Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Peggy Wijntuin
Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl
Peggy Wijntuin
‘Als je het verleden wegstopt, kun je er ook niet van leren’
‘De herdenking van ons slavernijverleden is voor mij een eerbetoon aan mijn moeder en aan haar moeder en aan alle voorouders die zich hebben opgeofferd zodat ik hier in vrijheid kan leven en mijn keuzes kan maken. Natuurlijk leef ik vandaag de dag en niet toen. Maar ik weet wel dat mijn opvoeding heeft gezorgd dat ik ben wie ik nu ben: een strijdvaardige vrouw die gaat voor haar doelen. Ik weiger slachtoffer te zijn. Als ik jonge mensen hun leven zie vergooien, onbewust van de weg die hun voorouders aflegden, dan doet mij dat pijn. Wees je toch bewust dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Grijp je kansen.’
‘Mijn moeder is door haar oma grootgebracht. Die heeft het nog meegemaakt. Zij is nog slavin geweest. Dat heeft mijn moeder in haar opvoeding heel duidelijk meegekregen. Ze is er helaas niet meer. Ze had enorm veel humor, maar ze was ook heel nederig. Met name in haar relatie tot witte mensen. Dat zijn onmiskenbaar de sporen van de blanke superioriteit. Die mentale krenking is er nog steeds. Voor veel mensen geldt nog altijd: hoe lichter van kleur hoe beter. Ze zien een huwelijk met een blanke als een upgrade van hun kleur. En bij de kapper wordt nog steeds gesproken over ‘goed haar’ en slecht haar’. Mijn kinderen zijn al groot, maar ik heb ze altijd opgevoed met het besef dat ze trots moeten zijn op hun kleur. Ik benadrukte het juist. ‘Kijk, wat een mooie zwarte baby’, zei ik dan. Zo haal je de pijn eruit.’
‘Ik ben geboren in Suriname. De lagere school deed ik voor een deel in Nederland. Ik kan me niet herinneren dat ik daar iets over slavernij heb geleerd en voor mijn dochters geldt hetzelfde. Dat is erg, want als je het verleden wegstopt, kunnen we er ook niet van leren. Natuurlijk is het een zwarte bladzij in de geschiedenis. Mensen die medemensen verkochten, uitbuitten en ontmenselijkten; het is verschrikkelijk en het heeft heel veel pijn veroorzaakt. Maar die pijn moet worden omgezet in trots. Als raadslid bij de PvdA ben ik hier behoorlijk actief in geweest. Ik werd Beschermvrouwe van Keti Koti en nam het initiatief voor de oprichting van een Rotterdams slavernijmonument. Sinds kort is dat er ook, en daar ben ik heel trots op. Het monument heeft een bijzondere en toepasselijke plek. Aan de Maas waar ooit de slavenschepen voorbij voeren. Vijfenzestig schepen tussen 1745 en 1780 om precies te zijn, die vervolgens vanuit Afrika met vijfentwintigduizend slaven op weg gingen naar de Cariben. Toch is dit nog maar een begin. Het monument op de Lloydpier moet een monument van alle Rotterdammers worden. Het moet onderdeel worden van lesprogramma’s op scholen. Ik hoop dat 1 juli in de toekomst niet meer alleen het feest van Surinamers zal zijn maar van alle Rotterdammers.’