Schoolboeken nog vol raciale en koloniale stereotypen

Schoolboeken nog vol raciale en koloniale stereotypen

Elk jaar wordt in Nederland op 1 juli de afschaffing van de slavernij gevierd. In aanloop daarnaartoe hield de Amerikaanse professor Melissa Weiner op de hogeschool een lezing over slavernij en kolonialisme in Nederlandse schoolboeken.

sl_monument1-1-1www.ketikotirotterdam.nl

Weiner bestudeerde 203 Nederlandse schoolboeken, vooral geschiedenisboeken, die in de periode 1980-2011 zijn gepubliceerd. Ze keek naar de manier waarop er werd geschreven over Afrika, kolonialisme en slavernij en naar de manier waarop deze thema’s werden verbeeld.

In geen enkel schoolboek worden Nederlandse personen of bedrijven verantwoordelijk gehouden voor slavernij, concludeerde zij. En er is weinig tot geen aandacht voor de extreme wreedheden die zijn gepleegd door Nederlandse ondernemers en plantagehouders, slaven worden gedehumaniseerd voorgesteld (alsof ze geen menselijke eigenschappen hebben), het slavenverzet genegeerd en raciale stereotypen bekrachtigd. En dat is een probleem, zegt Weiner, omdat de beelden uit deze schoolboeken mede beïnvloeden hoe kinderen vandaag kijken naar ras, discriminatie en ongelijkheid.

‘In Rotterdam wonen momenteel bijna 100.000 mensen die nazaten zijn van tot slaaf gemaakten’, lezen we op de site ketikotirotterdam.nl. ‘Kennis en inzicht in elkaars verleden en wederzijdse erkenning van een gedeelde geschiedenis is noodzakelijk om succesvol te kunnen samenleven.’ Weiner onderschrijft dat.

Ze concludeert dat het beeld dat uit de schoolboeken opduikt eurocentristisch is en neokoloniaal. Afrika wordt meestal neergezet als een arm, primitief en gewelddadig continent. Nederland neemt geen medeverantwoordelijkheid voor het ontstaan van onderontwikkeling van Afrika, maar positioneert zichzelf als redder in nood: een land dat Afrikaanse landen helpt ‘die niet in staat zijn zichzelf te helpen’. En dat is een neokoloniaal beeld, zegt Weiner.

‘In mijn maag gestompt’

Wat te doen? Weiner: ‘De educatieve uitgeverijen zijn belangrijke spelers die tot nu toe niet happig zijn het gesprek hierover te voeren. Een lobby richting die uitgeverijen zou geen kwaad kunnen. Ouders kunnen daar bij de scholen van hun kinderen op aandringen, en daar is een serieuze vorm van ouderbetrokkenheid voor nodig. De meeste scholen verwelkomen ouders met open armen als ze mee willen op schoolreisje of willen helpen bij de lunch, maar als zij willen meepraten over lesmethodes, is het enthousiasme meestal een heel stuk minder. Een divers docentenkorps kan daarbij helpen.’ Nog een tip: ‘Zoek naar andere manieren om in de klas verhalen te vertellen over dit deel van het Nederlandse verleden. Een film als 12 years a slave heeft meer duidelijk gemaakt over de wreedheid van slavenhandelaren en plantagehouders dan dertig jaar aan geschiedenisboeken.’

In de Q&A na afloop is de relatie met de zwartepietendiscussie snel gelegd. ‘Als een groep Nederlanders met Afrikaanse roots zegt: “Zwartepiet doet ons pijn”, en dat wordt door veel autochtone Nederlanders gebagatelliseerd, dan hebben we nog een lange weg te gaan’, zegt Weiner die een paar jaar geleden voor het eerst een ‘echte zwartepiet’ zag. Tot die tijd had ze foto’s gezien en ervan gehoord, maar de eerste fysieke confrontatie was heftig. ‘Ik had het gevoel alsof ik in mijn maag werd gestompt. Het deed me fysiek pijn.’

Dorine van Namen