Keti Koti Rondetafelgesprek 2013 Deel 3: Francio Guadeloupe
Keti Koti Rondetafelgesprek 2013
(Her)denk mee, het is onze geschiedenis en onze toekomst
Rotterdam 26 juni 2013
Met: Ahmed Aboutaleb, Teana Boston-Mammah, Francio Guadeloupe, Richard Price, Alex van Stipriaan,
Gespreksleider: Oosterhoff Oosterhoff
Eindredactie: Alina Cuartas de Marchena en Wim Reijnierse
Uitgave: Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, 2014
Deel 3: Francio Guadeloupe
De volgende spreker is Francio Guadaloupe, antropoloog, publicist, docent aan de Universiteit van Amsterdam en… hij is ook opbouwwerker geweest in Rotterdam Zuid. In dit gesprek zullen we meer gaan kijken naar de toekomst. Op welke manier kunnen we vorm geven aan die geschiedenis en dat herdenken.
Oosterhoff: Je hebt gewerkt als opbouwwerker in Rotterdam Zuid, een stadsdeel met veel sociale vraagstukken, zoals mensen proberen rond te komen, jongeren proberen hun school af te maken of een baan te vinden: Op welke manier speelt identiteit hierop een rol?
Guadeloupe: Ik denk dat identiteit een prominente rol speelt. Je kan zeggen, identiteit is iets wat je bent, of identiteit is een positie die je kan innemen om bepaalde dingen te bereiken. Ik denk – als wetenschapper en opbouwwerker – dat het beter is om identiteit te zien als een positie die mensen innemen.
Daarnaast is het belangrijk om na te gaan: Wat willen mensen? Elke persoon wil zich ontplooien, zelf ontplooien. En om je te ontplooien is het van belang dat anderen je erkennen. Daarin heb je een aantal verhalen, herkenningsverhalen. Eén van die verhalen is dan je identiteit. Maar dan neem je een positie in, b.v. dan zeg je “Ik ben een Marron” of “Ik ben een Surinamer, Marokkaan of Nederlander” en van daaruit wil ik handelen. Daarom is het belangrijk dat mensen leren om niet meteen te vragen “wat ben je?”, maar te vragen “wat wil je?’’ “wat ben je aan het doen?”. Het moment dat je deze twee vragen stelt, is het moment waarop het mogelijk is om een gesprek met elkaar te hebben.
Oosterhoff: je zegt identiteit is een positie innemen. Hoe doe je dat?
Guadeloupe: je kijkt naar datgene wat mensen doen. In Rotterdam Zuid waren vele jongens bezig met brassbands. Brassbands waren ontzettend populair. Wat ik zag, was dat deze jongens een ruimte voor zichzelf creëerden. Brassbands werd iets Rotterdams dat vele verschillende groepen konden waarderen. Dat is een manier om erkenning te vragen. En als we dan afstappen van alleen dat zwart/ wit denken, dan zag je jongens van Kaapverdië, Suriname, Antillen of van diverse andere Afrikaanse landen, die kwamen en leerden elkaar kennen. Er ontstond een nieuwe identiteit, een nieuwe positie en die positie was: ik wil goed brassband leren spelen. Daaruit kon je met ze gaan werken. Je zag dat veel van deze jongens ook graag bezig waren met sport. Veel van deze jongeren hebben een vluchtelingen achtergrond. Zij moeten allen met elkaar iets doen. Als je denkt in termen als zwart/ wit of allochtoon /autochtoon dan mis je datgene wat mensen doen. Ik denk dat het van belang is om te kijken naar wat mensen doen en van daaruit te werken.
Ik merkte, – het gebeurde al in het Caribisch gebied en ik zie het nu ook hier gebeuren – dat mensen gaan geloven in elkaars bovennatuurlijke krachten. Bijvoorbeeld, je zag dat vele vrouwen bezig waren met relatieproblemen, met de vraag hoe zorg ik dat mijn man niet vreemd gaat. Men gaat met elkaar daarover praten en de ene noemt een Imam in Turkije en de andere kent een bonuman en die zou ook kunnen helpen. Dit zijn vormen van creolisering die in Nederland gaande zijnde en waarop je als welzijnswerker attent moet zijn. Je moet bewust zijn dat er – naast allerlei vormen van racisme – ook positieve krachten aan het werk zijn en daar moet je je als welzijnswerker op richten. Je moet investeren in de nieuwe vormen van samen-leving die aan het ontstaan zijn.
Oosterhoff: In een eerder interview heeft u, naar aanleiding van het vraagstuk slavernijverleden en alles wat daarom heen speelt, gezegd dat de mensen van nu in discussies met anderen worden verblind door oude etiketten en labels waardoor we “de ander” niet meer zien als medemens. En dat we afscheid moeten nemen van al die oude benamingen en met nieuwe begrippen moeten komen om met elkaar de discussie te voeren. Wilt u uitleggen wat u daarmee precies bedoelde?
Guadeloupe: dat was een gesprek over racisme. Er zijn verschillende definities van racisme. Ik zeg, racisme is het ontkennen van verschil. Zodra je het verschil ontkent, zit je in racisme. En dan is de vervolgvraag: over welk soort verschil gaat het? Het is het verschil dat je voor je hebt, het individu dat voor je is. Dat is wat racisme doet: het creëert een nieuwe soort gelijkheden. En dan heb je groepsdenken. Het moment dat je verschil niet ontkent, is het moment waarop je vraagt: Wat ben je aan het doen? Je kan ook vragen: waarvan ben je afkomstig? Vaker als ik met de jongeren werkte, merkte ik dat we hen niet vroegen “Waar kom je vandaan?”, maar “Waar ben je begonnen? En wat ben je verder aan het doen in het leven?”.
Cultuur wordt beleefd in een individu en als je daar begint en daar een gesprek mee voert dan kom je verder.Ik denk dat we iets moeten doen met die oude labels die we hebben geërfd.
Oosterhoff: wat is een voorbeeld van een oud label wat we hebben geërfd en waar we nog steeds mee werken?
Guadeloupe: een oud label is dat we nog steeds denken in “zwarten en witten”. Terwijl ik denk dat het veel zinniger is om te denken “ik heb te maken met iemand van Surinaamse afkomst – of van Antillaanse afkomst – “ en van daaruit het gesprek te voeren.
Oosterhoff: en nog een voorbeeld van zo’n oud label?
Guadeloupe: Ik heb een boek geschreven dat heet: “Adieu aan de nikkers, koelies en makambas”. Hierin stel ik dat niemand nikker of koelie genoemd wil worden, maar wel creool of hindoestaan. Waarom? En in hoeverre lijken deze begrippen op elkaar? Laten we daar de discussie over voeren. Laten we kijken of wij nog steeds bezig kunnen zijn met die oude labels, of laten we kijken of naar de hedendaagse praktijken, naar de vormen van levensstijlen die er ontstaan en van daaruit bezig zijn met beleid, bezig zijn met schrijven etc. En als mensen nog steeds bepaalde labels gebruiken, gebruiken ze die labels omdat ze denken dat ze daarmee iets kunnen bewerkstelligen. Hoe kunnen we die mensen uitnodigen en zeggen “wat jij wil bewerkstelligen? Daar heb je die oude labels niet meer voor nodig! Je kunt dat wat je wil misschien op een andere manier bewerkstelligen.”
Oosterhoff: dus dat die oude labels overbodig worden.
Guadeloupe: precies.