Ilse Hogeweg, Overweging over verdraagzaamheid, Gezamenlijke kerkdienst in het kader van Keti Koti, 24 Juni 2017, Hoflaankerk

Zusters en broeders, in de naam van Jezus onze Heer. Verdraagzaamheid… daar zullen wij vanavond bij stil staan. Het thema van deze avond is al gelijk voor mij een vraag. Hoe is het voor u om van mij gedachten te horen over verdraagzaamheid, ik die afstam van de houders en transporteurs van tot slaaf gemaakte mensen?

Verdraagzaamheid is een heel groot woord. Het is een levensnoodzakelijke voorwaarde om met elkaar te kunnen samenleven. Zonder verdraagzaamheid is er geen samenleven mogelijk. Verdraagzaamheid móét, maar verdraagzaamheid heeft ook altijd grenzen. Verdraagzaamheid kan ook te ver gaan. Er zijn dingen die je niet mag verdragen. Waar je tegen in het geweer moet komen.

Voor mij heeft verdraagzaamheid alles te maken met elkaars verhalen willen horen, en ook naar elkaars verhalen te vragen. Als je elkaars verhalen wil horen, dan hoor je de verschillende perspectieven. Dan kijk je door de ogen van de ander. Het is ongelooflijk belangrijk dat de verhalen van het Nederlandse slavernijverleden verteld én gehoord worden. Het is ook belangrijk dat we beseffen dat verhalen ook met macht te maken hebben. Welke verhalen worden verteld en bepalen het beeld van de geschiedenis? Welke verhalen blijven buiten beeld? Er is natuurlijk ook niet één verhaal van het Nederlandse slavernijverleden, maar er zijn vele verhalen overgeleverd, teruggevonden in dagboeken en brieven. En er liggen nog vele verhalen te wachten op ontdekking.

Het christelijk geloof heeft in dat slavernijverleden op verschillende wijzen uitgewerkt. Geloof en de bijbel zijn misbruikt als rechtvaardiging van het tot slaaf maken van mensen. Geloof en de bijbel hebben tot slaaf gemaakte mensen kracht gegeven om hun onvoorstelbaar moeilijk leven vol te houden. En geloof en de bijbel hebben het verzet gevoed om een einde te maken aan het systeem van slavernij.

Vier jaar geleden, toen 150 jaar afschaffing van slavernij werd herdacht en gevierd, was ik nog net predikant in Zeeland. Ik was benieuwd hoe predikanten in Zeeland in de 17e en 18e eeuw zich hadden uitgesproken over slavernij. En daar is maar 1 voorbeeld van bekend. In Middelburg was Bernardus Smytegeld predikant. Omstreeks 1730 zei Bernardus Smytegelt in een preek:

Die een mens steelt, zegt God, zal zeker gedood worden. Deze dieverij wordt begaan in den slavenhandel. Is het niet droevig, dat christenen daarvan een handel hebben gemaakt?

Hij was de enige die dit durfde te zeggen, in een omgeving die rijk werd door slavenhandel. Verder hebben eindeloos veel predikanten niets gezegd. De slavenhandel verzwegen, of zelfs gerechtvaardigd. Een oneindig droevige constatering. (Smytegelts preken worden nog steeds gelezen in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.)

Tussen al die verhalen uit de geschiedenis nemen wij, zoals we vanavond hier samen zijn, onze plek in. Verhalen en kennis van de geschiedenis hebben ons gevormd, zo verschillend als wij hier zijn. Ik nodig u uit, om vanavond dan stil te staan bij verdraagzaamheid, als de bereidheid om elkaars verhalen te willen horen. Verdraagzaamheid als de bereidheid om de pijn in verhalen te horen.

Paulus zegt: leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. Paulus had veel ervaring met vele verschillende christengemeenschappen, die allemaal erg divers waren, met mensen van zeer verschillende afkomst. Al die mensen van verschillende afkomst hadden hun eigen perspectief. Paulus zegt: vertel elkaar onbevreesd jóúw verhaal.
Doe je niet anders voor.
Luister naar elkaar.
Je kunt elkaar toch niet ontlopen, want je bent elkaars ledematen.
De pijn van de één dóét iets met de ander. Werkt uit naar de ander.
Laat de zon niet ondergaan over je boosheid. Werk hard, als je kunt.
Let op je taal. Laat de taal die je spreekt opbouwen.
Taal kan bouwen of breken.
Taal kan mensen onzichtbaar maken.
Taal kan mensen kleineren en vernederen.
Spreek opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort, zegt Paulus.
Sta stil, bij welke woorden je gebruikt, hoe die ervaren worden door degene met wie je spreekt.
Sta stil, bij woorden die als beledigend worden ervaren, de pijn die dat veroorzaakt.
Spreek taal die bouwt, spreek taal die insluit en niet uitsluit.

Ik hoop dat dat grote woord ´verdraagzaamheid´ voor ons allen concreter wordt als opdracht, om naar elkaars verhalen te luisteren. Ik weet zeker, dat wij een grote rijkdom onder ons hebben, aan verhalen over ons leven. Door verhalen te vertellen, door pijn te benoemen, door duidelijk te maken welke taal kleineert en welke taal juist op bouwt, mogen we leren samenleven. Elkaars rijkdom ontdekken.

Zo is onze opdracht, om met elkaar wegen te zoeken om goed samen te leven. Dat is een voortdurende beweging, van elkaar leren kennen, terugschrikken voor sommige gedachten en ideeën en karakters, aanvaarden of afwijzen, een leven lang leren en keuzes maken. Heel ons leven bewegen wij binnen de verdraagzaamheid van de eeuwige God. God verdraagt en aanvaardt ons, met al onze fouten en falen. Hij heeft zijn eeuwige liefde aan ons geschonken in Christus Jezus. Hij heeft ons onze zonden vergeven, in Christus Jezus. Niemand van ons is onbereikbaar voor Gods liefde. Wél wordt van ons gevraagd, om elkaar te verstaan en te verdragen. Zo goed en zo kwaad als dat gaat. Dáár is al heel veel werk te verzetten. Verdraag elkaar / dat het zo moge zijn.

Amen.