Keti Koti: Slavernijverleden nog steeds niet in collectief geheugen

Woensdag hield dr. Leo Balai de jaarlijkse Keti Koti-lezing. Hij sprak over herdenken, herinneren en samenleven. ‘De herdenking van de wrede slavernijgeschiedenis gaat ons allemaal aan.’

‘Nederland kent een aantal landelijke herdenkingen’, begint Balai. ‘De belangrijkste is 4 mei, de datum waarop we alle Nederlandse
burgers en militairen herdenken die in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Op 25 februari wordt de Februaristaking herdacht, op 14 mei het bombardement van Rotterdam en op 15 augustus het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Ik noem dit inclusieve herdenkingen. Ze gaan de bevolking als geheel aan. Voor de herdenking van de afschaffing van de slavernij, op 1 juli, en de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië op 17 augustus ligt het anders. Dat zijn exclusieve herdenkingen, herdenkingen van een deel van de Nederlandse bevolking. Antillianen, Surinamers en Kaapverdianen herdenken de afschaffing van de slavernij als een deel van hún verleden. De slavernij zit niet in ons collectieve geheugen.’

Verhalen, films, kunst, teksten, afbeeldingen en ceremonies vormen met elkaar het collectief geheugen, legt Balai uit, en de slavernijgeschiedenis heeft daarin een marginale plek. ‘We weten allemaal dat Piet Hein in 1628 de Zilvervloot veroverde, een jaarlijks konvooi van schepen in de zestiende en zeventiende eeuw, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje. Maar weten we ook dat hij werkte voor de West-Indische Compagnie, de grootste slavenhandelaar van Europa? En we kennen allemaal De Verwoeste Stad, het beeld dat Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam, maar weten we ook hoe het slavernijmonument in deze stad eruitziet en waar het staat? Ik kan alleen maar hopen dat dit beeld ook in ons collectieve geheugen wordt opgenomen.’

Wreedheid slavernij niet in schoolboeken

Witte Nederlanders en andere etnische groepen in Nederland hebben weinig kennis over de slavernij, ‘de wreedste, pijnlijkste, aan genocide grenzende periode uit de wereldgeschiedenis, die door de VN is bestempeld als een misdrijf tegen de menselijkheid’, stelt Balai. ‘Het helpt als politici zich erover uitspreken, zoals minister Bussemaker onlangs deed naar aanleiding van de berging van het VOC-schip De Rooswijk, dat bijna 300 jaar geleden verging voor de kust van Groot-Brittannië.’ Zij ziet het bergen van het wrak als een belangrijke symbolische stap. Bussemaker: ‘Scheepswrakken vertellen een verhaal. De twee eeuwen geschiedenis van de VOC maken deel uit van dat verhaal en ons collectieve geheugen, inclusief alles waar wij nog altijd trots op zijn, maar ook waarvoor we ons nu schamen.’

Het helpt ook als de slavernijgeschiedenis meer aandacht krijgt in ons onderwijs, zegt Balai.

Over de extreme wreedheid van slavenhandelaren en plantagehouders is in de geschiedenisboeken amper geschreven. Met harde hand werden opstanden van tot slaaf gemaakten neergeslagen. Vrijheidsstrijders werden, met gebruik van extreem geweld, terechtgesteld. Afbeeldingen daarvan zijn er in de Nederlandse geschiedenisboeken niet, terwijl ze wel bestaan. In 1772 vertrok de Schots-Nederlandse kapitein John Stedman naar Suriname om aan de zijde van de planters te strijden tegen de weggelopen slaven, gevangenen. Hij werd ziek van het geweld dat hij zag en hij maakte er tekeningen van. In 1792 publiceerde hij zijn reisverhaal met tekeningen zoals de afbeelding hiernaast. Ze zijn in Nederland vrijwel onbekend. ‘Onze herinneringen zijn selectief. We moeten ook de minder fraaie herinneringen zien en bespreekbaar maken.’

‘Afrika is niet ons thuis’

Hoe gaan we op dit moment met ons slavernijverleden om?, vroeg Balai. ‘Er is een hernieuwde belangstelling bij afstammelingen van tot slaaf gemaakten voor hun afkomst en voor de namen van tot slaaf gemaakten, ervaart Balai. ‘Met alle frustraties vandien, want zoeken naar Afrikaanse roots is heel moeilijk, eigenlijk onmogelijk. Niet alleen is het gebied waarin gezocht kan worden heel groot – de hele westkust van Afrika, van Senegal tot Angola – ook de namen van de tot slaaf gemaakten, en daarmee hun persoonlijkheid, werd hun ontnomen. Namen geven dus geen handvatten. Je kunt hooguit genetische testen laten uitvoeren om onderzoek naar geografische herkomst te doen, maar ook dat vertelt maar een deel van het verhaal, omdat de meesten van ons gemengdbloedig zijn. We hebben allerlei afkomsten in ons.’

Balai hield daarom een pleidooi om de oriëntatie op Afrika te verschuiven naar het Caraïbisch gebied. ‘Daar is een nieuwe cultuur ontstaan, daar moeten we onze roots zoeken.’

Als je naar Afrika gaat, ga je niet naar huis.
De mensen kennen je niet.

En daarmee raakte Balai een gevoelige zenuw. ‘Dat voelt bitter’, reageerde een jonge vrouw uit het publiek. ‘Is dat geen gemiste kans om toch nog iets te weten te komen over onze Afrikaanse origine?’

‘Nee’, zei Balai. ‘Ik weet dat het een onsympathiek antwoord is, maar we hebben in Afrika niets te zoeken. Daar heeft men geen boodschap aan het slavernijverleden. Tot slaaf gemaakten zijn door andere zwarten in Afrika aan de Europese slavenhandelaren verkocht. Misschien is dat de reden dat Afrika niet thuis geeft als mensen hun roots komen zoeken. Je gaat niet naar huis, de mensen kennen je niet’, houdt hij zijn geboeide publiek voor.

‘Maar Ghanezen en mensen uit het binnenland van Suriname verstaan elkaar’, wierp een ander tegen. ‘Hoe kun je dan zeggen dat we onze Afrikaanse roots moeten loslaten?’ ‘Dat talen verwant zijn, betekent niet dat je een band hebt met elkaar’, zegt Balai. ‘Er zijn te veel verhalen bekend van mensen die ernstig teleurgesteld uit Afrika zijn teruggekomen.’

Het publiek is inmiddels met elkaar in discussie gegaan over dit onderwerp dat de gemoederen flink bezighoudt. ‘Lees het boek Lose Your Mother: A Journey Along the Atlantic Slave Route van Saidiya Hartman en ga vooral zelf onderzoek doen’, roept Balai het publiek op. ‘Schrijf ook een boek, zodat ik dat weer kan lezen en ervan kan leren.’

Dorine van Namen
Hogeschool rotterdam, magazine Profielen
Bron: https://profielen.hr.nl/2017/keti-koti-slavernijverleden-nog-steeds-niet-collectief-geheugen/

Wie is Leo Balai?
De in Suriname geboren historicus Leo Balai promoveerde in 2011 aan de Universiteit van Amsterdam op het slavenschip Leusden, een onderzoek naar de maritieme slavernijgeschiedenis. Op 1 januari 1738 verging voor de monding van de Marowijne rivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie. Van de 716 in Afrika ingescheepte en tot slaaf gemaakte gevangenen overleefden er slechts 16 de ramp. Hoewel het de grootste tragedie is uit de Nederlandse scheepvaarthistorie, is deze ramp vrijwel onbekend. Hierna onderzocht hij de rol van Amsterdam in de slavenhandel en publiceerde in 2013 het boek Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel. Hij is een veelgevraagd spreker over het onderwerp trans-Atlantische slavernij. Op het moment is hij bezig met onderzoek voor zijn nieuwe boek over de aanwezigheid van zwarte mensen in Europa vanaf de vijftiende eeuw.

Kranslegging
Vanavond is er een kranslegging bij het slavernijmonument. Burgemeester Aboutaleb legt een krans ter nagedachtenis van de slachtoffers van de slavernij in de Nederlandse koloniën. De plechtigheid wordt begeleid door drumceremonie met Ede-Kabiteni Mutu Poeketie en Basja Guno With, het Koperkwintet van de Marinierskapel der Koninklijke Marine, fluitist Ronald Snijders, het Multi Culti Koor en zangeres Dina Medina. Vanaf 19:00 verzamelen, 19:30 start ceremonie bij het: monument aan de Lloydkade (naast het STC).

Cursus geschiedenis
Keti Koti Rotterdam organiseert in het najaar een cursus geschiedenis over het Nederlandse koloniale- en slavernijverleden in de Oost en de West van ± 1500 tot heden. http://ketikotirotterdam.nl/cms/cursus-geschiedenis-2017/