Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Henk Aron

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Henk Aron

‘Mijn kinderen gaan door excuses echt niet met een rechtere rug lopen’

12 Henk Aron

‘Ieder jaar op 1 juli neem ik vrij. Dan ben ik bij de optocht en herdenk ik wat er is gebeurd. Net als op 4 en 5 mei. Met het verschil dat de eerste herdenking mijn directe achtergrond betreft. Dat komt dus net iets dieper bij me binnen. Maar als je mij vraagt hoe diep de pijn zit, dan vind ik dat toch ingewikkeld. Want is er wel echt een verschil tussen hoe de oorspronkelijke Nederlander het vandaag ervaart en hoe ik er tegenaan kijk?  Is het voor mij anders omdat ik toevallig donker gekleurd ben? Dat vind ik een lastige. Het is al zo lang geleden. Zelf de moeder van mijn oma is al vrij geboren.

De urgente pijn van de slavernij is dus bij haar generatie gestopt. Natuurlijk droeg zij de erfenis van haar voorouders met zich mee. En zelfs mijn eigen moeder is nog opgegroeid met zware straffen. Maar of ik er zelf nog echt door gevormd ben? Ik weet het niet.’

‘Volgens mij zijn er ook twee verschillende dingen. De gruweldaden uit de slavernij en de problemen van vandaag de dag. We zijn snel geneigd om alle ellende van de zwarte samenleving te koppelen aan slavernij. De discriminatie, uitsluiting, donkere jongeren die geen baan kunnen vinden. Toch moet je dat volgens mij los zien van elkaar. Het zijn problemen waar alle minderheidsgroepen in een land mee te maken krijgen. De eerste generatie Turken en Marokkanen wilden er ook gewoon graag bij horen. Dan pas je je aan en cijfer je jezelf een beetje weg. Begrijp de codes van de nieuwe samenleving. Dat is een wereldwijd mechanisme. Maar het heeft niets met het slavernijverleden te maken. Ik zie dat los.’

‘Hoewel je de impact van slavernij ook zeker niet moet onderschatten, denk ik dat we ook niets aan ‘sorry’ hebben. Gaan mijn kinderen of hun kinderen met een rechtere rug lopen als Nederland excuses aanbiedt? Welnee. We voelen ons niet direct gekrenkt dus sorry is nu niet meer nodig. Openheid is veel belangrijker. Laat ze op de scholen eens helder zijn over wat er is gebeurd. Vertel die kids maar dat het helemaal niet zo’n fris verhaal was. Vraag ze waar al die Nederlandse rijkdom vandaan kwam? En hoe het komt dat de Rotterdamse haven zo’n goede positie heeft. Wie het weet mag het zeggen. Dát is belangrijk voor mijn kinderen en voor al die andere kinderen met een donkere kleur. Mochten zij een keer het gevoel hebben er niet bij te horen, vertel ze dan dat Nederland mede zo rijk is geworden door het bloed en zweet van hun voorouders. Zij hebben een essentiële bijdrage geleverd aan de rijkdom van Nederland. ‘Borst vooruit!’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Sylfriede Inderson en Eunice Sion

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Sylfriede Inderson en Eunice Sion

‘Die hoofddoek dragen wij met trots’

11 Eunice en Sylfriede

Sylfriede:  ‘Toen ik op jonge leeftijd met het thema slavernij werd geconfronteerd was ik in eerste instantie vooral heel erg boos. Al snel merkte ik dat je daar niks mee oplost. De boosheid maakte plaats voor bewondering. Ik was trots op wat mijn voorouders hadden doorstaan en de manier waarop zij hebben overleefd.  Trots op de overlevingsstrategieën die zij hebben bedacht. En ik wilde er alles over weten.’

Eunice: ‘Natuurlijk zijn we boos. Mensen denken blijkbaar dat ze het recht hebben om andere mensen dat soort dingen aan te doen. En die boosheid wordt nog steeds gevoed. Als je bezig bent met dit thema hoor je steeds meer verhalen.  Zoals laatst een bericht over een historische ontdekking van een schip vol slaven dat was vergaan. De Nederlandse bemanning had zich snel uit de voeten gemaakt, maar alle slaven waren verdronken. Ze zaten vastgeketend in het ruim en niemand had ze losgemaakt. Bang dat ze zouden vluchten. Dat is toch massamoord?’

Sylfriede: ‘Eunice en ik hebben elkaar echt gevonden in dit thema. We discussiëren erover, volgen samen cursussen en gaan naar lezingen zoals ‘Decolonizing the mind’ van Sandew Hira. Die opent echt je ogen over het ware motief en gevolgen van de trans-Atlantische slavenhandel. En dat hebben we op onze beurt in het ‘Surinaams Vrouwenhuis’ weer proberen over te dragen op andere zwarte vrouwen. Het Vrouwenhuis onder leiding van wijlen Machteld Cairo organiseerde ook de allereerste Bigi Spikri optocht in Rotterdam.’

Eunice: ‘Veel mensen zeggen dat je alleen een trauma kunt hebben als je iets zelf hebt meegemaakt. Misschien is dat wel waar maar toch voel ik de pijn die wordt overgedragen van generatie op generatie. Oude mensen praten er niet veel over. Ze zijn heel nederig en schamen zich er voor. Dat hebben ze ook vanuit hun geloof meegekregen. De moeder van mijn oma is nog slavin geweest. Ik ken de verhalen en de uitdrukkingen van vroeger.  ‘Doe niet zo als Susanna Du Plessis’, zeggen oude mensen nog steeds als je je niet gedraagt. Dat was een slavenhoudster die heel wreed was. Tijdens een boottocht heeft zij eigenhandig een huilende baby van een slavin net zo lang onder water gehouden tot die verdronk.’

Sylfriede: ‘De oude gebruiken en gewoontes die hun oorsprong vinden in de slavernijperiode zijn bijzonder. Ze zeggen heel veel over hoe de mensen leefden en hoe ze met hun situatie omgingen. Onze hoofddoek en koto zijn overblijfselen uit het slavernij- en koloniaalverleden. Mensen kijken er nu heel verschillend tegenaan. De ene helft is er faliekant op tegen om dat soort kleding te dragen, zelfs op 1 juli. Ze waren bedoeld om het mooie lichaam van de slavin te verhullen, zodat de slavenmeester niet in verleiding zou komen en de slavenmeesteres niet jaloers zou worden. Je kunt er voor kiezen om ze uit respect niet dragen. Eunice en ik dragen het uit respect juist wel.’

Eunice: ‘Ik draag het met trots. Want ook al moesten de slavinnen zich verhullen in vormloze gewaden, ze wisten er wel iets moois van te maken. En dat doen wij vandaag de dag ook. Ik vind dat juist alleen maar mooi en getuigen van creativiteit en kracht.’

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Guno Zwakke

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Guno Zwakke

‘Erkenning is voor mij geen voorwaarde om verder te gaan’

 10 Guno Zwakke

‘De opa van mijn moeder is 105 jaar geworden. Ik heb hem nooit gekend maar hij heeft het dus nog meegemaakt. Een gek idee. Net als het feit dat mijn moeder ze nog heeft gekend als kind, de slaven. Bij sommige ouderen zie je nog wel iets uit die tijd terug. Mensen van een bepaalde leeftijd zijn te onderdanig en te respectvol naar blanken toe. Mijn moeder is zelf behoorlijk mondig, maar ze is ook heel beleefd. Zelf zegt ze dat het daar niks mee te maken heeft. Op de basisschool maakte ik voor het eerst een werkstuk over de slavernij en de onafhankelijkheid van Suriname. Dat was eigenlijk mijn eerste echte confrontatie met het onderwerp. Mijn interesse bleef.  Tegenwoordig  organiseer ik evenementen in Rotterdam. In 1992 organiseerde ik voor het eerst Keti Koti op het Schouwburgplein. Het was een droom die uitkwam. Bioscoop Pathé was er toen nog niet en ik kreeg alle ruimte. Ik had echt de wind mee. Sindsdien heb ik het thema nooit meer losgelaten.’

‘Vroeger voelde ik veel onbegrip en boosheid als er aan dacht hoe onrechtvaardig het allemaal is geweest. En op het moment dat Suriname niks meer opleverde, maakten ze ons onafhankelijk. Dat is natuurlijk helemaal te gek. Tegenwoordig ben ik niet meer boos. Ik bekijk het vanuit de tijdsgeest. Alles was toen anders. Pijn voel ik dus niet echt meer. Ik voel het meer als een moment dat gevierd moet worden. Vrijheid is zo universeel, dat moet je koesteren. Toch zie ik bij veel ouderen nog wel echt pijn. Ze waren strenge opvoeders en ze gaven hun kinderen harde lijfelijke straffen. Dat is allemaal de erfenis van de slavernij. Sommige ouderen zijn ook echt nog boos. Die zijn super gemotiveerd om hun zwarte bewustzijn uit te dragen. Toch hebben ze alleen zich zelf daarmee. Het heeft geen zin om je hele leven slachtoffer te blijven. Daar los je niks mee op.’

‘Wat je dan wél moet doen? Je bewust zijn van de lessen van het verleden en samen verder gaan. Gebruik het verleden als springplank naar de toekomst. Rotterdamse jongeren weten maar weinig over het verleden. Dat vind ik jammer. Natuurlijk zijn ze bij de viering aanwezig maar ze weten vaak niet wat het echt betekent. Voor het grootste deel van de autochtone Nederlanders is de slavernij overigens ook een ver van hun bed show. Ik begrijp het wel, het is ook al zo lang geleden en het was niet hun pijn. Maar het is ook jammer, want het is wel een stuk gezamenlijke geschiedenis. Erkenning van de witte Nederlanders zou natuurlijk mooi zijn. Toch is dat voor mij geen voorwaarde om verder te gaan.’

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Boris van Berkum

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Boris van Berkum

‘In Winti zie je de kracht van een volk’

9 Boris van Berkum 2

‘Ik kwam voor het eerst in aanraking met de Winti op een Wintiprey. Die werd toevallig gehouden in het clubhuis Arend en de Zeemeeuw op het Brienenoord eiland, waar ik mijn atelier heb. Er ging een compleet nieuwe wereld voor me open. Je kan wel spreken van liefde op het eerste gezicht. Ik kwam daar ook Wintipriesteres Marian Markelo tegen. Zij was het die mij vroeg om de traditionele rol van kunst in het ritueel te doen herleven binnen de Winticultuur. Voor een beeldhouwer is dat een geweldige opdracht.’

‘Ik begreep dat de Winti zijn meegereisd tijdens de trans-Atlantische slavernij naar Suriname. De dansrituelen, de liederen en de traditionele klederdracht -koto’s- vormen het kloppend culturele hart. Maar ik zag ook dat het eeuwenoude gebruik van het sculptuur en het masker in de Winticultuur op de achtergrond is geraakt. Dit is een direct gevolg van de slavernij: Een tot slaaf gemaakte had immers geen eigen bezit en de uitvoering van Winti was verboden op de plantages. Een tot slaaf gemaakte restte alleen zijn stem en kleding om zijn identiteit in ere te houden, waardoor de Winti toch bleef voortbestaan. Dat vind ik mooi. Daar zie je de kracht van een volk.’

‘Uiteindelijk is er uit dit alles een kunstproject t gerold. ‘Ik ben niet te koop’ heet het. Het is het  resultaat van twee jaar studie naar de Winti en de Slavernij. Met dit project willen we beeldende kunst weer een rol geven binnen de winticultuur. Ons vertrekpunt wordt  gevormd door de antieke sculpturen en maskers uit West Afrika. De Afrikaanse voorouders hebben deze kunst gemaakt voor zingeving, genezing en ritueel gebruik. Daarmee is het dan ook cultureel erfgoed van de Afro-Surinamers. De maskers staan in onze musea nu in vitrines, maar eigenlijk zijn ze bedoelt om mee te dansen.  Doordat we tegenwoordig 3D-scan en print technologie hebben, kunnen we deze kunst gebruiksklaar maken. We scanden de antieke maskers in en printen ze in kunststof. Het ziet er heel bijzonder uit. De vormen van onze nieuw geprinte maskers zijn Afrikaans en de kleuren Surinaams. Samen met  theatergroep UNTOLD hebben we vervolgens een dansvoorstelling ontwikkeld. Als we straks op tournee gaan , nemen we de maskers mee, door heel Nederland, Suriname en Curaçao. Dan kan iedereen er kennis van nemen, de nieuwe kunstcollectie bekijken en keuren.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Mildred Uda-Lede

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Mildred Uda-Lede

‘Die onjuiste bejegening omdat ik een kleurtje heb, zal ik nooit pikken’

8 Mildred Uda

Door de slavernij beseffen wij maar al te goed welke prijs onze voorouders betaalden zodat wij nu als mens vrij mogen zijn. De slavernij heeft ons nabestaanden geleerd om anderen ongeacht huidskleur of sociaal maatschappelijke status te zien als persoon die er toe doet. Op 1 juli sta ik stil bij de verhalen van mijn betovergrootmoeder die zelf nog slaaf is geweest. Hoe beleefde zij die dag? Ik ben al heel lang bezig om mijn pijn te verlichten. Onder meer door met veel mensen in gesprek te gaan, zwart én wit. Maar ook door kennis te vergaren, door er veel over te lezen maar ook door er zelf over te schrijven. In 2012 verscheen mijn boek ‘Zoektocht in Vrijheid’ waarvoor ik 12 mensen heb geïnterviewd. Hun verhaal heeft anderen over de streep getrokken om over het onderwerp slavernij en de effecten op de huidige mens te praten.’

‘Op 1 juli 2013 verschijnt van mijn hand ook een kinderboek voor de basisschool met de titel: ‘De Bondruvogel en de oude laars’. Het is een verhaal dat helpt met kinderen in gesprek te gaan over het nare verleden van de Nederlandse slavernij en over hoe mensen met elkaar moeten samenwerken en vrij mogen zijn. De nieuwe generatie gaat er in sommige opzichten iets anders mee om. Ze nemen de dingen niet zo zwaar op. Maar als ze in situaties komen waarbij ze om onduidelijke reden onterecht anders behandeld worden dan witte Rotterdammers, dan kunnen zij net als hun ouders en grootouders fel reageren. De jonge generatie is hier geboren geworteld. Zij voelen zich Rotterdammer en vinden het nog vreemder dan hun ouders dat zij als buitenstaanders worden behandeld. Als rechtgeaarde Rotterdammers eisen zij dan hun plek op. Ook mijn eigen kinderen zijn geboren in Nederland. Wij hebben ze zo opgevoed dat zij geen onderscheid maken tussen mensen met wie zij omgaan. Als echte Rotterdammers in een multicultureel Rotterdam hebben zij vrienden met wortels uit alle hoeken van onze aarde.’

‘Er is veel veranderd, maar ook nog te veel bij het oude gebleven. Gekleurde Nederlanders hebben in menig opzicht hun plek veroverd in Rotterdam. De meesten doen mee en leveren een goede bijdrage aan onze Rotterdamse samenleving. Maar zolang er bij sollicitaties en bij uitgaansgelegenheden onderscheid gemaakt wordt omdat ze een kleurtje hebben, zijn wij er nog niet. Het is niet te verdragen dat goed opgeleide jonge mensen, geboren Rotterdammers, hun eigen naam die buitenlands klinkt, moeten verbergen bij sollicitaties. Dan is er in ons geliefd Rotterdam nog veel mis. De echt diepe pijn is bij mij al behoorlijk weggesleten. Ik heb nieuwe inzichten opgedaan en heb goede relaties opgebouwd met mensen uit alle lagen van onze Rotterdamse bevolking. Wat wel blijft is mijn alertheid op een onjuiste bejegening omdat ik een kleurtje heb. Dat pik ik niet, zal ik nooit pikken.’

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Shehera Grot

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Shehera Grot

‘Die onwetendheid, daar zit mijn pijn’

5 Shehera Grot

‘Ze lagen heel dicht naast elkaar, rijen hoog op elkaar gestapeld, aan elkaar vastgeketend. Eens in de week mochten ze even luchten en een stukje lopen. Naar de wc konden ze niet. Het schijnt dat je een slavenschip al van kilometers ver kon ruiken. En vlak voor ze aan wal gingen, werden ze schoongespoten en bijgevoed, want ze moesten natuurlijk wel interessant zijn voor de verkoop. De slaven die uit Afrika werden gehaald om op de Hollandse plantages in Suriname te gaan werken, hebben het verschrikkelijk gehad. Ik ben fotograaf en dit vreselijke beeld heeft mij geïnspireerd tot het maken van een kunstproject. Het werd onderdeel van de groepsexpositie Manumission, een tentoonstelling die is geïnspireerd op iconische beelden uit de slavernij.’

‘Als kind was ik al erg in het onderwerp slavernij geïnteresseerd. Ik hield er spreekbeurten over en ik wilde er alles over weten. Later ben een economische studie gaan doen en toen raakte het een beetje op de achtergrond. Pas toen ik er ook nog fotografie bij deed, kwam het thema eigenlijk weer op mijn pad. Ik merkte dat ik juist in mijn foto’s mijn gevoel kon laten zien. Ik ben altijd erg geïnteresseerd in beweegredenen van anderen. Laatst was ik bij een discussie over het slavernijverleden. Toen was er een hele boze mevrouw die perse excuses wilde van de Nederlandse koningin -toen nog- namens het hele Nederlandse volk.  Wat los je daar nou mee op, dacht ik? Die vrouw zou haar pijn moeten benoemen, zodat het inzichtelijk wordt voor anderen. De dag erna zat ik in de trein. Er zat een Nederlandse man tegenover me en ik stelde me voor hoe het zou zijn als die ineens uit het niet ‘sorry’ tegen mij zou zeggen. Dat zou raar zijn. Reden voor behoefte aan het pardon, lijkt mij erkenning. Maar erkenning zou je denk ik via een andere weg moeten krijgen. Bijvoorbeeld door het onderwerp opnemen in het curriculum op school of door de afschaffing nationaal vieren.’

‘Het creëren van begrip en bewustzijn is een belangrijke eerste stap. Vooral bij jongeren. Want er is in Rotterdam een grote groep donkere jongeren met zo’n attitude van ‘ach, wat kan mij het schelen’.  Dan zeg ik altijd: ‘weet jij wel hoe hard jouw voorouders hebben gestreden en hoe jij de boel nu verwaarloosd?’ Als onderdeel van mijn kunstproject geef ik gastlessen aan Rotterdamse jongeren van het mbo. Ik stel ze de vraag hoe lang geleden zij denken dat de trans-Atlantische slavernij heeft plaatsgevonden. De meerderheid weet niet eens wat het is. Nadat ik het heb uitgelegd, gaat er soms een lampje branden en dan zegen ze  ‘Vijftien jaar geleden?  Tachtig jaar geleden?’ Ze hebben geen idee. Ik denk dat daar vooral mijn pijn zit. De onwetendheid. Natuurlijk geloof ik wel dat er een erfenis is vanuit de slavernij, in de vorm van negatief zelfbeeld dat onbewust aan de volgende generatie wordt meegegeven. Dat kan om hele kleine dingen gaan maar het is vaak wel tekenend.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Marciano Daans

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Marciano Daans

‘Onze jongeren zijn bezig te verdrinken’

4 Marciano Daans

De afschaffing van de slavernij heeft voor mij een dubbele betekenis. De eerste betekenis is die van de zogenaamd herkregen vrijheid. Het lijkt alsof mijn voorouders blij hadden moeten zijn met de gratie die na de onmetelijk druk van onder meer de Verenigde Koninkrijk van Groot-Brittannië en Frankrijk door Koning Willem III is gegeven. De tweede betekenis is meer fundamenteel: namelijk dat mijn voorouders  als gevolg van de slavernij pas sinds de afschaffing konden vaststellen hoe ver zij weer teruggeworpen waren in de tijd. Geen eigen instituties, geen culturele gemeenschappelijkheid, geen politieke en economische factor, geen eenduidige identiteit. Tot welke leefgemeenschap behoorden mijn voorouders en tot welke leefgemeenschap behoren hun nakomelingen anno 2013?’

‘In Rotterdam is er nauwelijks aandacht voor dit onderwerp. En dat wat niet besproken wordt, is voor veel  instituties, zoals de gemeente zelf, maar ook voor scholen en middenveldorganisaties ook niet relevant. Het is vreemd om te werken aan een toekomstbestendige vitale stad, als een belangrijk deel van het verleden onderbelicht blijft. Dit geldt zowel voor de nakomelingen van slaven, als die van slavenhouders. Van 2007 tot 2010 was ik projectdirecteur van het Keti Koti Festival Rotterdam. Daarnaast zet ik mijn eigen radiozender Radio Brasa in. Met onze programma’s proberen wij ondernemerschap, eigen identiteit en de institutionele zelfredzaamheid van onze mensen te vergroten. Mijn bijdrage aan dit thema maakt mij niet trots. Ik vind het normaal dat ik dat soort dingen doe.  Ik zou het zelfs raar vinden als mensen trots zouden zijn op dit soort dingen.’

‘De vraag hoe diep de pijn zit, vind ik een lastige. Het leed en de pijn die mijn voorouders kan ik zelf nooit voelen. Maar ik voel wél frustratie over de economische en politieke achterstand die veel Caribische, Surinaamse en Kaapverdiaanse jongeren hebben ten opzichte van andere minderheidsgroepen. Kijk naar hun plek op de arbeidsmarkt en de hoge werkloosheid onder deze groepen. Toch is Rotterdam niet de stad die snel een voortrekkersrol zal vervullen met betrekking tot dit thema. Onze jongeren zijn bezig te verdrinken. Ze zijn alleen maar bezig met overleven en komen onvoldoende toe aan  thema’s zoals het slavernijverleden. Ook van de Rotterdamse scholen en het maatschappelijk middenveld verwacht ik dat niet. Ik denk dat het er niet echt beter op zal worden de komende jaren.  We mogen zelfs blij zijn als we de huidige situatie vast weten te houden. Slavernij is en blijft een grote schandvlek op de wereldgeschiedenis.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Imro de Randamie

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Imro de Randamie

‘Wij zwarten moeten voor onze eigen emancipatie zorgen’

2 Imro de Randami

‘Wat Afrika is aangedaan zie ik als pure Holocaust. Die kwaadheid  ben ik nu voorbij. Boos zijn kost energie en levert niets op. Wat ik helaas wel nog steeds zie, zijn zwarten die het heel erg moeilijk hebben. Ook al zijn we even intelligent, even hoog opgeleid, we krijgen toch minder kansen. We worden vaker beschuldigd van criminaliteit en we hebben duidelijk een lagere sociaal maatschappelijke positie dan blanke Nederlanders. Dat doet pijn. Die witte denkrasters waarin zwarten er slecht van af komen, vormen de erfenis van de slavernij. Niet alleen voor de zwarten maar óók voor de witten. Want de nazaten van de slavenhouders kunnen niet anders naar de wereld kijken dan vanuit hun superioriteit. Wij zwarte mensen zullen dus zelf voor onze emancipatie moeten zorgen. Dat kunnen de witte mensen onze nooit leren.’

‘Op school wordt veel te weinig aandacht aan het onderwerp besteed. Ik durf bijvoorbeeld te beweren dat het grootste deel van de zwarte Afrikaanse Surinamers vandaag de dag niks weet over het verzet van slaven. Alles wat wij op school kregen, kwam uit Nederlandse studieboeken en daar werd dat niet verteld. Bij ons thuis was slavernij wél echt een thema . Mijn vader vertelde over de onderdrukking. En hoe het zware straffen van generatie op generatie overging. Ik zag hem zelf ook worstelen met die thema’s. Mijn vader leeft nog steeds. Het is een hele lieve man, met eindeloos respect voor anderen, maar ook verschrikkelijk streng en dat heb ik geweten. Hij droomde van ondernemerschap maar in plaats daarvan ging hij de verpleging in en leerde hij ons dienstbaarheid, naastenliefde en compassie.

‘Wij zwarten zijn collectief verdoofd. De pijn zit heel diep en bepaalt mede ons handelen in het hier en nu. Toch moet je je ertegen blijven verzetten, anders kun je niet functioneren. Dat is in elk geval altijd mijn levenshouding geweest.  Vanuit die insteek ben ik leraar maatschappijleer geworden en later maatschappelijk ondernemer. Ik probeer zwarte mensen bewust te maken van hun positie, ze te verheffen. Iedere keer ben ik weer trots als mensen tegen mij zeggen ‘bedankt dat je mijn ogen hebt geopend’. Kennelijk maak ook ik het verschil en is het niet voor niets.’

‘Jonge Afro-Surinamers  en jongeren uit de voormalige Nederlandse Antillen in Rotterdam zijn een beetje zoekende. Ik zie het ook aan mijn eigen kinderen. Maar of ze nu willen of niet, vroeg of laat worden ze er mee geconfronteerd. En dan merken ze dat ze toch net iets harder moeten lopen dan de rest. Juist daarom is het heel belangrijk om ze met het verleden te confronteren. Als je je eigen geschiedenis niet kent, kun je ook niet vooruitblikken. In dat kader vind ik 1 juli dan ook erg belangrijk. En dit jaar natuurlijk helemaal. Die dag één van de  startpunten  van de bevrijding van de zwarte mens. Daar moeten we bij stil staan, ieder jaar weer.’

 

 

 

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 5: Ahmed Aboutaleb

26-06-14_burgerzaal_50-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 5: Ahmed Aboutaleb

Oosterhoff: ik wil de burgemeester een paar vragen stellen. Burgemeester, kenmerk van het boek “Hoe diep zit de pijn?”waarvan u zojuist het eerste exemplaar heeft gekregen, is de emotie, de beleving van slavernij, de openhartige verhalen. Welke emotie roept de herdenking bij u op? Welk verhaal heeft u bij deze herdenking?

Aboutaleb: Als u het mij toestaat wil ik graag reageren op twee dingen die ik zojuist heb gehoord in het Rondetafelgesprek. Het begrip identiteit en racisme. Ik heb vandaag een column gepubliceerd in de krant Metro over het thema slavernij, herdenken en toekomst. Ik moet steeds denken, bij de discussie, aan een mevrouw in 1997 bij wie ik mocht logeren in de Mississippi, in een klein gehucht geheten Natchez. Ik was in 1997 in Amerika op uitnodiging om kennis te maken met de Amerikaanse samenleving en zo reisde ik van noord naar zuid, en van west naar oost, een geweldige kans. Ik mocht een programma samenstellen, van wat ik zou willen. Eén van mijn vragen was, is er nog iemand in leven die meegemaakt heeft, de eerste zwarte mensenrechtenbeweging in Amerika, in de Mississippi, met wie ik een paar dagen zou kunnen optrekken… Het was een heel oud vrouwtje, ik vermoed dat zij niet meer in leven is.

Zij vertelde me het indrukwekkende verhaal, dat zij in de jaren zestig (inderdaad dat is niet eens heel lang geleden), terwijl zij wist dat zij niet mocht stemmen, haar moed bij elkaar verzamelde om toch naar het stembureau te gaan. Ze vertelde hoe ze daar eerst werd weggestuurd, en toen zij toch bleef aandringen, de politie werd gebeld en hoe zij met de wapenstok was toegetakeld er zijn foto’s van die ook waren gepubliceerd in de lokale kranten. Je hoeft er weinig mens voor te zijn om hier vochtige ogen van te krijgen. Natchez ondervindt hier nog steeds de gevolgen van. Natchez is een omgeving met overwegend zwarte bevolking. Er zit één heel rijke club, de Cotton Club, en die deelt daar de lakens uit, maar de meerderheid, numeriek, in Natchez is zwart.  Maar de rechter is blank, de brandweer is blank, de politie is blank, de burgemeester is blank, alle gekozen organen zijn blank. Dus vraag ik aan mevrouw: Hoe is het mogelijk dat de zwarten, die numeriek in de meerderheid zijn, niet de macht in handen nemen? Dat kan toch? Voor alles moet je naar de stembus in amerika. En toen kwam deze mevrouw met het verhaal dat de mensen volstrekt apatisch zijn ten opzichte van het begrip overheid. Het vertrouwen in het begrip overheid heeft zo’n deuk opgelopen, generaties op generaties, dat de mensen nu uiteindelijk zeiden: neen laat maar. Zelfs in situaties waar zij numeriek de macht in handen konden krijgen.

Een van de deelnemers aan het Rondetafelgesprek zei “racisme is het negeren van verschil” ik hoop dat ik het juist heb geciteerd. Wel, was dat maar waar! Racisme gaat volgens mij veel dieper. Dat raakt het been. Bij het negeren van verschil kom je semantisch in de buurt van discriminatie en “onderscheid maken tussen…”. Of het niet onderscheid kunnen maken tussen… Maar racisme heeft er in de kern mee te maken om de ander, omdat die er anders uitziet, tegelijk ook de kwalificatie van minder te geven. Dat is het kleineren van mensen. En mensen op de knieën willen krijgen. Dat is erger dan alleen verschil niet willen zien. Dat is wat zo erg is aan racisme. En ik denk dat het heel belangrijk is om dat met elkaar te realiseren, als je streeft naar gelijkheid moet je eerst afrekenen met racisme en dan met discriminatie en wel in die volgorde,

Ik ben blij dat we vandaag kunnen herdenken. Ik snap wel dat er mensen zijn, die wat er gebeurd is in de slavernij heel vervelend vinden en zeggen, “laten we dit hoofdstuk maar afsluiten en naar de toekomst kijken”. Maar laten we heel eerlijk zijn: we laten toch ook de Tweede Wereldoorlog niet achter ons liggen onder het motto laten we naar de toekomst kijken?

Herdenken is heel belangrijk, van de Tweede Wereldoorlog. Wat er gebeurd is is heel belangrijk voor de slachtoffers van de tweede wereldoorlog, en dat we er lessen uit leren voor de toekomst is ook heel belangrijk. Wat er gebeurd is in de Jappenkampen, daarvan zeggen we ook niet, daarvan moeten we het herdenken stopzetten, Het is pas jaren 80 dat er in Den Haag een Indie-monument werd opgericht. En dat daarbij de slachtoffers van de Jappenkampen werden herdacht in aanwezigheid van het koninklijk huis. Het helpt niet om de gezamenlijke pijn te negeren. De gezamenlijke pijn moet je onderkennen dat die geweest is. En het mooiste zou zijn dat je daaruit de gezamenlijke kracht put om met elkaar verder te willen . dat is waar het bij herdenken over gaat. De pijn negeren zou een vergissing zijn.

Dan tenslotte het begrip identiteit. De spreker stelde de vraag of identiteit iets is wat je bent of de positie die je inneemt. Ik hoop dat ik goed citeer. Ik denk dat allebei waar kunnen zijn. Mag ik u een anekdote vertellen.  Ik had tot voor kort een sterke identiteit en wist precies wie ik was. Totdat ik ontnuchterd was door een meisje van ik denk 6 jaar. Niet zo lang geleden was ik op een school in Rotterdam West om politie-kits uit reiken aan de kinderen die door de politie waren opgeleid om op te letten op straat. Toen kwam een klein Marokkaanse meisje naar me toe, ik schat haar een jaar of 6, Toen vroeg ze “bent u burgemeester?”. Ik had mijn ambtsketen om dus ik zei ja…  “Bent u Marokkaan?” “Ik ben een Nederlander geboren in Marokko.” “O dan bent u geen burgemeester want de burgemeester is Marokkaans.” Toen dacht ik… ik weet het niet meer.

 

 

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 4: Teana Boston-Mammah

26-06-14_burgerzaal_42-1030x686

Keti Koti Rondetafelgesprek 2013

(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst

Rotterdam 26 juni 2013

Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,

Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff

Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse

Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014

 

Deel 4: Teana Boston-Mammah

Oosterhoff: de volgende spreker is Teana Boston-Mammah, ze is sociologe en opleider en projectontwikkelaar in het sociale domein met speciale aandacht voor gender-issues en diversiteit. Momenteel werkzaam als manager bij Formaat, de  werkplaats voor participatief drama.

Oosterhoff: Hoe vaak komt het voor dat mensen die oude labels gebruiken – of misbruiken – om niet in beweging te komen?

Boston-Mammah: Ik wil eerst uitleggen waar ik vandaan kom en zodoende ook kijk naar het verleden en vooral het slavernijverleden. Ik ben geboren in Sierra Leone, van daar ben ik naar Engeland gegaan en daarna hier naar Nederland. Ik heb dus al verschillende identiteiten gehad, dit is dus mijn derde. Ik begrijp aan den lijve hoe het is, om te gaan met deze problematiek, om te gaan met een verleden die heel pijnlijk is en die heel veel negatieve dingen met zich heeft gebracht. Ik vind het moeilijk als iemand zegt dat we deze dingen moeten loslaten. Die dingen zijn zo verweven met mijn identiteit als zwarte vrouw in een Europese samenleving, dat ik het heel moeilijk vind om die labels los te laten.

Bijvoorbeeld, als kind van 10 ging ik van een identiteit die wit was, naar een identiteit die zwart was. In Nederland had ik eerst een allochtoon-vrije identiteit, omdat ik toen engels sprak. Op het moment dat ik Nederlands begon te spreken, werd ik geconfronteerd met een hele bagage van een allochtone identiteit. Dat was voor mij ontzettend moeilijk, want die strijd had ik in Engeland al bevochten en ik dacht: “moet ik op deze leeftijd weer mijn identiteit bevechten? ik moet strijden om dingen voor elkaar te krijgen hier in Nederland!”. En die strijd zie ik terug in mijn trainingen. Ik werk al 15 jaar hier in Rotterdam met heel veel mensen, ik werk met vaders, met vrouwen, ik werk met jongeren.

Ik vind het altijd vreemd dat hier in Nederland niet gesproken mag worden over macht en racisme. Ik praat met heel veel mensen en die zeggen dan tegen mij: “Nee, In Nederland praten we niet over macht, we praten niet over racisme.” Hierover praten is erg moeilijk. Maar ik kwam uit een cultuur waarin  wel over deze zaken werd gesproken. Ik vraag daarom aan jongeren, hoe voelt dat nou om op die manier op te groeien? En de antwoorden kan ik in 4 categorieën vastleggen:

  1. Boosheid, een gevoel van miskenning, een gevoel dat je niet meedoet, dat je niet meetelt.
  2. Het is gewoon zo. Je hebt geleerd om het van je af te laten glijden, de wereld zit nu eenmaal zo in elkaar. Men zit niet te wachten op verhalen over diversiteit.
  3. Onverschilligheid, ik heb lak aan een witte maatschappij die zo naar mij neerkijkt.
  4. Bruggenbouwers, dat zijn groepen mensen die gedreven zijn door die vraag. Die zeggen: “ OK dat is geweest, OK ik krijg niet de herkenning die ik graag wil krijgen, dus wat ga ik doen? Ik ga andere mensen helpen om zich te weren en zich sterk te maken om alsnog dingen voor elkaar te krijgen in Nederland!”

En dat zijn de 4 types reacties die ik krijg.

Oosterhoff: en die bruggenbouwers zijn dat mensen die zich in verschillende netwerken bewegen en niet in de eigen kring blijven hangen?

Boston-Mammah: ja.

Ik heb  een onderzoek gedaan in de Afrikaanderwijk, dat heet “Schmoozing in Afrikaanderwijk”. Ik heb dat gedaan omdat ik wilde weten op welke manier communicatie werkt in een echt diverse omgeving. In de Afrikaanderwijk zijn 84% van de mensen van diverse afkomst, dus 16 % is wit en de 84% komt uit zeer verschillende achtergronden. Welke communicatiemodel pas je toe, hoe leg je verbanden, hoe maak je links tussen mensen? Ik heb  veel gedreven vrouwen ontmoet, die heel serieus die brugfunctie uitoefenen. En die brug is tussen hun achterban, de mensen die niet de tools hebben, niet de kennis en kunde hebben om mee te doen, en de instellingen. Bruggenbouwers hebben een  sterke visie op wat ze willen, ze zijn communicatief sterk, ze zijn gedreven om dingen op gang te zetten, ze hebben een verhaal en die willen ze heel graag vertellen. Bruggenbouwers zijn committed, commitment is heel erg belangrijk, ze gaan niet loslaten. Zij zijn ook flexibel, want als bijvoorbeeld een ambtenaar zegt “zo kan het niet”,  gaan zij nadenken “hoe kan het dan wel” en vinden ze een oplossing.

Bruggenbouwers weten wie ze zijn. Ze hebben een sterke identiteit. Bijvoorbeeld als ik denk aan de Turkse vrouwen in de Afrikaanderwijk, toen ik ze vroeg “waarom is het zo belangrijk dat jij met alle mensen in je portiek een praatje gaat houden? Waarom moet je iedereen kennen in de straat?”. Deze vrouwen beroepen zich op hun identiteit uit Turkije, waarin het kennen van de ander van belang is om te overleven.

Ik ga daarom  mee met het verhaal van Alex van Stipriaan, dat diversiteit  belangrijk is,  dat het  veel dingen met zich meebrengt en dat  veel dingen daarvan  positief zijn. En als we één ding moeten onthouden van de slavernij, is dat verschil ontzettend belangrijk is voor de vooruitgang van de mens. Anders gaan we gewoon achteruit, anders blijven we holmensen en dat is niet de bedoeling.

Oosterhoff: We hebben in dit rondetafelgesprek veel onderwerpen besproken. Tenslotte ik vraag u, voor de aanwezigen hier in de Burgerzaal, om een Praktisch advies die we allemaal kunnen toepassen, in werk, of in huis of op straat.

Van Stipriaan:  Het klinkt misschien een beetje zweverig, maar mijn advies is: iedere dag aan iemand vragen: hoe ziet de Rotterdammer eruit? Of algemener: Hoe ziet de Nederlander eruit?

Guadeloupe: Ik geef les aan de UvA en zie docenten in de zaal. Wat ik belangrijk vind als ik het heb over slavernij, is in de eerste plaats, we moeten de pijn van slavernij erkennen en dat er wrede dingen zijn gebeurd.  En  ook leren inzien, dat slavernij de voedingsbodem is van alle liberale waarden die we vandaag de dag hebben. Je zou  niet de waarden zoals  vrijheid van meningsuiting hebben, zolang  medemensen geketend zijn. Er bestaat een direct verband tussen. Zodra je slavernij aldus beschrijft als voeding van liberale waarden, dan  zijn die  niet meer “Westerse” waarden (tegenover andere waarden),  maar ze worden dan opeens universele waarden. Dan zijn het opeens waarden die allang bestaan. Dan bouw je zoiets als een multiculturele idee van samenleving.

Boston-Mammah: Tip luister naar verhalen. Kijk op TED naar de “The Danger of a single story” van Chimamanda Ngozi Adichie. Laat ook al je buren, kennissen, collega’s etc. er naar kijken.