30 juni 2018, Herdenkingsspeech Carlos Goncalves, voorzitter Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst

(foto Nicky Angelina)

Geachte dames en heren, Broeders en Zusters, als nieuwe voorzitter van de Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst is het mij een eer u welkom te mogen heten bij deze herdenking.

Een herdenking van alle Rotterdammers en we zijn dan ook trots en blij te zien dat er vandaag een mooie afspiegeling is van alle Rotterdammers. Nogmaals van harte welkom.

In het bijzonder wil ik welkom heten de burgemeester van Rotterdam de heer Aboutaleb, de burgemeester van Schiedam de heer Lamers, de hoofdcommissaris van de politie dhr. Paauw. Ook wil ik in het bijzonder welkom heten de Hooggeachte vertegenwoordiger van de ambassade van Suriname de heer Ebu Jones, de Hooggeachte Consul van Kaapverdië de heer Monteiro Silva, de excellenties de gevolmachtigde Ministers van Curaçao dhr. Cecilia.

Verder heet ik van harte welkom alle partner organisaties hier aanwezig.

Dames en heren, vandaag is het ook vijf jaar geleden dat het monument op initiatief van mevrouw Peggy Wijntuin, hier op deze locatie is geplaatst. Mevrouw Wijntuin is hier aanwezig en we zijn haar zeer erkentelijk voor haar initiatief.

Geachte gasten vandaag 30 juni 2018 herdenken wij de afschaffing van de Trans-Atlantische Slavernij, in het bijzonder de afschaffing van de Slavernij in Suriname. Nederland schaftte slavernij In Suriname en de Antillen af in 1863, andere zoals Portugal en Spanje deden het pas veel later. Zo is op de Kaapverdische eilanden de slavernij pas in 1879 afgeschaft.

Ondanks dat slavernij wereldwijd verboden is, rapporteerde de Global Slavery index van de Walk Free Foundation dat er momenteel 40 miljoen mensen gebukt gaan onder de zogenaamde moderne slavernij. Hierbij moet u denken een gedwongen sexwerkers, kinderarbeid en allerlei vormen van dwangarbeid.

Dames en heren, Zoals ik al zei 5 jaar herdenken wij op deze locatie en deze locatie is niet zomaar een locatie, nee deze locatie is binnen de Nederlandse/ Rotterdamse slavernij geschiedenis een zeer bijzondere en historische locatie. Vanaf deze kades hier achter ons vertrokken in de 17 de en 18 eeuw de schepen voor de zogenaamde driehoekshandel. De schepen vertrokken naar de Afrikaanse westkust vol met handelswaar, vanuit Afrika vertrok men volgeladen met slaven naar Nederlands Brazilië of het Caribisch gebied om daar weer volgeladen met voornamelijk suiker terug te keren naar Rotterdam. De driehoekshandel bepaalde in die tijd een vrij groot aandeel van de Rotterdamse economie. Kortom we kunnen niet voldoende de emotionele en historische waarde van deze locatie benadrukken.

Zoals gezegd speelde dit grotendeels af in de 17de eeuw. De 17de eeuw is de geschiedenis ingegaan als de Gouden Eeuw van de Nederlandse economie, een tijd van grote welvaart, grote kunstwerken, Hollandse handelsgeest, grote zeevaarders, Nederland was in die tijd een economisch wereldmacht. Wat in de geschiedenis minder bekend is geworden is dat de 17de eeuw zich ook kenmerkte door de Nederlandse dominantie in de slavenhandel, pas aan het begin van de 18 eeuw werd die dominantie door de Engelse doorbroken. Nederland was een grote speler in de trans-Atlantische slavenhandel en de aanverwante industrieën zoals suiker en tabak.

Ja geschiedenis is geschiedenis en wij de huidige generatie moeten dat niet willen veranderen. Geschiedenis moeten we bestuderen om het heden te kunnen begrijpen. Het verleden vormt de basis voor het heden. Geschiedenis dient wel degelijk beoordeeld te worden met de kennis van nu. En als blijkt dat – met de kennis van nu – zaken uit het verleden niet kunnen, dan is het aan het heden om dat te herstellen.

Het van belang dat we de gehele geschiedenis vertellen, kortom in al zijn facetten en aspecten, de mooie maar ook de onderdelen waarvoor we ons schamen. Het kan niet zo zijn dat we alleen de geschiedenis benadrukken die ons welgevallig is en de rest bagatelliseren. Nee juist in die duistere gewelddadige kant, waar we eigenlijk niet aan herinnerd willen worden, in dat deel van onze geschiedenis zijn er waardevolle lessen te leren. Lessen over verhoudingen, over angsten, over vooroordelen, over uitsluiting en discriminatie, lessen over waarom we moeten herdenken. Elk jaar gaat er weer en generatie kinderen van school af zonder een goede inclusieve geschiedenis les over de Nederlands slavernijverleden.

We herdenken om wijze lessen uit het verleden te leren, om het heden beter te kunnen vormgeven en een betere wereld na te laten voor de toekomst. Het is nu meer dan ooit nodig stil te staan bij de wijze lessen uit het verleden, nu wij leven in een tijd van polarisatie en populisme. De populisten vieren hoogtij met hun polariserende boodschap of het nou gaat om gender, etniciteit, religie, cultureel en leeftijden de verschillen worden maximaal uitvergroot. De solidariteit staat zwaar onder druk, overal om ons heen zien we dit fenomeen. Met name nu er grote groepen mensen op de vlucht zijn voor oorlog of op zoek naar een beter leven. Vindt de polariserende boodschap van populisten gretig aftrek bij mensen die bang zijn, bang om te verliezen, bang om niet serieus te worden genomen, bang om niet erkend te worden. Door de polarisatie is onze samenleving er niet op vooruit gegaan, nog nooit is de onderlinge wantrouwen zo groot geweest, nog nooit is de segregatie zo groot geweest en nog nooit is uitsluiting en de tweedeling zo zichtbaar geweest. De gematigde krachten in onze samenleving zijn weggezet als theedrinkers en de botte bijl is het publieke debat gaan domineren, het gevolg hiervan is dat iedereen nu gewapend is met die botte bijl. Het debat is er niet meer opgericht andere te overtuigen met argumenten, iedereen is allen maar geïnteresseerd in het maken van een frame waarin het eigen gelijk in centraal staat.

Het wordt tijd, dat we als samenleving het proces van polarisatie doorbreken en de volgende stap maken in het proces van het worden van een pluriforme en harmonieuze samenleving waarin alle vormen van uitsluiting zijn uitgebannen.  Een goede stap in de goede richting zou volgens mij zijn een ruimhartig en volledige erkenning van de slavernij en koloniaal verleden. Erken de bloedige en gewelddadige prijs die vele daarvoor hebben moeten betalen, en de gevolgen die het heeft gehad tot vandaag de dag aan toe. Draag de volledige verantwoordelijkheid voor je koloniale en slavernijverleden. Nog langer uitstellen tast het morele gezag aan, hoe kan Nederland andere landen aanspreken op hun duistere en pijnlijke verleden, als ze zelf haar eigen duistere verleden structureel bagatelliseert en probeert weg te moffelen?

Een goed initiatief dat een belangrijke rol kan spelen in het volledig erkennen van het slavernij verleden is de Nationale slavernij museum.  De gemeente Amsterdam heeft de vraag opgeworpen of Nederland behoefte heeft aan een nationaal slavernijmuseum. Wij zeggen ja. En voor de locatie willen we een concreet voorstel doen: Rotterdam. Rotterdam, de maritieme hoofdstad van Nederland en Europa, is de internationale showcase voor moderne offshore en een duurzame  en resilient haven-economie. Deze showcase zal internationaal nog veel sterker worden, wanneer we onze gedeelde koloniale en slavernijgeschiedenis erkennen en een volwaardige plek geven. Respect voor mensenrechten en cultureel erfgoed is onderdeel van de license to operate van onze ondernemingen.

Als voorzitter van de Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst nodig ik iedereen uit om vandaag niet alleen een dag te laten zijn waarin we het verleden herdenken. Ik nodig u nadrukkelijk uit om samen met ons het heden anders vorm te geven, laat vandaag een nieuw begin zijn, een begin waarin we samen de handen in een te slaan en werken aan een inclusieve toekomst, een toekomst waarin de pluriforme harmonieuze samenleving een feit is.

Laten we kiezen voor broeder- en zusterschap, laten we kiezen voor verbinden, voor het bouwen van bruggen, voor het creëren van meer begrip en echte acceptatie. Deze keuze is weliswaar de moeilijke weg, maar de enige weg die ervoor zorg kan dragen, dat de generaties na ons een beter wereld zullen erven. Een wereld waar we elkaar zien voor wat we zijn, broeders en zusters, bewoners van deze aarde en schatplichtig aan de generaties na ons.

Tot slot dames en heren zoals ik aan het begin zei ik ben als nieuwe voorzitter schatplichtig aan mijn voorganger de heer Kenneth Robinson. Kenneth, nogmaals dank voor het vele werk die je voor de stichting hebt verricht. Jouw voorzitterschap heeft een gezonde basis nagelaten waarop de komende jaren voortgebouwd kan worden. Ook wil ik in het bijzonder mijn dank uitspreken aan alle vrijwilligers die de herdenking en alle andere initiatieven van de afgelopen dagen hebben mogelijk gemaakt.

30 juni 2018, speech Burgemeester Aboutaleb, Herdenking bij het Slavernijmonument

(Foto Rob Hilz/ Museum Rotterdam/ Echt Rotterdams Erfgoed)

Morgen is het precies 155 jaar geleden dat in Paramaribo 21 kanonschoten werden afgevuurd. Met dit militair vertoon werd de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden ingeluid. De ketenen werden verbroken. Op papier althans. De slaafgemaakten moesten nog tien jaar als contractarbeider op de plantages en in de plantagehuizen werken. Als er al sprake was van een contract.

De voormalige slavenhouders ontvingen een schadevergoeding voor het verlies van hun “eigendom”. In Suriname kregen ze 300 gulden per slaafgemaakte. Op Curaçao, Bonaire, Aruba en St. Eustatius 250 gulden, op Saba 200 gulden en op Sint Maarten 150 gulden. De voormalige slaven zelf kregen niets. Op 1 juli 1863 waren de 32.911 slaafgemaakte mensen nog lang niet vrij. Dat is evenveel als het aantal supporters in het Feyenoord stadion; om het officiele getal even bij elkaar te zien.

De officiële verklaring luidde dat zij nog moesten leren een ‘werkzaam en zedelijk leven’ te leiden. Hoe wrang, als je weet dat Nederland honderden jaren rijkdom vergaarde door het besturen van een multinational, die dreef op slavenhandel en slavenarbeid. De suiker werd duur betaald. Met bloed, zweet, tranen. Hoe wrang, als je bedenkt hoe ‘zedig’ veel koopmansfamilies zich gedroegen ten opzichte van hun “eigendom”: de mannen, vrouwen en kinderen die slechts als koopwaar en gebruiksvoorwerp werden beschouwd.

De wrange waarheid was dat op 1 juli 1863 de overheid nog zo lang mogelijk wilde profiteren van deze goedkope arbeidskrachten. Tien jaar… Wat betekent tien jaar op drie eeuwen van vernedering en onderdrukking? Zo veel generaties die zijn opgegroeid in slavernij… Je kunt het mensonterende systeem afschaffen, het systeem haal je niet zo maar uit de mens. De wonden op lichaam en ziel waren te diep, de littekens te vers. Zo veel vrouwen die geen moeder konden zijn voor hun kind, omdat het eigendom was van een ander. Zo veel vaders die hun gezin niet konden beschermen. Zo veel kinderen die moesten toezien hoe hun ouders werden vernederd. Kinderen die niet konden opgroeien in de geborgenheid van een gezin. Zo’n onmenselijk systeem doet iets met je. Vele generaties later. Het maakt je bang om verliefd te worden, om een relatie te beginnen, om kinderen groot te brengen. De diepmenselijke behoeften zijn voor slaafgemaakten hele ingewikkelde kwesties geworden. Ze waren niets waard. Alles van waarde kon zo maar afgepakt worden. Kapotgemaakt. Daarom was het maar beter om niet lief te hebben, om je niet te hechten. De pijn kon wel eens achteraf te groot zijn. Op 1 juli 1863 begon voor de slaafgemaakten een zoektocht naar een menswaardig leven, een zoektocht naar de betekenis van vrijheid, naar de eigen geschiedenis, de eigen wortels.

Bijna drie eeuwen lang kwamen slaafgemaakten slechts voor als kostenpost in de boekhouding van handelsondernemingen. Figureerden zij slechts op prenten en schilderijen, die de macht en glorie van de Nederlandse handelsgeest moesten illustreren. Daardoor ontstond het beeld dat de slaafgemaakten hun lot ondergingen. Maar er is ook altijd verzet is geweest. Door vrijheidsstrijders zoals Boni en Tula, die in de achttiende eeuw opstonden tegen de koloniale machten in Suriname en voor gerechtigheid streden. Zij verdienen een hoofdstuk in de moderne geschiedenis, naast de machthebbers, zeehelden en kunstenaars van de Gouden Eeuw. Ook in Nederland waren er theologen, filosofen, bestuurders en burgers die het voor de slaafgemaakten opnamen. Weliswaar zwak verzet maar het was er wel. Zij vonden slavernij de mensheid onwaardig, in strijd met de christelijke leer. Maar de koopman was blijkbaar sterker dan de dominee. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking had eigenlijk geen weet van deze afschuwelijke geschiedenis duizenden kilometers ver weg.

Dat is inmiddels veranderd. Het publieke debat over deze zwarte bladzijden heeft bijgedragen aan het historisch besef. Op de vraag waar we ons het meest voor zou moeten schamen, wordt steeds vaker het slavernijverleden spontaan genoemd. Daarom gaat de zoektocht door. Voor ons allemaal. Want het gaat niet alleen om vrijheid, maar ook om erkenning. Erkenning van het leed dat de tot slaaf gemaakten is aangedaan. Het gaat om rechtvaardigheid. Ervoor zorgen dat waartoe slavernij ooit is ontwikkeld, racisme en discriminatie worden uitgebannen. Het gaat om ontwikkeling. De ontwikkeling in het denken.

Dames en heren. Bij de reparatie van het verleden hoort ook een volgende stap. Lodewijk Asscher heeft in zijn hoedanigheid als Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal jaren geleden “diepe spijt betuigd” voor de rol van Nederland in de slavernij. Een mooi gebaar. Hoorde bij de tijdgeest. Volgende stap is dan ook wat mij betreft excuses aanbieden voor het leed dat tienduizenden is berokkend. Ik roep daartoe het kabinet op dit gebaar te maken. Om op het punt van slavernij, definitief een punt achter een donkere pagina in de Nederlandse geschiedenis te zetten.

En dan hebben we nog enkele lessen voor de toekomst. Als de jongere generaties leren dat de herinnering aan het Nederlandse slavernijverleden belangrijk is, dan heeft u daar een rol in om het door te geven. Ik vind het belangrijk dat uw stem doorklinkt in het doorgeven van die lessen. Dat zij leren dat de Gouden Eeuw niet alleen de glorietijd was van wetenschap, kunst en ondernemerschap; maar ook dat bedrijven als Coopstad & Rochussen uit Rotterdam binnen een internationale onderneming vele mensen hebben vernederd en tot slaaf hebben gemaakt; dat hoort bij de geschiedenis waar we vandaag komen. Als zij van jongs af aan leren dat er geen enkele rechtvaardiging bestaat voor gewelddadige uitbuiting en vernedering van medemensen, voor het vergoelijken van ongelijkheid; dan zullen onze kinderen de zoektocht voltooien. Niet met 21 kanonschoten, maar met liefde en toewijding. Voor hen eindig ik met een gedicht van de Surinaamse dichter Manuel Stuart:

“Ik wil zijn wat ik ben

om de wereld te begrijpen

waarop we nu leven

omdat de wereld niet zo is

als het gisteren was

als de zon onder is

komt de avond

de dag begint

voor we ons dat realiseren”.

 

 

Dank u wel.