarte jongeren in deze samenleving terecht zijn gekomen. Een soort erkenning voor wat er is gebeurd. Niet dat ik mijzelf ongewenst voel, maar dat helpt bij het creëren van wederzijds begrip. Vooral ook omdat ik de erfenis van de slavernij terug zie in het leven van alledag.
Denk aan de achternamen die verwijzen naar de slavenmeesters op de plantages: Eersteling, Pastoor, Vrede en Wijntuin. In veel families geldt nog steeds: hoe lichter je bent hoe beter. En de meerderheid van de Creoolse vrouwen durft niet met haar eigen haar over straat. Met steil haar voelen ze zich wellicht net Beyoncé.

De onthulling
Op zondag 16 juni herdenkt Rotterdam de afschaffing van de slavernij van honderdvijftig jaar geleden met de onthulling van een monument op de Lloydpier in Delfshaven. Kade en Maas sluimeren in de zon. Hier legden de zeilschepen aan. Sommige voeren voorbij naar de Boompjes, waar het kantoor van de slavenhandelsfirma Coopstad & Rochussen stond. Initiatiefneemster Peggy Wijntuin en Minister Plasterk benadrukken de noodzaak van het monument voor het gezamenlijk optrekken van de verschillende groepen in de Rotterdamse samenleving. Vertegenwoordigers van alle leeftijds- en alle bevolkingsgroepen van Rotterdam komen aan het woord.

Docent uit het voortgezet onderwijs Shery Apostel is een van de vele sprekers. ‘Het feit dat wij driehonderd jaar lang geknecht zijn geweest door de witte man, is niet alleen mensonterend voor de ‘tot slaaf gemaakten’, maar geeft ook aan dat de moraliteit in die tijd in de Westerse beschaving ver te zoeken was. Het is jammer dat de ex-kolonisator na 150 jaar zich nog altijd niet verontschuldigd heeft en de lippen stijf op elkaar houdt.’ Een Marokkaanse jongen vertelt dat voor hem het begrip ‘slavernij’ eigenlijk tot nu toe geen betekenis had, ook al is hij Afrikaan. Na het Surinaams volkslied glijdt het doek van het beeld van kunstenaar Alex da Siva.

Kinderen van slavenhouders
‘Die Marokkaanse jongen weet waarschijnlijk niet dat de Arabieren al even grote slavenhandelaren waren als de handelaren uit het Westen’, vertelt voorzitter Carlos Gonçalves van het dagelijks bestuur in Delfshaven mij een paar weken later op zijn werkkamer. ’En hij heeft zich kennelijk nog nooit afgevraagd waar die donkere mensen in Marokko vandaan komen. Wij Kaapverdianen zijn de nazaten van kinderen, geboren uit relaties van slavenhouders en slaven. Kaapverdianen zijn zelf nooit slaven geweest, want deze kinderen werden niet verkocht.’ Dat verklaart de andere houding van Kaapverdianen tegen over de slavernij. Zo is er geen nationale feestdag die verwijst naar
de afschaffing van de slavernij. Hun bevrijding kwam pas in 1975 toen de dictatuur in Portugal instortte. Rotterdam was tot dat jaar een uitwijkhaven voor het verzet, wat de omvang van meer dan twintig duizend Kaapverdianen verklaart. ‘De geschiedenis van de slavernij is verschrikkelijk. Tegelijkertijd heeft het ons voorgebracht. Kaapverdianen zijn net als
Caraïbanen en Surinamers vaak een mix met een sterke cultuur’, legt Carlos uit.

Omdat cultuuruitingen als muziek en dans verboden waren in de tijd van de Portugese overheersers, werden ze de uitingen van het verzet. Ze bepalen nog steeds onze identiteit! Daarmee konden wij ons zelf definiëren als volk. ‘Het monument betekent voor mij een gedeeld verleden en een gedeelde toekomst’.

Op 1 juli was ik op de Mullerpier met een klein gemengd gezelschap van twintig mensen en toen werd de Keti Koti ceremonie gevierd. Keti Koti betekent ‘gebroken ketenen’. Dat gaan we zeker de komende jaren verder uitbouwen.’

Gedeeld verleden
‘De Surinaams gemeenschap gaf mij enkele jaren geleden een erefunctie rond Keti Koti en dat wilde ik inhoud geven’, vertelt Peggy Wijntuin als we op een muurtje plaats nemen met uitzicht op het beeld. Drie en een half jaar geleden verzamelde zij rond de drieduizend handtekeningen als steun voor een aandenken. De toenmalige Wethouder van Cultuur gaf daarop het fiat om verdere stappen te zetten. ‘Heb je het beeld wel goed bekeken?’ vraagt ze. ‘Het zijn vier dansende figuren op muzieknoten. Drie figuren zijn geketend en een staat los’.

Voor Peggy staat de ontketening symbool voor de vrijheid en de toekomst van alle Rotterdammers. ‘Ik persoonlijk’, benadrukt ze, ‘vindt de erkenning van een gedeeld verleden belangrijk. Het is kwetsend als mensen dat ontkennen. Haar moeder is opgevoed door haar grootmoeder, die de vrijheid kreeg toen de slavernij werd afgeschaft. ‘Het woord excuus is voor mij van minder belang, maar stop ons verleden niet weg. Ik vind dat er in het onderwijs meer gepraat moet worden over het slavernijverleden’.

Er zijn nu initiatieven om hier iedere 1 juli Keti Koti te vieren, zo houden we de discussie over het moeilijke onderwerp gaande. ‘Wandel nog even mee, zegt ze, laten we nog even naar de tekst kijken voor op het beeld. ‘Het lichaam dat slaaf is vertrekt, de ziel die vrij is vertrekt’. Kijk zegt ze:’ Slavernij tegen over vrijheid, daar gaat het om’.

Eigen ruimte
Als Peggy afscheid neemt, blijf ik nog even zitten bij het monument. Kijkend over het water denk ik terug aan de twee jongens van het dorp JanJan-Bureh aan de Gambia rivier. In hoeverre begrijpen jonge mensen die hier langslopen de betekenis van het monument? vraag ik mij af. Er is geen enkele vorm van uitleg over ons slavernijverleden.

Daarom zal het beeld vooral grote waarde hebben voor de nazaten van de slavernij uit Rotterdam. Zo claimen zij hun eigen ruimte voor hun eigen viering van Keti Koti. De gemeenschap zal de ceremonie zeker hier laten plaats vinden.

Voor de erkenning van een gedeeld verleden en een gedeelde toekomst is echter meer nodig. Ik mis mijn twee trotse Gambianen met hun uitleg.

Bron:
PUNTKOMMA
kunst en Cultuur in Rotterdam

www.puntkomma.org
http://www.puntkomma.org/de-toekomst-van-ons-slavernijverleden/

Blog #3: Maayke de Vries – Standplaats Seattle – Een niet alledaagse geschiedenisdocent

blog3-small

De jazz klanken die uit het klaslokaal van Mr. Snead komen, zijn al vanaf een afstand te horen. Een geschiedenisles begint steevast met een paar minuten rustgevende Jazz muziek. Muziek is veelbetekenend voor Mr. Snead, zodoende wordt er altijd Jazz of Blues gedraaid als we in de auto op weg naar huis zitten. Zijn lievelingsnummer is “Man in the Mirror” van Micheal Jackson, omdat je eerst goed naar jezelf moet kijken voordat je over een ander oordeelt . Met veel passie geeft Mr. Snead geschiedenis op een middelbare school in Seattle. Hij doceert op een geheel eigen manier. Zo is het klaslokaal volgeplakt met foto’s van beroemde en enigszins controversiële figuren uit de mondiale geschiedenis, zoals Joseph Stalin en Osama Bin Laden. Daarnaast vooral foto’s van bekende en minder bekende Afro-Amerikanen die een rol hebben gespeeld bij het bevechten van de raciale ongelijkheid, voorbeelden zijn Jackie Robinson en Ida B. Wells.

Tijdens zijn eigen schooltijd was Mr. Snead een fanatieke en talentvolle basketbalspeler, daarna coachte hij jeugdspelers. Basketbal heeft een belangrijke rol gespeeld in het pad naar docentschap. Begin jaren tachtig verhuisde Mr. Snead naar Seattle, ook hier speelde hij op een hoog niveau basketbal. Na een basketbalwedstrijd vertelde een medewerker van de Washington University over de mogelijkheid – voor Mr. Snead – om in aanmerking te komen voor een beurs; op die manier haalde hij een Bachelor’s in Politieke Wetenschappen. Jaren later werd Mr. Snead benaderd door een directeur van een middelbare school. Zij zag de prettige manier waarop Mr. Snead, als basketbalcoach, de kinderen motiveerde. De schooldirecteur moedigde hem aan om een docentbevoegdheid te halen. Ook bood zij Mr. Snead zijn eerste baan aan als geschiedenisdocent. Dit was een goede beslissing, want de studenten beleven veel plezier aan zijn lessen. Bij Mr. Snead gaan autoriteit en vriendschappelijkheid hand in hand. Studenten hebben dan ook leuke anekdotes.

Studenten beschrijven een les bij Mr. Snead als interessant en extreem grappig. Daarnaast is het duidelijk voor de studenten dat de docent om hen geeft. Een student vertelde over zijn ervaring met Mr. Snead:

“Er was nooit een saai moment in die les, het was altijd interessant en grappig. Het was anders dan andere klassen, omdat de informatie altijd relevant was. Hij zorgde ervoor dat je je niet kapot verveelde. Meestal doceerden docenten door middel van feiten, maar Mr. Snead voegde een laag toe, namelijk emotie. Dat zorgde ervoor dat het niet zo onmenselijk werd, hij maakte de materie levend. […] Mr. Snead doceerde over de strijd die black people aan moesten gaan. Hij bracht emotie toe aan het onderwerp zodat je kon meeleven met hun strijd, in plaats van het opnoemen dat black people dit of dat deden. Hij zorgde ervoor dat het betekenisvol werd, omdat hij niet alleen feiten naar je hoofd gooide.”

Slavernij

Een belangrijk onderwerp in de Amerikaanse geschiedenislessen is het onderwerp slavernij. Een essentieel verschil tussen Nederland en Amerika is dat er in Amerika een burgeroorlog nodig was om slavernij af te schaffen. De tot slaaf gemaakten waren een onderdeel van de samenleving in Amerika, terwijl in Nederland de horror van slavernij zich afspeelden in kolonies ver weg. Met twee van mijn klassen heb ik een mini-onderzoek uitgevoerd naar wat leerlingen weten over slavernij in een globale context. Door middel van een enquête vroeg ik zestig studenten naar het verschil tussen slavernij in Amerika en Europa. Deze bevraging liet duidelijk zien dat studenten bewust zijn van het feit dat slavernij voor Nederland in de koloniën afspeelde en dus “anders” was dan in Amerika. Verder wisten de meeste studenten dat het Verenigd Koninkrijk slavernij eerder afschafte dan Nederland en dat er in Europese landen geen burgeroorlog plaatsvond om de afschaffing te verwezenlijken. Echter de studenten benoemden de revolutie in Haïti als een andere burgeroorlog die gevochten werd om de afschaffing van de slavernij te realiseren. Daarnaast benadrukten de studenten in hun opmerkingen dat slavernij wellicht officieel was afgeschaft, maar dat er nog steeds veel mensen in gelijke condities leven op het platteland in ontwikkelingslanden.

Welk verhaal de studenten leren over slavernij en de afschaffing hangt grotendeels af van verhaal dat de docent hen aanleert. Tijdens het gesprek met Mr. Snead werd duidelijk dat hij het initiatief, voor het tot stand komen van de afschaffing van de slavernij, legt bij de vrouwen en mannen die tot slaaf gemaakt waren en in opstand kwamen tegen de onmenselijke manier waarop zij behandeld werden:

“In de meer dan 300 jaar dat black folks als slaaf werden gezien, is er veel gebeurd. Één van de eerste dingen die ik mijn studenten vertel is dat: “there were some black men out there who wouldn’t go and take that shit.” Één van deze mannen was Nat Turner [MdV: Nat Turner organiseerde in 1831 een slavenopstand in Virginia.] […] Ik laat hen absoluut weten dat black men en ook black women in opstand kwamen. […] Zij wilden geen slavernij: ze haatten het. Daarna bespreek ik John Brown. Hij was een witte man die zijn tijd ver vooruit was.” [MdV: John Brown was een witte abolitionist die het plan had een overval te plegen op een federale wapenopslag, vervolgens wilde hij deze wapens verdelen over de tot slaaf gemaakten. Brown werd opgepakt voordat hij iets had kunnen bereiken en later ter dood veroordeeld.]

Een student illustreerde de aanpak van Mr. Snead door te vertellen over de waarde die gehecht werd aan het boek “De hut van oom Tom”: “Mr Snead vertelde over het boek “De hut van oom Tom”. […] Hij zei dat het een grote impact had en dat we het allemaal zouden moeten lezen. Mr. Snead moedigde het lezen van boeken aan, hij leende het boek zelfs aan mij uit en dat heeft mij erg geholpen dit jaar.” Mr. Snead noemt zijn studenten kinfolk en vertelt zijn studenten keer op keer dat hij om ze geeft en hoe awesome ze allemaal zijn gedurende zijn lessen. Een student herinnerde zich de keer dat Mr. Snead geen toestemming had gekregen om de film “12 Years a Slave” te laten zien aan zijn klassen, vervolgens leende Mr. Snead kopieën van het boek uit aan de studenten.

Als laatste wilde ik nog graag weten wat volgens Eddie Mack Snead het belang is van geschiedenisonderwijs, en hij antwoordde met het volgende: “As cliché as it may sound, they say if you don’t know your history, you might as well repeat it, and that is so true.”

Dr. Ali Moussa Iye – Keti Koti Lecture 29 juni 2015

Dr. Ali Moussa Iye

Ladies and Gentlemen,

Moussa1-300x222

As we are celebrating the launch of the International Decade for People of African Descent (2015-2024), it is worth recalling the three kind of denials that Africans and people of African descent had to overcome over the last four centuries:

  1. Denial of their humanity and dignity through the numerous attempts to bestialize them and transform them into the others’ designs
  2. Denial of their history and culture by rejecting them in the wildness of nature in the world of animals,
  3. Denial of their rights and citizenship through all types of policies and strategies of racism and discrimination .

Most of the prejudices against people of African descent are rooted in the belief – which still continues – , that they have not created any significant civilization, and that they made any valuable contribution to the progress of humanity.

Every sign of civilization found in Africa was generally attributed to outsiders coming from other regions. The Ancient Egyptian civilization is not the only case where Africa is denied ownership of its history and heritage. We can speak of the Ethiopian civilization. We can speak of the North Africa Civilizations.

These prejudices are not only the result of ignorance, they are part of ideological constructions which aim at justifying the slave trade, slavery, colonization, segregation and Apartheid  since the 16th century.

They were rigorously elaborated by the most eminent thinkers and scientists that Europe and America have produced. These prejudices have nourished what is today called the “Big Colonial Library” which offers to the general public millions of writings, images and illustrations expressing the supremacy of European “race” and civilization. And the inferiority of the black race.

In fact, all means of intelligence, intellectual, scientific, religious and legal resources,  were used to make acceptable this massive violation of  basis values of humanity .

These prejudices and their consequences of inequality and discrimination have survived the abolition of slavery and the formal end of colonization. These are still vehicled by the media, cinema, television,  textbooks and by politicians. They continue to influence the ways people of African descent are perceived and question their capability to master their life. It is such ideology which is the root cause of many hate speeches and crimes, such as the one that recently took the life of nine innocent African-American citizens in a church in Charleston in the USA.

These constructed discourses have built a wall of silence around the slave trade and slavery across the world, to cover the legacy of slavery, and its transition to colonialism and Apartheid. This “silence” is an attempt to escape responsibility and reflection on the inhumanity of the predatory economic and socio-political system that shaped our modern world and – unfortunately –  continues to serve as model of development. This silence is not only a reflect of a hidden guiltiness, it is also the expression of an even more intolerable sentiment of indifference towards undifferentiated anonymous victims whose life is considered less valuable.

Receipt-300x152It is instructive recalling that slavery was the only crime against humanity for which the perpetrators (not the victims) were financially compensated for the lost their human properties in the process of abolition and not the victims. This only fact illustrates the ethical and moral disaster on which the modern world was built. It remains indeed very difficult to understand how a tragedy of this scale could be ignored and silenced for so long.  What kind of resources have been mobilised to achieve such result?

Ladies and gentlemen,

Map-495x400

Allow me to recall some facts.  Historians estimate that a total of around 30 to 40 million Africans were deported from the different regions of Africa and enslaved in Europe, in the Americas and Caribbean, in Asia, in the Indian Ocean and in the Middle East. If we add the number of those who died during the capture, the rebellions, the walk towards ports, the concentration camps and the “Middle Passage”, there were hundreds of millions of lives that were taken from Africa.

As an example of the devastation of this continent, whose population seriously declined for at least 4 centuries, demographists tell us that without the slave trade the total number of Africans in the end of 19th century should have reached 200 million rather than the estimated 100 million. You can imagine what would have been the population of Africa today without this “maafa”, the Great Catastrophe in Swahili.

The slave trade and slavery paved the way to renewed forms of slavery which still affected millions of peoples, in particular women and children in different parts of the world. This tragedy is at the foundation of our modern world.

Why? And how? Through the capital accumulated during the trade which contributed to the industrialization and enrichment of Europe and America,  through the common heritages which are the main sources of today’s artistic creations, and through the combat against slavery which has profoundly influenced Human Rights’ movements, this history has participated in the emergence of modernity.

What lessons can societies, which have practiced such collective crimes, draw from this history? What could we expect from a “civilization” that passed through this kind of inhumanity? How to appreciate “humanistic values” that were introduced at the height of the slave trade and slavery? These are ethical and philosophical questions that are not, in my view, sufficiently asked in the academic and political discourses.

Indeed, various explanations are advanced by scholars in order to understand this silence.

Unlike other tragedies, for which the perpetrators could be identified as distinct from the rest of the nation (f.i. nazism), the slave trade involved a very wide range of public and private players, whose participation over several generations was entirely legal. Slave trade affected important sectors in the economic life of the countries that profited from it, including commerce, shipbuilding, mining, manufacturing, agriculture, banks and insurance.

This diffusion or dilution of responsibility within societies has delayed the recognition of the crime. The enshrining of such criminal practice in law, notably through the monstrous Black Codes, also facilitated denial of responsibility. Fulfilment of the “duty to remember” was also rendered more difficult by the persistence of its serious consequences in the form of the racial prejudice and discrimination, from which the descendants of slaves have suffered, to the present day.

In some countries involved in the slave trade and slavery, there have been attempts to sidestep the issue, by focusing on the abolition laws and the struggle of the abolitionists, while neglecting to recall the horrors of the system, its legacy and the furious resistance of the enslaved peoples themselves for their dignity and liberation.

It is overlooked that – before being kidnapped and put into bondage – enslaved Africans were free men and free women possessing their own culture, knowledge and history.  Far from being simply a victimized subject, resigned with their conditions, as is often depicted in the colonial literature, they resisted the dehumanizing conditions in which they were forced to live. From the moment their villages were attacked, throughout their forced walks to the ports, throughout their martyrdom in the concentration camps, throughout the “voyages of no return”, behind the caravans or in the slave ships, and throughout the forced labour in households, in plantations and mines, enslaved Africans revolted and used every means at their disposal, including collective suicide, to escape the condition of slavery.

But the most profound resistance, the most radical of all was their cultural resistance. The enslaved Africans used what is considered as the essence of humanness, the culture, to combat their subjugation. Because of the blind and ignorant belief in their own racial superiority, the slave owners were incapable of understanding or anticipating the potential of slaves to use their culture as a resource of resistance.

It was in the spiritual and artistic fields, the most fertile seedbed of life forces, that this resistance found its most lasting expression. The force of their cultures not only helped them to survive the dehumanisation process of slavery, but also to influence and – in a certain way – “re-humanise” slave societies.

In some parts of the world this resistance transformed itself into huge social movements and even into a revolution. This was the case with the movement commonly known as the Zanj rebellions, which occurred in Iraq between 6th to 9th Century. From 869 to 883, thousands of African Slaves from the Horn of Africa working in the salt marshes in Southern Iraq joined forces with other groups to revolt against their exploitation and claim social change. The Zanj rebels won the war, even established their state with its own capital called Moktara and seriously threatened and challenged the reign of the Abbasid Caliphate during 14 years. The economic, political and social consequences of this revolt profoundly affected the whole Islamic world. It is during this period that in the Arabic world theories of racism against black people have been written in their books.

MoussaToussaintAnother resistance of enslaved African that is worthy to mention, is the Haitian rebellion in the Caribbean region. On the nights of 22 to 23 August 1791 an insurrection of slaves broke out on the Island of Saint Domingue and under the leadership of Toussaint Louverture and others evolved to be a revolution, which led to the independence of Haiti in 1804. It was the first victory of enslaved peoples which overthrew their oppressors in human history,.The Haitian revolution is considered as the first revolution to put in real practice the universality of human rights that French and American revolutions failed to do by perpetuating the slave trade and slavery system. This revolution brought by slaves had a considerable impact on the emancipation movements that were to lead to the independence of peoples of Latin America and the Caribbean (f.e. Simon Bolivar).

Ladies and gentlemen,

Moussa2

It is to break this heavy silence that the Slave Route Project was created by UNESCO in 1994. Because ignoring such a major tragic historical event constitutes in itself a denial of human dignity and an obstacle to peace, mutual understanding, reconciliation and cooperation among nations. The Project is the result of the heated debate that rose when European countries decided in 1992 to celebrate what they called the 500th Anniversary of the Encounters of the Two Worlds. The date corresponded to the so called “Discovery of the New World”. Natives and Afro descent peoples in the Latin America and Caribbean strongly opposed to such slogan to designate a painful event from their perpective. They stressed that the so called  Discovery of America resulted with two of the greatest genocides in human history: the extermination of the indigenous peoples of the Americas and Caribbean and the enslavement of African peoples.

It is in response to the controversy raised by this celebration and to contribute to mutual understanding that two programmes were created by UNESCO in early 1990’s:  the programmes on indigenous people and the Slave Route project  From its inception, the ethical, political and cultural stakes behind the UNESCO Slave Route Project were clearly stated.

Before being an object of research, the slave trade and slavery should be first be posed as an ethical and moral question. Because what is at stake, is the barbarity that societies are capable of unleashing, especially those societies claiming the privilege of the civilisation. It is the contradiction between the moral aspirations of peoples and their subjugation to inhuman economic systems  of their society which needs to be addressed. If today the principles of the universality and indivisibility of Human rights seem to be largely accepted, it is important to understand the sin which is at the origin of the human rights movements. The sin is therefore the double standard of human rights. The sin is, on the one hand we speak of the human rights standard that everybody is born free, and the perpetuation of slavery and slave trade at the exact moment that this new humanistic value is being promoted.

It is important to bear in mind this history, in order to challenge the current dangerous discourses on “the clash of civilisations and religions” and the “war against terror”  which risk to lead us to a new ethnocentric vision of human rights and a new division of human kind.

The comprehension of this silenced chapter of the world history makes it possible to better grasp the genealogy binding the slave trade to other historic crimes, such as the extermination of Natives in the Americas, the Shoa,  the apartheid and more recent genocides. Because it is the same logic that is behind these genocides.

The situation of Africa today cannot be understood without reference to this systematic human, intellectual and cultural haemorrhaging to which the continent was subjected over centuries of trans-Saharan, trans Indian Ocean and transatlantic slave trading. We cannot understand the exclusion and poverty experienced by black populations in the Americas, the Caribbean, in Europe, in the Indian Ocean and elsewhere, without explaining  the system of exploitation and inequality inherited from slavery which has persisted long after the abolitions and decolonisation. This tragedy concerns the whole humanity and calls out to all of us whatever our origin, because of the universal silence that has surrounded it, the troubling light it sheds on the discourse used to justify it, and psychological scars it left in our heads. In the heads of descendants of slavery victims and in the heads of descendants of slave owners.

Far from being an event of the past, this tragedy engages us because it raises some of today’s burning issues of our multi-ethnic post-slavery societies: the fight against racial prejudices and discrimination, the equitable share of power and resources, national reconciliation, cultural pluralism, construction of new identities and citizenships for better living together, fight against economic immorality and new forms of servitude.

From the beginning, the Slave Route project raised strong interest in various countries, despite the limited resources at its disposal. It favoured the launching of awareness-raising campaigns, the increase of research, the production of various material and the mobilisation and empowerment of marginalized populations. It made significant accomplishments in 20 years.

Six reasons may explain this success:

  • From the beginning UNESCO has clearly posed the ethical and political stakes of the Project .It helped different stakeholders to understand that the remembrance of the slave trade is not intended to resurface a painful and traumatic past with the aim of producing guilt, but instead it is intended to build a common heritage that could facilitate a better understanding of today’s world and perhaps better prepare the future of our multi-ethnic
  • By placing the issue of slave trade and slavery at a global level and by imposing it as an international issue, the Project contributed to “de-racialize” this tragedy and present it as a tragedy of the whole humanity.
  • The project began its activities with a scientific approach to take the necessary distance and transcend the emotion raised by such painful subject. Its succeeded to reconcile the exigencies of the scientific research and the duty to remember.
  • The Project privileged the entry point of culture by emphasising on the cultural interactions and shared heritage of the tragedy (f.i. jazz, rap).
  • The project developed a holistic vision of the question by tackling its different dimension: education; common heritage, preservation of written archives and oral traditions, inventory of sites of memory, promotion of the living cultural expressions, the contributions of African Diaspora to modern societies
  • The Project addressed critical issues which contribute to current societal debates: identity crisis, living together, new forms of citizenship etc
  • The Project extends its activities in regions and countries where the issue remain taboo in order to break the silence (Middle East, Indian Ocean, Red Sea, And in America )

One of the main achievements of the Slave Route Project was to have substantially contributed to the recognition of the Slave trade and slavery as a “crime against humanity” at the Durban World Conference against Racism in 2001. As you all know, this Conference was a crucial historical moment for all those who were fighting against the silence over the slave trade and against the falsification of history.  The recognition of slavery as a crime against humanity opened new perspectives for the struggle of people of African descent for their rights.

 

Moussa3Another important contribution was the erection in 2014 of a Memorial at the United Nations in New York, a memorial dedicated the victims of the slave trade and slavery. The design that won the international competition that we organised is called “ the Arch of Return” by the a famous American architect from Haitian origin. The construction of this Memorial at the UN is a strong symbol  of global remembrance which marks the recognition of this tragedy as a tragedy of the whole humanity.

Finally, the Slave Route project actively participated in the discussions and debates which ended up with the proclamation by the United nations of an International Decade for people of African descent (2015-2024) and the adoption of a Programme of activities articulated around the theme of Recognition, Justice and Development. The ownership and success of this Decade will depend not only on the actions of governments and their public authorities but also of the mobilisation of the civil society organisations, scholars, artists and journalists, educators and all citizens of good will engaged  in the fight against the legacy of the slave trade, slavery and colonisation. This Decade offers to all of us and in particular to governments and local authorities an opportunity to engage concrete activities in different areas in order to accomplish their “duty to remember”. Please note that due to human rights developments there is also a “right to remember”.

In a country like Nederland, which played a crucial role in this tragic history, the following activities may be envisaged:

  • Development and reinforcement of research at universities and academic institutions to address specific issues
  • Translation of available research into pedagogic materials to be used by schools
  • Production and broadcast of special TV and radio programmes on the heritage and legacy of the slave trade and slavery
  • Inventory, preservation and promotion of important sites of memory related to this history in the country to used as tools for education
  • Initiation of a series of lectures on the consequences of this history and the conditions for a genuine reconciliation and new living together

The Slave Route project is committed to share its experience and expertise in order to participate in this collective effort to pacify and reconcile our societies.

I thank you for your attention.

 

Ronald Schneider – Keti Koti Lecture 29 juni 2015

Welkomstspeech door Wethouder Ronald Schneider

Namens het Gemeentebestuur Rotterdam

(Eerst Nederlands, daarna de uitgesproken tekst in het Engels).

 

Dames en heren, Welkom meneer Moussa Iye

Welkom hier in de burgerzaal van het Stadhuis, Welkom bij deze Keti Koti lezing.

Dit is een goede plek om de dagen van herdenking te beginnen met de Keti Koti-lezing. Hier in de burgerzaal van Rotterdam. Want is de zaal van ons allemaal, van alle Rotterdammers. Dit is de plaats die uitdrukt dat alle Rotterdammers deel uitmaken van één gemeenschap. Dat er geen eersterangs en tweederangs mensen zijn. Dat iedereen volwaardig meedoet aan de samenleving.

Dit is ook de plek die uitdrukt dat alle Rotterdammers deel uitmaken van één gemeenschap en van één geschiedenis.

Een geschiedenis van glorieuze momenten en van zwarte bladzijden. Die geschiedenis heeft ons bij elkaar gebracht.

Het is ónze geschiedenis. Een geschiedenis met onderdrukking en pijn, met verdriet en met schaamte. Maar wel ónze geschiedenis.

Het is goed om geregeld bij die geschiedenis stil te staan. Op dagen als deze. Want die geschiedenis leert ons welke weg we in deze tijd willen gaan. De weg van gelijkheid, van vrijheid en van broederschap.

Keti Koti betekent: de ketenen zijn verbroken. Vrij van slavernij.

Dat was en dat blijft ons gezamenlijk doel: een wereld zonder slavernij, zonder uitbuiting van de een door de ander, een wereld van vrije mensen.

Dames en heren, het is goed en belangrijk dat hier vandaag deze lezing plaatsvindt. En we stellen de Burgerzaal daarvoor graag ter beschikking. Helaas kan ik er niet al te lang bij zijn. Maar ik hoor van mijn medewerkers graag wat hier vanmiddag besproken is en ik wens u een mooie en inspirerende middag toe.

 

Ladies and Gentlemen, Mr. Moussa Iye,

Welcome to the Burgerzaal, which is the Main Hall of the Rotterdam City Hall. Welcome to the Keti Koti lecture.

This is a good place to start the days of commemoration with the Keti Koti lecture. Here, in the Main Hall, because this hall belongs to all of us, to all people of Rotterdam.

It is a place that tells us that all people of Rotterdam form one single community. That there are no first-rate or second-rate citizens. That each and everyone fully participates in society. This is also a place that expresses that all people of Rotterdam a part of one community and share the same history. A history with both glorious events and dark chapters.

It is this history that has united us. For it is our history. A history with repression and pain, with sadness and shame. But it still our history.

It is a good thing to reflect on that history at regular intervals. On days such as these. Since it is that history that teaches us which route to take in our time. The route of equality, of freedom and of brotherhood.

Ladies and Gentlemen, Keti Koti means: the chains have been broken. Free from slavery. That was and will remain our common aim: a world without slavery, without people exploiting other people, a world of free people. United we learn from our history, which means building our future together.