Burgemeester Aboutaleb, speech Kranslegging, 30 juni 2017

 

Excellenties, minister – nog altijd in ons midden – politiechef, raadsleden, burgers van Rotterdam en burgers van elders,

We zijn hier, op deze plek, om bij dit indrukwekkende monument, het slavernijverleden van Nederland te markeren. Een zwarte bladzijde. Ons slavenverleden dient gemarkeerd te worden en verdient de aandacht.

Onderdeel van de geschiedenis van Rotterdam, onderdeel van de geschiedenis van Nederland, onderdeel van de geschiedenis van de wereld. Onderdeel van de gezamenlijke geschiedenis. Van een gedeeld verleden. En wie denkt dat als je nu stilstaat bij de slavernij van dit moment, dat je alleen bij het verleden stilstaat, die heeft het mis.

Helaas bestaat er nog heel veel moderne slavernij overal op de wereld. En ook dat verdient op allerlei manieren de aandacht. Minister Ploumen heeft afgelopen jaren op haar manier op verschillende plekken in de wereld de aandacht gevraagd voor de moderne slavernij in de economie. De bloedkolen in Colombia, de kleine jongens en meisjes in Bangladesh en in Azië die in de confectie industrie werkzaam zijn, en dat allemaal voor het voldoen aan de giften van de mensen in het westen. Voortdurend aandacht voor dit vraagstuk is daarom ook erg belangrijk ook in de moderne tijd.

Ons gedeeld verleden is dat de ene mens de andere mens weghaalde bij zijn familie, weghaalde uit zijn geboortegrond, weghaalde bij zijn vrienden. Ons gedeeld verleden is dat de ene mens de andere mens tot slaaf maakte. De andere mens zijn waardigheid ontnam. Tot zijn eigendom maakte. Aan het werk zette, in mensonwaardige omstandigheden. Krenkte, sloeg, geselde, zwanger maakte tot op bloedens toe. Een klein mens gehouden. Respectloos behandelde, probeerde om het lichaam tot slaaf te maken en de ziel te knakken.

We zijn hier om deze pijnlijke periode toch te markeren. Om de wrede waarheid te herdenken en niet te vergeten.  En nooit te vergeten. Er zijn ook mensen die zeggen: ‘Ja, ach ‘tis allemaal zo lang geleden hè. Moeten we dit nog blijven doen?’ Ik herinner mij gesprekken die ik gevoerd heb als wethouder een aantal jaren geleden met mensen die betrokken zijn bij het behandelen van mensen die betrokken zijn bij families uit de Tweede Wereldoorlog. Joodse families. Omdat ik toen overwoog het Joods maatschappelijk werk in Amsterdam samen te voegen met het gewone maatschappelijk werk. En toen kwam ik erachter, dat was een pijnlijke conclusie, dat – weliswaar decennia later – de pijn van toen wel degelijk doorwerkt in generaties later. Je kan het niet zomaar veronachtzamen. Het tekent generaties en daarom is het belangrijk: het blijven herdenken en blijven stilstaan bij dat verleden en de aandacht hebben voor dat vraagstuk. Het is nooit zó heel lang geleden.

Ons slavernijverleden is nog steeds voelbaar in het heden. Beeldvorming, stereotypering, discriminatie, komen voluit in onze samenleving. Nog steeds. Ook tot de dag van vandaag zijn er mensen die denken dat als je een ander kleurtje hebt, dat je als mens minder in gewicht bent. Dat je minder waard bent. Of zelfs minderwaardig. Niets is minder waar. En daarom is het belangrijk om op een dag als vandaag die geschiedenis te blijven markeren.

Ten slotte zijn wij allemaal mensen en alle mensen zijn gelijk. Wij verdienen allemaal dezelfde vierkante meter op deze aardbol. Een mens is een mens en de omgeving van de mens is de medemens, zei mijn nacht-evenknie in Rotterdam, Jules Deelder.

Een mens is geen slaaf. Kán geen slaaf zijn. Een mens is geen werktuig. Kán geen werktuig zijn. Is geen dier, is geen handelswaar, is geen tweede- of derderangsburger, kan niet gezien worden als instrument om er geld mee te verdienen. De ene mens is niet beter dan de andere mens. Onze daden kunnen verschillen, dat wel. Maar in onze intrinsieke zijn, zijn wij wie wij zijn en daar kan geen verschil over zijn. Diversiteit en verschil zijn een rijkdom voor de mensheid.

Het maakt niet uit wat voor kleur je hebt, waar je geboren bent, waar je vandaan komt of waar je naartoe gaat, waar je in gelooft, wat je doet of wat je zegt: een mens blijft een mens. U kunt het gedrag van een ander mens afkeuren, u kunt het met een ander mens oneens zijn, maar nooit zeggen dat een ander mens minder is of minderwaardig is.

Het is dan ook tijd! En ik ben het eens met iedereen die zegt dat deze donkere bladzijde in de Nederlandse geschiedenis ook zijn plek moet hebben in het onderwijs. Dat wij daarvan bewust moeten zijn. En dat dat belangrijk is om dit aan onze kinderen over te geven. Ik ben zelf als burgemeester jaren geleden begonnen met schoolkinderen mee te nemen naar een herdenkingskamp voor de Tweede Wereldslachtoffers in het oosten van Nederland. En ik denk dat het heel goed is om te bekijken of het zinvol is om – hier – uitstapjes van schoolkinderen naar dit monument te organiseren. En te spreken over dit monument en waar het ook voor staat. Het kan zinvol zijn voor heel veel kinderen om het beeld bij te sturen. Het is belangrijk dat het ook zijn plek heeft in de bladzijden van de geschiedenisboeken van onze kinderen. Ten slotte draagt dat ook bij aan het bewustzijn. Niet alleen van het slavernij in het verleden, maar motiveert het ook onze mensen te blijven werken aan vrede, gerechtigheid en gelijkheid.

Ik weet dat er ook heel veel onvrede is in de samenleving als het gaat om de discussie over de Zwarte Piet. En als niemand het vandaag durft aan te snijden dan doe ik het dan maar zelf. Het is geen gemakkelijk onderwerp. Ik realiseer mij dat ook. Toch is het denk ik heel belangrijk om het ook de komende periode…, zeer intens, alle partijen die daarmee van doen hebben, bij elkaar te brengen en het gesprek daarover ook te bevorderen. Ik heb zelf een eerste gesprek al reeds achter de rug. En ik verwacht in het najaar wederom partijen bij elkaar te brengen. Ik denk dat de weg van de geleidelijkheid ons wel degelijk daar gaat brengen. Dat de wijsheid gaat zegevieren. De opvatting dat Sinterklaas en Zwarte Piet van iedereen is, die wordt door mij ook uitdrukkelijk gedeeld. En ik zal me daarvoor blijven inzetten. Ook de komende periode om met elkaar de geleidelijke weg te organiseren. Het moet er wel op aankomen dat partijen zelf de bereidheid hebben het gesprek daarover te voeren. Ook daar geldt: als je heel hard wil, kunnen soms kabels kapot gaan, maar de weg van geleidelijkheid brengt ons hopelijk daar wel waar wij moeten zijn.

Tot slot denk ik dat dat geweldig is dat de organisatie die hier achter zit dit blijft doen. Hou elkaar vast. Het is niet voor niks dat ik zelf een aantal jaar geleden tegen de organisatie heb gezegd: ‘Ik wil deze gebeurtenis optillen tot een gemeentelijke herdenking’. Dat ziet u aan het feit dat onze bodes in vol ornaat hier in hun kostuum van de gemeente Rotterdam staan om straks behulpzaam te zijn bij de kransen die gelegd zouden moeten worden. Ik heb ook de politiechef gevraagd om met mij deze traditie de komende jaren ook voort te zetten. Om ook te laten zien dat dat voor ons allemaal in de veiligheidsdriehoek een heel belangrijk evenement is. Het optillen is niet alleen bedoeld om de initiatiefnemers te ontzorgen, maar om werkelijk deze herdenking een plek en een gewicht te geven. Ik ben blij met zoveel dienders die hier vandaag ook staan om met ons stil te staan bij deze gebeurtenis.

Een gezamenlijk verleden, een pijnvol verleden, kun je alleen maar dragen ook in gezamenlijkheid. In Zuid-Afrika, waar het mooie liedje van net ook vandaan kwam, staat op het vliegveld in Johannesburg als je het land verlaat de prachtige volzin: ‘’Als je snel wil, ga je alleen. Als je verder wil komen, ga je samen’’.

Dank u wel.

(Transcriptie met medewerking van Dulcineia Lopes de Brito)

 

Keti Koti Lecture opbrengst dialoog

(Foto Stacii Samidin/ CBK)

 

Keti Koti Lecture 2017 Dialoog

Hieronder treft u het overzicht van alle door de deelnemers ingebrachte ideeen en reacties op de drie vragen. Dit is wat de deelnemers zeiden:

Dialoog vraag 1: Wat betekent de herdenking van de afschaffing slavernij voor u?

  • Moment van herdenking, teken, moment van bezinning
  • Ik ben blij dat wij elkaar konden vertellen over het gevoel, de bagage van de slavernij
  • Als volk jezelf herontdekken + roots
  • Keti Koti betekent ook gezelligheid en lekker eten
  • Stilstaan bij je geschiedenis + reflecteren + oplossingen zoeken voor globale problemen van de zwarte mens + de link tussen geschiedenis en actualiteit = bewustwording
  • Kennis overdragen
  • Belangrijk om jaarlijks stil te staan bij het gezamenlijk verleden en er over te vertellen
  • Een begin van beter-onderwijs is juist over dat verleden
  • Cultuur en religie, erkenning en herkenning, facilitair van de gemeente om elkaar te leren kennen
  • Collectief geheugen, blijven accentueren, op de agenda plaatsen, samen doen
  • Wrijvingen over en weer, wel over blijven praten, werken aan de pijn
  • Onderdrukt, wel geleidelijk meer aandacht, maar weinig aandacht vanuit witte mensen / de maatschappij, nog niet in collectief geheugen
  • Zwarte pieten discussie
  • Educatie voor de nieuwe generatie
  • Herdenken van familie verleden, voorouders, afkomst
  • Aandacht, bekendheid, is voorwaarde voor…
  • Onderdeel maken van collectief geheugen en bewustwording van gemeenschappelijk verleden >> blijven herdenken kan bijdragen aan toenadering van groepen tot elkaar
  • Gezelligheid
  • Vrijheid, geen katibo
  • Vergroten van bewustzijn, bewustzijn over zaken uit ons verleden en de invloed daarvan op de huidige stand van zaken in onze gemeenschap
  • Herdenken = helen
  • Herdenken = stilstaan bij gemeenschappelijk trauma, leren/ begrijpen/ bewustwording
  • Meer aandacht op scholen, groter vieren, diversiteitsbeleid, echt herdenken in HEEL Rotterdam
  • Bewustwording, stilte, vragen
  • Het betekent niet veel want wij werden niet grootgebracht met de slavernij, het moet een nationale gedenkdag worden
  • Bewust-zijn, aandacht
  • Verzwegen verleden ipv gedeeld verleden
  • Witte mensen hebben de taak om deze bewustwording ook uit te dragen
  • Herdenken heeft een helende werking
  • Zorgen voor meer bekendheid, Keti Koti
  • Ik ben mij ervan bewust dat het koloniale verleden een ieder aangaat. 1 juli zou daarom een vrije dag mogen zijn
  • Bewustwording, stilstaan bij verworven vrijheden
  • Begrip tonen naar elkaar over dit verleden
  • Tussen 2 culturen in
  • In het dagelijks leden nemen wij (nazaten) het mee, voelen zich opgelaten hierover te praten
  • Verzwegen verleden
  • Geef gewicht aan ons gedeeld koloniaal verleden
  • Bewustzijn en delen van collectieve geschiedenis
  • Bewustwording in maatschappelijke context
  • Empowerment
  • Hierdoor heb ik meer van mijn voorouders/ geschiedenis geleerd
  • We mogen leven in relatieve vrijheid en beschikken over onze overleving
  • Invulling vrijheid is verschillend voor een ieder
  • Vrijheid >> of hopen dat het vrijheid kan zijn… meer bekendheid binnen onderwijs… onderling
  • Stilstaan bij de periode tot aan de afschaffing èn wat er moet gebeuren om de bewustwording te vergroten
  • Erkenning
  • Viering
  • Stilstaan bij vrijheid
  • Nadenken en stilstaan bij de geschiedenis (ik ben een witte man) waar we allemaal deel van uitmaken
  • Er moet worden geluisterd, het moet verteld worden
  • Geheugen doorgegeven, posttraumatische stress
  • Collectieve geweldsbeleving
  • Herschrijving geschiedenisboeken mbv digitaal onderwijs
  • Leren zelfonderzoek te doen naar de eigen geschiedenis en dan naar een breder beeld
  • Kritische zelfreflectie
  • Bewustwording blijven doorgeven
  • Stilte
  • Collectief vergeten
  • Collectieve bewustwording over wie de geschiedenis schrijft en het koesteren van een groot goed namelijk VRIJHEID
  • Hoe trekken we de herdenking breder? Onderwijs, media, overheid?
  • Wat er toen gebeurde was heel erg en nu kunnen we onze eigen mening hebben

 

Dialoog vraag 2: Wat verwacht u van de gemeente/ overheid?

  • Nationale vrije dag op 1 juli
  • Laten zien dat het (Keti Koti) er is en er toe doet
  • Support geven aan Keti Koti
  • Nationale herdenkingsdag of – feestdag
  • Slavernij verleden onderdeel maken van het geschiedenisonderwijs
  • Katibo Ba Bagasi – oma vertelt – Berg en dal Nijmegen – slavernijverleden
  • De zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis gezamenlijk herdenken
  • Slavernij/ politionele acties / koloniale verleden
  • Verandering: financiële middelen, beleid in de politiek en onderwijs, structureel beleid, erkenning, niet bagatelliseren, respect
  • Meer erkenning geven aan de slachtoffers van het slavernij verleden
  • Meer investeren in dit soort bijeenkomsten opschalen, meer media aandacht voor dit onderwijs
  • Het organiseren van “all inclusive” denktanks zodat er beleid wordt gecreëerd dat niet alleen top-down is
  • Een gedeelte van het programma onderbrengen bij de overwegend witte culturele evenementen zoals de Parade of Metropolis
  • Herkenbaarheid creëren
  • Educatie
  • Wij-zij benoemen
  • Lokale, inclusieve plekken aandacht geven en erin investeren
  • Onderwijs (formeel)
  • Aandacht koloniaal verleden in het onderwijs
  • Serieus nemen van de nationale geschiedenis
  • Aanbieden van vernieuwd lesmateriaal
  • Visueel maken van de aankondiging herdenking
  • Meer budget
  • Dat kan: meer aandacht en het faciliteren van meer informatie/ de lezing dmv subsidie
  • Dat we op scholen doorverteld… samen met Anne Frank… ik doe het samen met verhaler-verteller op scholen
  • Op scholen meer educatie, zowel basis als voortgezet
  • Dit soort bijeenkomsten
  • Aandacht op landelijk niveau
  • Verbreding/ verdieping van het lespakket
  • Straatnamen/ namen van scholen en instellingen met een “koloniaal verleden” veranderen
  • Gemeente – overheid – onderwijs: kijken naar de lesstof opleggen
  • Erkenning en meer inzicht en kennis naar de jongeren toe
  • Investeren in de jongeren
  • Lans breken voor meer diverse verhalen over wereldwijde slavernij (verschillen aanduiden) en brengen naar deze tijd
  • Durven over oud zeer te praten
  • Monumenten meenemen tijdens het gidsen/ rondleidingen, tijdens rondvaarten
  • Onbegrip – onverschilligheid – vrees voor het obekende – drempels over/brengen wederzijds
  • Meer activiteiten over het jaar gespreid op scholen t.b.v. een collectief geheugen
  • Geschiedenis moet naar boven, ook van Indonesië, Suriname, sporen van het verleden oplichten
  • Belangstelling tonen
  • Investeren in onderwijs
  • Onderwijs: gemeente moet zich inzetten voor educatie over slavernij, liefst vanaf bovenbouw basisscholen en op voortgezet onderwijs, als verplicht onderdeel en met medewerking van goede docenten
  • Stellingname politici in publieke debat: niet bagatelliseren!
  • Gemeente zou voor dit thema een goed netwerk moeten hebben met alle scholen in Nederland
  • Koloniale monumenten en straatnamen opnieuw onder de loep nemen
  • Meer richten op neutrale feestdagen voor meer inclusiviteit; scholing en onderwijs hierover
  • Monumenten en straatnamen opnieuw bekijken
  • Meer afspiegeling van de kleurrijke samenleving op het bestuurlijk niveau
  • Straatnamen veranderen: Witte de With, Rochussen, Piet Hein, Michiel de Ruyter
  • Dat de burgemeester bij deze herdenkingsbijeenkomst aanwezig is (als voorbeeld)
  • Investeren in diversiteitsbeleid in het algemeen en divers cultureel aanbod
  • Er op sturen dat het VOC verleden zoals het wordt verteld in musea ook het slavernijverleden vertelt
  • Meer aandacht
  • Meer aandacht in het onderwijs voor de slavernij geschiedenis dmv boeken, visuele middelen
  • Toekomstgericht: nationale feestdag en sociaaleconomische positieverbetering in de maatschappij
  • Educatie aanbieden
  • Media aandacht verspreiden over verschillende herdenkingen
  • Verbindende factor
  • Faciliteer stedelijke events met focus jeugd
  • Richt herdenkingsmuseum op
  • Laat initiatief bij gemeenschap/ bewoners
  • Investeren in publiciteit voor herdenkingen
  • Museum van de geschiedenis van de stad met een deel over slavernij en “handel”

Dialoog vraag 3: Welke stappen kunnen wij zelf in Rotterdam zetten?

  • Verhalen vertellen over mijn geschiedenis
  • Actief burgerschap
  • Aan heel veel mensen vertellen dat ik naar de herdenkingen ga als blanke man
  • Eigen verantwoordelijkheid nemen
  • Achterban mobiliseren om ons vanuit kracht te ontwikkelen
  • Vrijwilligerswerk
  • Kennis delen
  • Niet door media laten misleiden
  • Onderzoek doen
  • Meer bekendheid op scholen
  • Beroep doen op feiten
  • Elkaar beter leren kennen
  • Openstaan voor elkaar
  • Dialoogtafels en Keti Koti tafels
  • Thematisering op scholen
  • Niet onverschillig zijn maar – waar nodig – bijstellen en bijsturen
  • Bezoeken en onderzoeken van de juiste bronnen
  • Bewustzijn vragen en agenderen van de herdenking op 30 juni en de voering op 1 juli
  • Bewoners initiatieven
  • Sommige mensen willen het weten, andere niet en dat moet je respecteren
  • Bewustwording naar omgeving
  • Aanwezigheid bij evenementen, feesten, eten, muziek
  • We moeten zelf klein beginnen en dan uitbreiden; begin bij jezelf en familie
  • Welke stappen moeten wij ondernemen met scholen, wijkcentra en ook landelijk
  • Door met de mensen in de (andere) omgeving erover te hebben, al is het ongemakkelijk. Je moet informatie zoeken en dus doorgeven.
  • Verbreden – makkelijker te vinden
  • Vanuit de VN meer kennis weergeven over het Decennium voor Mensen van Afrikaanse afkomst.
  • Vrouwen in het verhaal betrekken
  • Naar herdenkingen en bijeenkomsten gaan
  • Met mensen praten waar je normaal niet mee zou praten
  • Activiteiten ontwikkelen, zoals lezingen en cursus, voor educatie
  • Meer bekendheid geven via social media, flyers, informatie verspreiden in de eigen omgeving zoals buurthuizen
  • Jonge mensen bewust maken
  • Goed voorbeeld doet volgen
  • Collectief organiseren kan meer afdwingen
  • De 1e en 2e lijnsorganisaties moeten zich beter manifesteren
  • Beter organiseren: bibliotheek, archief, documentatiecentrum in Rotterdam
  • De moed niet opgeven en erop vertrouwen dat de racisten van vandaag ook ooit tot bewustwording zullen komen
  • Niet in de algemene babbel blijven hangen
  • We doen zelf al genoeg
  • Creatieve productie-opdrachten geven aan studenten ROC en Hogescholen
  • Bijeenkomsten bijwonen
  • Met wijkbewoners in gesprek gaan, met scholen en onderwijs, met alle betrokkenen en dingen DOEN
  • Keti Koti tafels organiseren en faciliteren
  • Films maken over en musical schrijven. Kunstuitingen.
  • Communiceren, praten met anderen. Verhalen delen. Dialoog aangaan. The common ground vinden.
  • Praten, herdenken, feesten, muziek verbindt!
  • Conservatisme doorbreken door zoektocht naar gemeenschappelijkheid
  • Omgeving bewust maken
  • Plekken/ momenten faciliteren om verbinding tussen verschillende bevolkingsgroepen mogelijk te maken
  • Wij – zij benoemen
Keti Koti platform voor gesprek

Keti Koti Lecture dialoog olv Malique Mohamud

(Foto Stacii Samidin/ CBK)

 

Malique Mohamud: Zoals Harlow in zijn introductie aangaf, burgerschap kent vele dimensies en in het kader van actief burgerschap, gaan wij vandaag met elkaar in gesprek om te onderzoeken hoe we het bewustzijn rondom het slavernijverleden in Rotterdam en daarbuiten kunnen stimuleren. Dat gaan we doen in een aantal rondes. Er staan drie vragen klaar op de power point presentatie, we gaan ons in groepjes opdelen. Ik verzoek u om groepjes van acht te maken. Voordat we daarmee gaan beginnen, wil ik u de gelegenheid geven om dr. Balai vragen te stellen. Zijn er al vragen?

VRAGEN AAN LEO BALAI

Vraag uit de zaal: Ik vond de lezing heel duidelijk. Als ik hier om me heen kijk denk ik dat mensen het slavernijverleden in het geheugen hebben opgenomen. Is het niet juist interessanter om te bedenken hoe we die mensen kunnen bereiken en spreken, die het niet hebben. Om te bedenken hoe we het in het collectieve geheugen kunnen opnemen.

Malique: Dus, hoe kunnen we nog meer mensen bereiken? Mensen die niet bekend zijn met het slavernijverleden?

Dr. Balai: Ik denk dat het feit, dat er mensen hier zijn, die geen nazaten zijn van slachtoffers van de slavernij, dat dat al een stap in de goede richting is. Niet iedereen hier in deze zaal heeft een slavernijverleden, dus ik denk dat langzamerhand (en dat is ook het belang van dit soort bijeenkomsten) dat de zaal heel gemêleerd is. Mensen uit verschillende etnische groepen, verschillende kleuren, etc. Dus, ik denk dat het tijd nodig heeft en je moet het blijven uitleggen. Ook in je eigen omgeving. Dan komt het wel goed. Denk ik.

Vraag uit de zaal: Bedankt voor uw speech, ik heb ervan genoten. Maar ik had wel een kleine kanttekening. U eindigde u speech met een oproep naar de jeugd om zich vooral te focussen op het Caribisch gebied. Is dat niet een enorme gemiste kans? Afrika heeft namelijk al een enorme deuk opgelopen, juist door die geschiedenis. Afrika is geen populair continent, laten we dat stellen. Uw oproep proeft een beetje bitter bij mij. Is het niet een gemiste kans?

Dr. Balai: Ik geef eerst het onsympathieke antwoord. Dit is: we hebben niets te zoeken in Afrika, de nazaten van de slaven. En dat komt omdat… Ik heb daar een heleboel literatuurstudie naar gedaan. Naar mensen, die teruggingen naar hun roots, waarvan zij meenden dat het hun roots waren, in Ghana, Elmina bezocht hebben. En tot de ontdekking kwamen, dat men daar totaal geen boodschap heeft aan het slavernijverleden. Er zijn een heleboel mensen in de omgeving van Elmina, die zeggen: Ja, het was een periode uit onze geschiedenis en verder, het is gebeurd. En wat dat betreft, dit is het tweede gedeelte van mijn antwoord: In 1444 begon de slavenhandel. Rond 1500, toen de Portugezen Brazilië veroverd hebben, werden de eerste Zwarte mensen verscheept naar Zuid-Amerika. Dat is bijna 600 jaar gelden. Er is een nieuwe cultuur ontstaan. Iedereen die in dat gebied is geweest, of het nu in Trinidad is met Calypso, bij ons in Suriname met Bigi Poku, of op Curaçao met Tambu. Het is een andere cultuur. En mijn opvatting is, als je je roots wilt zoeken, zoek ze dáár. Die discussie is nog gaande en het zijn ook felle discussies. Want de voorstanders zeggen: er is een nieuwe cultuur ontstaan.

Malique: En hoe reageren jongeren op dit pleidooi?

Dr. Balai: Sommige die zijn het met me eens en er zijn ook mensen die mij verfoeien met deze opvatting. Maar ik denk dat je die discussie met elkaar moet voeren. Van: waar zijn we naar op zoek en waar willen we naar toe? Er is een heel mooi boek en dat heet: ‘Lose your mother’, over iemand die op zoek is naar zijn eigen roots. Een Amerikaanse mevrouw, die gedurende haar hele jeugd zei: Afrika, dat is mijn land. En ze komt daar, en ze komt in Elmina en het eerste wat ze hoort is dat mensen zeggen ‘Obruni’, vreemdeling. En toen was ze een beetje genezen. Het geeft veel teleurstelling. We weten bijvoorbeeld, in de Surinaamse gemeenschap, als je hier lang in Nederland hebt gewoond en je gaat terug, dan wordt je ook Hollander genoemd. De tijden veranderen.

Vraag uit het publiek: Een korte vraag. Afrika is geen land en tegelijkertijd….is het niet een beetje tegenstrijdig, want je pleidooi was het collectief geheugen, maar tegelijkertijd moeten we ons geheugen beperken tot het Caribisch gebied. Dat is wat je zegt.

Dr. Leo Balai: Nee, nee, nee. Die slavernij en slavenhandel is deel van ons collectief geheugen en het punt is dat in dat collectieve geheugen, wij doen alsof alleen witte Europeanen in slaven handelden, maar die geschiedenis heeft ook een keerzijde, die mensen werden verkocht door andere Zwarte mensen en het is goed om dat deel ook in ons collectief geheugen op te nemen.

Vraag uit het publiek: Mijn vraag is, is het misschien niet zo, dat die andere zijde, juist de reden is waarom de Afrikaan zich niet wil committeren? Dr. Balai heeft aangegeven, dat als je praat over de slavernij, dat meestal de witte kant wordt belicht en besproken. Hij geeft aan dat er ook een andere zijde is, namelijk die mensen die ervoor zorgden dat die handel plaatsvond. En die mensen, die zitten waarschijnlijk in Afrika. Is dat niet de reden dat wanneer men zoekt naar hun roots in Afrika, dat men niet thuis geeft?

Dr. Balai: Wat ik gelezen en met mensen besproken heb, dat mensen in Ghana, zonder Ghanezen daarmee te kort te doen, is dat als je daarnaar toe gaat, dat mensen vragen: Waar ben je nu naar op zoek? Het is een deel van de geschiedenis en die dingen gebeuren. Punt. En dat is pijnlijk voor als je denkt, zoals sommige mensen die hun roots in Afrika zoeken, ‘ik ga naar huis’, maar je gaat niet naar huis, die mensen kennen je niet.

Vraag uit het publiek: Mijn vraag is: hoe verklaart u het, dat mensen van het continent Afrika, of voornamelijk het land Ghana, mensen kunnen verstaan uit het binnenland van Suriname. Als er geen connectie is, hoe kunnen ze elkaar dan wel verstaan?

Dr. Balai: Er zijn groepen in het binnenland van Suriname, in sommige Marron gemeenschappen die sommige Ashanti talen gedeeltelijk verstaan. Net zoals Nederlanders, Zuid-Afrikaans voor een deel kunnen verstaan. Maar dat zegt verder niets over de band die je met elkaar hebt. Wat mijn pleidooi is, laten we met elkaar goed nadenken, als je op zoek bent naar je roots of een verklaring voor jezelf, dan denk ik dat je beter in het Caribisch gebied kunt zoeken, omdat daar een nieuwe cultuur en een nieuw volk is ontstaan. Omdat in de loop van de eeuwen het verschil tussen de mensen die getransporteerd zijn en de mensen die in West-Afrika zijn achtergebleven, ondanks taalkundige overeenkomsten soms, cultureel (…)

Malique: Maar, Dr. Balai, zegt u daarmee dat de behoefte en verlangen naar het vinden van de roots geromantiseerd wordt, met de focus op het Afrikaanse continent?

Dr. Balai: Wat ik zeg, is dat ik uit de literatuur heb geleerd, met name dat het tot hele grote teleurstelling leidt, omdat mensen denken “ik kom thuis” en dat is niet zo. Het is goed om te weten wat er toen gebeurd is en hoe. Maar ook is het belangrijk om realistisch te zijn over waar hoor ik thuis. Het is zeer interessant en ingewikkeld ook.

Malique: Dr. Balai, heeft u nog tips voordat mensen met elkaar in gesprek gaan om dit verhaal naar de Rotterdamse context te brengen?

Dr. Balai: Het is een beetje gemeen wat ik nu ga zeggen, maar de twee laatste opmerkingen die ik maakte over je roots in Afrika en zoeken naar het Caribisch gebied, daarvan zei ik ook: dames en heren dit is geen discussiepunt, ik leg het in het midden. Ik hoop dat u er onderzoek naar zult doen en dat u een boek schrijft dat ik weer kan lezen. Dus, sorry.

Malique: Van harte bedankt, Dr. Balai.

DIALOOG IN GROEPEN

Ik verzoek u groepjes te maken van 6-8. Probeer zoveel mogelijk ideeën en zo concreet mogelijke voorstellen (hoe we meer bewustzijn van het slavernijverleden in Rotterdam kunnen creëren) te inventariseren en van elkaar te leren. Elkaars perspectief kan erg verfrissend zijn. U tijd gaat nu in.

Slide 1: Wat betekent de herdenking van de afschaffing slavernij voor u?

Slide 2: Wat verwacht u van de gemeente/ overheid?

Slide 3: Welke stappen kunnen wij zelf in Rotterdam zetten?

Malique: We gaan de bevindingen in tien minuten terugbrengen naar de oplossingen. Ik zou graag Dr. Balai naar voren willen roepen en een vertegenwoordiger van het collectief der Hoge Scholen. Een hartelijk applaus voor Selina. Er is een groep studenten die het programma hebben geproduceerd.

Ronde 1

Post-it: Kritische zelfreflectie, blijven doorgeven en stilte.

Post-it: Collectief vergeten

Post-it: Herdenking afschaffen

Deelnemer: De geschiedenis is ook collectief vergeten (boek van Anderson). Wat vindt u hiervan Dr. Balai?

Dr. Balai: Ik weet niet wat Anderson precies bedoelde met collectief vergeten, maar ik denk dat dat voor een gemeenschap is het collectief herinneren een manier om je als gemeenschap sterk te maken, maar wat Anderson nu precies bedoeld met collectief vergeten…hij zou kunnen bedoelen ‘vergeef de andere’. Want vergeten kan ook zijn dat het geen item meer is om wraakzuchtig over te zijn.

Post-it: Collectieve bewustwording over wie de geschiedenis schrijft.

Reactie deelnemer: Ik heb dat opgeschreven omdat het me opvalt dat in de geschiedenisboeken heel vaak minder aandacht wordt besteed aan dit soort onderwerpen en dat het belangrijk is om dan te kijken waarom is dat zo. Met andere woorden, wie schrijft de geschiedenis op die wij uiteindelijk op scholen gedoceerd krijgen en dat het heel belangrijk is om daar ook verandering in te brengen.

Dr. Balai: Er is een begrip in de geschiedenis en dat is ‘silencing’. En de belangrijkste schrijver die hiermee bezig is geweest is een zekere Trouillot, een Haitiaanse onderzoeker. (Redactie: Mickel-Rolph Trouillot, Silencing the past, Power and the production of History, 1995) En dat begrip, verzwijgen, is op het moment in de geschiedschrijving een hele goede opvatting en begint langzamerhand tot mensen door te dringen. Wie schrijft nu de geschiedenis en wat laten ze naar voren komen en wat wordt verzwegen? Als je iemand vraagt maak een verslag over de bijeenkomst en opschrijven wat hij of zij belangrijk vond en de rest niet opschrijven. Als je een paar jaar erna het stuk leest, mis je een heleboel zaken die wel zijn gezegd, maar niet opgeschreven. En in de koloniale periode had je dat wanneer men geschiedenis schreef vanuit het oogpunt van de machthebber. Die schreef wat hij belangrijk vond en niet wat mensen die onderdrukt werden vonden, want dat was niet belangrijk. En dat is in deze tijd inderdaad het belang van het nadenken over de verschillende onderdelen van de geschiedenis.

Post-it: bewustwording van verworven vrijheden.

Reactie deelnemer: Ik denk wat voorouders hebben doorstaan, ervoor gezorgd heeft dat wij nu de vrijheid hebben, die wij hebben.

Ronde 2.

Post-it: museum van de geschiedenis van de stad met een deel over het slavernijverleden.

Reactie deelnemer: Als ik rondloop in een museum, zie ik vaak mooie verhalen over het VOC-tijdperk en ik denk dat daar vaak de zwarte geschiedenis mist.

Malique: Ik ben hier vandaag gespreksleider van dit programmaonderdeel, maar ik ben ook een actieve Rotterdammer. Uit ons onderzoek, naar de Rotterdamse cultuursector, zijn wij tot de conclusie gekomen, dat er van de 80 miljoen euro die jaarlijks uitgegeven wordt aan kunst en cultuur (dat bedrag ligt vele malen hoger, maar dat is de basis infrastructuur), gaat nog geen 2,5 procent naar organisaties die een weerspiegeling zijn van de stad en ook verhalen produceren die specifiek gericht zijn op een bepaald (aanzienlijk) deel van de stad. Wij proberen daar, samen met een hoop partijen is de stad, verandering in te brengen. Ik vind het interessant om na te denken over de ontwikkelingen die nu al in de stad gaande zijn en om daar meer ruimte voor te creëren. Ik weet dat er een interessante tentoonstelling nu te zien is in Witte de With, waar ook een hoop commotie om is ontstaan. Daarnaast is er een interessante tentoonstelling over architectuur, de stad en straatcultuur. Dus er zijn al een hoop zaken die je als Rotterdammer kunt bezoeken en ondersteunen. Want vernieuwing bestaat met de gratie van hen die het ondersteunen.

Post-it: faciliteer stedelijk events

Reactie: Dat heeft te maken met wat jij net zei over blue prints, bijvoorbeeld musea, laat meer werk van jeugd uit de stad zien. Laat ze hun verhaal vertellen.

Post-it: Nationale vrije dag op 1 juli.

Dr. Balai: Het lijkt me geen goed idee. Je hebt twee dagen die daarmee samenhangen. Wat wil je ermee bereiken, met een nationale vrije dag? En een tweede vraag: waarom zou je het doen? Je kunt het ook op een andere manier vieren

Malique: Is dat ook niet een vorm van erkenning, een vrije dag?

Dr. Balai: Nee, dan zou je 30 juni moeten doen. Die herdenking zou moeten op 30 juni, want 1 juli is een dag om te vieren. Geef mensen een halve dag (of paar uur) vrij om op 30 juni naar een herdenking toe te gaan, dat wel. Je kunt op 1 juli gewoon vrij nemen toch. Als je op alle dagen om te vieren vrij zou nemen, dan wordt er nooit meer gewerkt. In een multi-etnisch land hier. We moeten serieus blijven.

Malique: Daarom, het basisinkomen, dames en heren!

Post-it: Aan heel veel mensen vertellen dat ik naar de herdenking ga, als blanke man.

Reactie deelnemer: Ik kom hier nu al voor de vierde keer en ik vertel het iedere keer, maar het helpt niet zo heel veel. Maar mensen vragen het zich wel af waarom, en het helpt niet om ze mee te krijgen, maar ik blijf het doen. Dat zouden we allemaal moeten doen en verspreiden dat het een belangrijke week is, het begon bij Donner en eindigt zaterdag.

Malique: Hoe reageren je directe naasten?

Deelnemer: Veel mensen weten er niets van en daar schaam ik me voor, dat het niet beter in het onderwijs onderwezen wordt. Ze reageren niet negatief, maar zijn ook niet zo enthousiast dat ze meegaan. Misschien moet ik het nog enthousiaster vertellen.

Ronde 3:

Post-it: investeren in publiciteit voor de herdenking. Dat kan vanuit de gemeente/ overheid. Maar ook via crowd funding. Is het niet een idee dat we het over actief burgerschap hebben en er een grote behoefte is aan een dergelijke viering, en er ook vernieuwing zichtbaar is. Is het geen idee om een crowd funding op te zetten?

Reactie deelnemer: Het is een goed idee, maar dat mag de gemeente er niet van onthouden om ook een duit in het zakje te doen.

Malique: Zou het een idee zijn, om op het moment dat een crowd funding heeft plaatsgevonden, dit een aanmoediging zijn voor de overheid om miljoenen…

Deelnemer: We zijn onderdeel van deze stad en ik denk dat het een plicht is van onze stad om ruimte te scheppen voor ons, dat het ons recht is, maar dat wij ook een bijdrage kunnen leveren.

Harlow: Wij zijn het eens met uw stelling. Maar wij moeten ook duidelijk stellen, dat wij ook ondersteuning ontvangen van de Gemeente Rotterdam. Sinds 2 jaar wordt de herdenking, ook financieel, mede mogelijk gemaakt door interventie van de burgemeester. Hij heeft er voor gezorgd dat de herdenking van aanstaande vrijdag valt onder een officiële Rotterdamse herdenking. Dat betekent dat het gelijk geschakeld is aan 4 mei, de dodenherdenking. Dat betekent ook dat een hoop uitnodigingen rechtstreeks door de gemeente zijn verzonden, ook naar allerlei voormalig tweede kamer leden, allerlei relaties in de stad die wij niet direct hebben. Die ondersteuning hebben wij. Niet dat we gigantisch veel geld krijgen, maar het jaarlijks gesprokkel van een tientje hier een tientje daar, dat zijn we nu voorbij. Nu kunnen we ons in alle rust concentreren op de inhoud. Dus komt u aanstaande vrijdag! Het Caribisch netwerk van de militairen komt, Caribisch netwerk van de politie komt ook in tenue, om het plechtiger te maken. Dus daarmee, na jaren ploeteren, krijgen we stap voor stap, meer erkenning.

Malique: En wat is de significantie daarvan?

Harlow: Ik denk dat het een stap is dat de gemeente een signaal geeft van: Mensen, het is niet wij – zij, het is ons. Dat is het belangrijke signaal.

Malique: Van harte bedankt. Volgens mij wilde u wat zeggen.

Deelnemer: Die opmerking over de crowd funding, ik ben heel blij omdat je daarover vertelt. Sommige dingen moeten wel door de gemeente betaald worden. De geschiedenis is van ons allemaal, dus de gemeente heeft wel de plicht. Zoals de herdenking. Maar ik denk dat wij ons met crowd funding, met zaken die ons persoonlijk zijn, onze eigen geschiedenis, dat wij het zo zouden kunnen uitdragen. Crowd funding is hier een goed middel voor. Het initiatief moet bij de gemeenschappen zelf liggen.

Deelnemer: Even reageren op het feit dat de gemeente de herdenking ondersteunt, daar zijn we blij mee. Ik denk echter dat we ons niet alleen moeten richten op een herdenking. Wat ik mis is een stukje actie. Dat we dingen gaan doen en dat het gefaciliteerd wordt. Ik ben blij met wat we doen, maar er mag meer komen.

Malique: Bedankt voor jullie input. Dit alles wordt verwerkt in een verslag. Van harte bedankt.

AFSLUITING DIALOOG

(VOOR TOTAAL OVERZICHT VAN DE INBRENG UIT DE ZAAL, ZIE KETI KOTI DIALOOG)

Harlow: Wij danken alle betrokken organisaties, Radar, Hogeschool Rotterdam, DonaDaria, Keti Koti Connect. Wij danken alle aanwezigen. Wij danken ook Leo Balai, die het gezelschap vanmiddag op een mooie wijze heeft geprikkeld. Ik wil hier toch nog iets over zeggen: Leo heeft niet betoogd, dat mensen die hun African roots willen opzoeken, dat niet moeten doen. Hij heeft alleen op basis van literatuurstudie gezegd: Pas op, dat het niet een heilloze weg is. Dat ontslaat niemand van de mogelijkheid om in Afrika naar de roots te zoeken, en als je het doet, schrijf erover. Dat wij allen kennis kunnen nemen van jouw experience. Dat wilde ik toch even kwijt. Naar aanleiding van discussies die ik gevolgd heb. Bedankt dames en heren. Wij danken ook het gemeentebestuur voor de facilitering. En ik wil even een snelle enquête houden. Vond u het zinvol en vindt u dat we ermee door moeten gaan? Graag handen opsteken. Ik maak een schatting van 95 procent. Ik zie u allen aanstaande vrijdag, Lloydkade. Dank u.

Keti Koti Lecture spoken word door Mariana Hirschfeld

(Foto Stacii Samidin/ CBK)

 

Intermezzo spoken word Mariana Hirschfeld

We hebben net geluisterd naar Dr. Leo Balai. Mijn plicht als schrijver, verhalenverteller, is die verhalen te vertellen. Over het nazaat, verhalen over de slaven van toen. En dat allemaal om het collectief geheugen dat heel eenzijdig is, in veel gevallen, een soort plek te geven. We zitten nu in een zaal met mensen die een bepaalde connectie met de slavernij hebben of erin geïnteresseerd zijn, terwijl eigenlijk het hele stadhuis vol zou moeten zitten, omdat het ons allemaal aangaat. Ik spreek namens andere kunstenaars die dit ook belangrijk vinden.

Ik vertelde hem om te schrijven naar me.

Schrijven over zeeën en schepen.

Schrijven over doden en ketens, schrijven door ketens heen.

Schrijven over landen en tongen die vreemd zijn voor je.

Schrijf namen om niet te vergeten.

Schrijf namen over zijn zweep.

Over slagen gevuld met misplaatste macht over verse wonden en de dagen die niemand je gaf om te helen.

Schrijf namen want ik ben je niet vergeten.

Ik voel je nog steeds lopen.

Je zolen zijn nog steeds ingeprent in mijn huid.

Je handen gaan nog steeds door mijn haar.

Ik herinner me de dag dat je geboren werd.

Je was het nieuwste beetje leven in een wereld, die nog nooit zo oud was geweest.

Ik herinner me de dag dat je van me werd weggerukt.

Dus schrijf naar me.

Schrijf voor ouders die nooit de vruchten van hun zaad hebben gezien, noch geplukt.

Pak pen of blad, steen of mes, grafeer generaties en zielen die niet zullen sterven aan de bodem die hen gebaard heeft.

Schrijf namen, om jezelf te herinneren dat je ooit hebt geleefd.

Schrijf over me.

Want onze wortels liggen niet in de plantages die zij geplant hebben.

Schrijf over Afrikaanse gezegdes.

Want totdat de leeuwen hun verhalen vertellen zal het verhaal van de jacht altijd de jager verheerlijken.

Dus schrijf voor me.

Het is moeilijk om te schrijven in dingen waar je niet in geloofd, maar mensen houden van sprookjes, toch?

Maar het enige wat telt, is wat echt is.

Zoals de pijn.

Het feit dat je bent vergeten hoe het voelt om vrij te zijn.

En voor wat het waard is, stroomt richting je aderen en draag je revoluties in je ruggengraat en voor wat het waard is, is de oogst alleen groots voor wie zijt.

Dus schrijf.

Schrijf over mama’s kinderen die in de grond zijn gestopt als zaadjes.

De oogst heeft levens gekost.

De oogst heeft levens gekost.

Dus schrijf voor zusters en broeders.

Want Zwarte levens zouden niet alleen moeten boeien wanneer ze niet meer in leven zijn.

Echte verandering moet van binnenuit komen.

Wanneer je niet in iemand anders schoenen hoeft te lopen om te geloven in zijn of haar pijn.

En wat voor zin heeft het om een stem te hebben die niet spreekt waar ze nodig is.

Ze zeggen dat slavernij voorbij is, maar realiseren niet dat de theorie overbodig is.

Het enige verschil is dat je nu je eigen ketens kan kopen.

Metalen slavernij, achter de massa aanlopen en wie te veel bezit wordt bezeten en als resultaat zal je jezelf kwijtraken.

De dag dat je jezelf verkocht nam je afstand van zaken.

Dus zowel ik als jij moeten niet wachten op verandering, maar verandering maken.

Schrijf voor kleinkinderen, schrijf voor voorvaderen, schrijf voor vrijheid, schrijf voor mij en ik, ik schrijf voor jou.

Wees groots.

Groot genoeg om klein te durven zijn.

De enige rijkdommen die vervullend kunnen zijn is een ziel die uitstrekt over een eeuwigheid, een hart dat liefheeft waar haat heerst, een tong die in een kamer vol leugens spreekt over de waarheid.

Dus ik schreeuw voor je.

Ik spreek voor je.

Ik schrijf voor je.

Ik droom groter dan mijn woorden, meer dan mijn zinnen en nog steeds vinden velen het voldoende om me te veroordelen tot vier muren.

Hokjes vind ik als vagevuren, maar waar zij vuurvliegjes zijn ben ik een vuurvreter.

Vecht vol vertrouwen voor voogdij over mijn vrijheden.

Dat is de stand van zaken.

Keti Koti Lecture door Leo Balai

(Foto Stacii Samidin/ CBK)

 

KETI KOTI LECTURE Rotterdam 28 juni 2017

(Transcript: met dank aan Maria Luce Sijpenhof)

Introductie door Harlow Brammerloo: Mag ik u allen van harte welkom heten op deze lecture. Vanmiddag hebben wij de 5e lecture, begonnen in 2013 rondom de oprichting van het slavernijmonument. Toen ik hierheen reed, dacht ik: we hebben iets te vieren. Los van het feit dat wij u een heel mooi programma aanbieden, hebben wij te vieren dat dit voor de 5e keer gebeurt. Deze lecture komt tot stand door samenwerking met een aantal samenwerkende organisaties, naast Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, zijn dat Radar, DonaDaria, Gemeente Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en Keti Koti Connect. Wij zijn te gast in de Burgerzaal, een van de mooiste zalen in de stad. Wij danken het gemeentebestuur voor dit aanbod. (Kort welkomstwoord Sabine Wigmans namens de Gemeente Rotterdam). Het programma van vanmiddag. Het eerste gedeelte: Dr. Leo Balai. In het tweede deel zal Malique Mohamud het gesprek leiden, dat we samen met elkaar gaan voeren. Op basis van de wijze woorden die wij straks te horen krijgen van Dr. Balai gaan we met elkaar in gesprek. Aan het einde hebben wij een terugkoppeling van de wijze dingen die u allemaal gedeeld heeft en we sluiten af met een borrel, aangeboden door het gemeentebestuur. Maar voordat wij hier komen, zou ik u willen vragen, om allen op te staan voor twee minuten stilte.

(…)

BURGERSCHAP

Zoals ik eerder zei, is vanmiddag onze vijfde lecture. Vorig jaar, ging onze lecture over hoe het onderwijs omgaat met het Nederlands slavernijverleden. Juist omdat het onderwijs een van de manieren is om jonge generaties de juiste bagage mee te geven voor hun leven, als volwassenen in deze samenleving. Dit jaar, begon de voorbereiding met het thema burgerschap. Burgerschap vullen we met elkaar op diverse manieren in. Sommige mensen relateren het aan de gemeenteraadsverkiezingen of de landelijke verkiezingen. Nee mensen, burgerschap is veel meer dan dat. Burgerschap is de manier waarop we met elkaar omgaan, elkaar aanspreken, samen dingen doen. Of het op straat is, of het letten op elkaars kinderen, de politie inschakelen, kortom: burgerschap heeft vele dimensies. In de speech van Dr. Balai zullen elementen van burgerschap aan de orde komen, maar dat laat ik aan hem en u over.

Wie is Leo Balai? Voor ons geen onbekende. Leo was in de jaren 90 werkzaam bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding, LBR en hij werkte mee aan talloze publicaties om racisme en discriminatie te analyseren en tegen te gaan. Rond de eeuwwisseling was hij werkzaam in Rotterdam als secretaris van de Stedelijke Adviescommissie Multiculturele Stad. Daarna, ondernam hij een grote sprong in zijn leven en begon met een ambitieus project en promoveerde als historicus bij de Universiteit van Amsterdam en zijn proefschrift is in boekvorm uitgekomen. Het ging over het slavenschip Leusden. Een baanbrekend onderzoek op het gebied van de maritieme slavernijgeschiedenis. Het scheepvaartmuseum maakte hierover een tentoonstelling. In 2013, schreef hij een tweede historisch boek: ‘De geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel’. We kennen Leo als een man met een zeer drukke agenda, hij reist stad en land af om lezingen te geven en met groepen in gesprek te gaan over het slavernijverleden. Een voorbeeld hiervan is de Rudolf van Lier lezing, lezing koloniale kennismarathon, etc. Hij weet als geen ander wat het slavernijverleden met mensen doet, dames en heren, mag ik u aankondigen: Dr. Leo Balai.

Dr. Leo Balai:

Dankjewel. Zoals in de aankondiging staat vermeld wil ik het vanmiddag hebben over herdenken, herinneren en een paar opmerkingen maken over de trans-Atlantische slavernij. Al jaren doe ik onderzoek naar de vraag hoe is het zo gekomen? Wat is er gebeurd? Wat hebben mensen meegemaakt? Het lijden van mensen, gevolgen voor de nakomelingen, dat zijn onderwerpen die mij erg aanspreken en waar ik elke dag mee bezig ben.

HERDENKEN

Er zijn in Nederland niet veel nationale herdenkingen. Dat wil zeggen: herdenkingen die een nationale uitstraling en betekenis hebben. Ik gebruik herdenken in de betekenis van: tijdens een plechtigheid een gebeurtenis uit het verleden in herinnering brengen zoals bijvoorbeeld de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.  En dan zien we dat de belangrijkste en bekendste herdenking in Nederland is: de 4 mei herdenking: de dodenherdenking. Herdenking van alle Nederlandse slachtoffers sinds de 2e wereldoorlog en daarna worden herdacht. Andere herdenkingen hebben ook betrekking op WO2 zoals: op 25 februari wordt de herdenking van de Februaristaking herdacht (op 25 en 26 februari 1941 – massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Aanleiding van de staking waren de eerste razzia’s in Amsterdam waarbij honderden Joodse mannen opgepakt werden).  Op 14 mei zoals u weet de herdenking van het bombardement op Rotterdam.  Op 15 augustus de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en capitulatie van Japan. De laatste herdenkingen zijn geen herdenkingen waar grote groepen mensen bij elkaar zijn, maar iedereen weet wel dat die herdenkingen er zijn. Bijvoorbeeld de Februaristaking herdenking, daar komen vaak duizenden mensen op af. Naast deze herdenkingen, hebben we de herdenking op 30 juni of 1 juli: de herdenking van de slavernij in de Nederlandse koloniën. En op 17 augustus is de Tula herdenking. Deze is vorig jaar gestart in Rotterdam en ik hoop dat het een traditie wordt, want het is belangrijk.

Bij al deze herdenkingen zijn er meestal een of meer bewindspersonen of leden van de regering of burgemeesters betrokken. Wat mij opvalt is het (grote) verschil in belangstelling vanuit de samenleving voor de verschillende soorten herdenkingen.  Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat er sprake is van wij en zij herdenkingen.

WIJ-HERDENKING

De wij-herdenkingen, de inclusieve herdenkingen, zijn de herdenkingen waar de hele Nederlandse bevolking op de een of andere manier bij betrokken is of zich althans bij betrokken voelt. Het gevoel dat dit mij ook aangaat, zoals het bombardement in Rotterdam, wordt ook in Amsterdam door mensen herdacht. Er is als het ware nationale consensus dat wij met z’n allen deze gebeurtenissen moeten gedenken. Het zijn belangrijke momenten in onze geschiedenis die niet vergeten mogen worden. Het gaat dan om de Februaristaking, de Dodenherdenking, het bombardement op Rotterdam en de Indië herdenking. Wij – dus alle Nederlanders – voelen ons betrokken bij deze gebeurtenissen. Deze herdenkingen zijn ook belangrijk, omdat wij Nederlanders elkaar steunen in de verwerking van het leed dat ons (onze voorouders) is aangedaan.

ZIJ-HERDENKING

Anders is het met de herdenking van de slavernij. Dit noem ik een zij-herdenking, een exclusieve herdenking, namelijk een herdenking waarbij de opvatting is dat het niet ons allemaal als Nederlanders betreft. Zij – die andere Nederlanders, of zo u wil die Surinamers en Antillianen – herdenken iets uit hun verleden. En dat verleden – die slavernij dus – is in deze opvatting niet iets dat de Nederlandse bevolking als geheel aangaat. En dat is een opvatting die deels het gevolg is van te weinig kennis van deze periode waarin Nederland (of de Republiek was het toen) zich schuldig maakte aan de grootste misdaad tegen de menselijkheid.  Let wel: het gaat niet alleen om de witte Nederlanders, ook mensen uit andere etnische groepen voelen waarschijnlijk weinig affiniteit met de herdenking van de slavernij.

De opvatting dat de herdenking van de slavernij alleen de mensen betreft die nakomelingen zijn van de slachtoffers uit die periode, heeft voor een deel ook te maken met het verzwijgen van deze geschiedenis. Veel meer dan tot nu toe het geval is zal vooral in het onderwijs hier aandacht aan moeten worden besteed. Van belang is ook dat politici zich uitspreken over het belang van het herdenken van deze verschrikkelijke tijd. Een tijd die weleens omschreven is als: ‘(…) de wreedste, pijnlijkste en aan genocide grenzende schending van de mensenrechten uit de wereldgeschiedenis’.

Los van het wij – zij herdenken zien wij ook hoopgevende ontwikkelingen. Het feit dat er op verschillende plaatsen vormen van herdenking worden georganiseerd is belangrijk. Inmiddels zijn er 4 slavernijmonumenten in Nederland. Het Nationaal Monument Slavernijverleden (Amsterdam, 2002 opgericht), in 2003 werd er ook in Amsterdam een plaatselijk slavernijmonument opgericht, in Zeeland (Middelburg) in 2005 en het slavernijmonument in Rotterdam in 2013. Deze ontwikkeling geeft mij in elk geval de hoop en het vertrouwen dat er in de toekomst het besef zal zijn dat de herdenking van de slavernij niet alleen Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders aangaat, maar dat het een wij-herdenking zal moeten zijn.

HET COLLECTIEVE GEHEUGEN

Ik wil nu een paar opmerkingen maken over herinneren en wat men noemt: het collectieve geheugen.

In 1740 verging het VOC [Verenigde Oost Indische Compagnie] schip de Rooswijk. Het schip vertrok op 8 januari uit Texel en verging op 9 januari voor de kust van Engeland met een paar honderd schepelingen aan boord. Minister Bussemaker van Onderwijs heeft besloten geld vrij te maken om het wrak van dit schip (of de restanten daarvan) na meer dan 275 jaar te bergen. Ik weet niet of u ooit van de Rooswijk heeft gehoord, maar wat in dit verband belangrijk is, is de motivering van de minister om het wrak op te laten graven en daar 2 miljoen euro voor te reserveren. Ik citeer de minister:

“Steeds meer komt het besef dat deze sporen van ons maritiem verleden, voor velen onzichtbare resten op de zeebodem, een belangrijk deel zijn van onze identiteit. Scheepswrakken vertellen een verhaal. De twee eeuwen geschiedenis van de VOC maken deel uit van dat verhaal en ons collectieve geheugen,…”. (Historiek 18 april 2017).

Het gaat mij met name om het laatste. De opmerking van minister Bussemaker maakt duidelijk dat er zoiets is als een collectief geheugen. Geheugen heeft te maken met herinneren. Maar niet altijd hoeft dit een bewust herinneren te zijn. Er is natuurlijk een verschil tussen individueel geheugen en het collectieve geheugen als samenleving. Misschien hebben de meesten van ons nooit van het schip De Rooswijk gehoord, maar de VOC is een organisatie uit het Nederlandse koloniale verleden waar wij wel een voorstelling van hebben. Behalve degene die zich verdiept hebben in de geschiedenis van de VOC,  hebben weinigen echt kennis en inzicht in wat deze organisatie aan daden en misdaden heeft verricht. Maar wij zijn wel op de hoogte van het bestaan van de VOC en het belang van die organisatie voor Nederland toen, de Republiek toen; en daarom heeft de minister terecht opgemerkt dat die geschiedenis deel uitmaakt van ons collectieve geheugen.

HERINNEREN

Herinneren heeft alles te maken met ons collectieve geheugen als volk en wat wij als volk belangrijk vinden. Het gaat dan niet om het bewuste herinneren, dus bijvoorbeeld van een gebeurtenis die tijdens ons leven of kort geleden heeft plaatsgevonden. Bij collectief geheugen gaat het om de voorstelling die men heeft over het verleden of de interpretatie van gebeurtenissen uit dat verleden. Dit kan door middel van verhalen, boeken, films maar ook monumenten, kunst en plechtigheden of ceremonies.  Ik laat u een paar Rotterdamse monumenten zien die allemaal betrekking hebben op gebeurtenissen uit het verleden en die wij als samenleving belangrijk vinden om te bewaren in onze herinnering.  De monumenten zijn in sommige gevallen afbeeldingen van personen. Maar deze personen staan dan weer voor een belangrijke periode uit de Nederlandse geschiedenis. En worden dan ook gerekend tot ons collectief geheugen.

Toen u hier naartoe kwam bent u in elk geval bij de ingang van het stadhuis langs de 2 volgende beelden gelopen.

Hugo de Groot (1583-1645). Hugo de Groot is een wereldberoemde Rotterdammer; grondlegger van het internationaal zeerecht en oorlogsrecht. Het is iemand die wij niet als zodanig kennen, maar hij is wel deel van ons collectieve geheugen en daarom staat zijn standbeeld ook in deze stad.

Een ander beeld was van Johan van Oldenbarnevelt (1547 – 13 mei 1619). Hij is in Rotterdam pensionaris geweest. Op 13 mei 1619 is hij onthoofd in Den Haag. De beschuldiging was landverraad. Maar, het duurt te lang om uit te leggen dat het volgens mij geen landverraad was. Wel heeft hij een plek in ons collectief geheugen, want iedereen heeft weleens van Johan van Oldenbarnevelt gehoord.

Nog twee andere beelden in Rotterdam:

Erasmus (Grote kerkplein) Hij is geboren in Rotterdam, waarschijnlijk in 1466 (want hij wist niet precies wanneer hij geboren was). En in Bazel overleden in 1536. Alles ademt Erasmus in Rotterdam: de Erasmus Universiteit Rotterdam, het Erasmus MC;  Erasmiaans GymnasiumErasmusbrug. Rotterdammers kunnen niet zeggen: we hebben nooit van deze man gehoord. Hij is een deel van ons collectief geheugen. Hij is een belangrijke Nederlander, die onze geschiedenis mede vorm heeft gegeven.

Tenslotte laat ik een beeld zien van Piet Hein (hij staat op Piet Heynsplein in Delfshaven). Leefde van 1577-1629. Van Piet Hein is bekend dat hij de zilvervloot heeft veroverd van de Spanjaarden in Cuba, maar verder weten we niet zo veel van Piet Hein. Wat in de geschiedschrijving meestal wordt verzwegen is, dat hij in dienst was van de WIC. De WIC was een organisatie die zich op grote schaal met slavenhandel bezighield. Van Piet Hein weet men vooral dat hij de zilvervloot heeft veroverd en dat was een geweldige daad. Dat was het ook, maar de andere geschiedenis van Piet Hein wordt jammer genoeg meestal niet verteld.

Dit zijn allemaal beelden of monumenten die verwijzen naar personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Nederlandse geschiedenis. Maar ook abstracte beelden kunnen ons helpen herinneringen op te roepen of te bewaren. De volgende Rotterdamse monumenten zijn daar voorbeelden van:

Het beeld van Zadkine (Verwoeste stad), gaat over het bombardement in Rotterdam. Dit beeld houdt de herinnering levendig van de verwoesting van de binnenstad van Rotterdam in 1945. Wat het beeld zegt, ook voor mensen buiten Rotterdam, dit beeld verwoord iets wat verschrikkelijk is geweest. We hebben het opgeslagen in ons collectief geheugen, zonder precies te weten wat er precies is gebeurd, maar we weten allemaal, daar is iets verschrikkelijks gebeurd.

En nu kom ik dichter bij ons onderwerp van vandaag, en dat is:

(Foto Max Dereta)

 

het Slavernijmonument in Delfshaven (2013). Het is ook een beeld dat zal uitgroeien naar een deel van ons collectieve geheugen, hopelijk. Iets wat voor veel mensen belangrijk was. Belangrijk in de zin: het heeft veel opgebracht, financieel, maar ook belangrijk in het opzicht dat het veel leed heeft veroorzaakt. Een ander beeld is het:

Nationaal Slavernijmonument (Oosterpark Amsterdam/ 2002).

De slavernijmonumenten roepen de herinnering op aan het slavernijverleden van Nederland. Deze monumenten zijn natuurlijk niet alleen bedoeld voor de nazaten van de slachtoffers van deze misdaad tegen de menselijkheid. Maar zoals ik aan het begin van mijn lezing zei lijkt het erop dat het hier om “zij monumenten” gaat; monumenten zonder nationale uitstraling. Het zijn de monumenten van die andere mensen, van die andere Nederlanders. En, zoals ik eerder betoogde, zonder dat het merendeel van de bevolking zich hierbij betrokken voelt. Ik hoop het niet, maar U zult dat waarschijnlijk merken op 30 juni.

Ook door middel van teksten en afbeeldingen wordt het collectieve geheugen gevoed; foto’s en tekeningen zijn daarbij erg leerzaam en helpen het verleden te memoreren. Een belangrijke periode uit de Nederlandse geschiedenis is de periode waarin de tegenhanger van de VOC, namelijk de West Indische Compagnie (WIC) een belangrijke rol speelde in het vergaren van rijkdom voor Nederland. Deze organisatie hield zich bezig met de handel in goud, ivoor en mensen. Het laatste, de slavenhandel, heeft de organisatie, en dus de Republiek (Nederland) veel profijt gebracht. De WIC was mede-eigenaar van Suriname en had tot 1738 het alleenrecht om Afrikaanse gevangenen in dat land af te leveren. Die mensen kwamen gelukkig ook in opstand. Met harde hand werden opstanden in de slavenkolonies zoals Suriname de kop ingedrukt. Tegen de vrijheidsstrijders, die toen weglopers en opstandelingen werden genoemd, werd zeer hard opgetreden. Gevangengenomen vrijheidsstrijders werden op verschrikkelijke manier, als voorbeeld en ter afschrikking, terechtgesteld.

STEDMAN’S TEKENINGEN COLLECTIEF GEHEUGEN?

John Stedman, die in opdracht van de Staten-Generaal naar Suriname was vertrokken om de opstandelingen te bestrijden, werd letterlijk ziek van het geweld dat tegen gevangen genomen strijders werd uitgeoefend. Hij maakte verschillende tekeningen, die een goed beeld geven van de manier waarop de slavenhouders vrijheidsstrijders behandelden. Deze beelden zouden ook deel moeten uitmaken van ons collectief geheugen, maar worden in geschiedenisboeken niet getoond. Ik heb dat in ieder geval niet meegemaakt. Ik ben zo vrij u een paar afbeeldingen te laten zien.  Het gaat over slavernij, het gaat over slavenhandel, dus het zijn geen prettige beelden. De afbeeldingen spreken voor zich.

(tekening van Stedman): Dit is een beeld van een vrijheidsstrijder die op een gegeven moment gevangen genomen werd, en aan een galg opgehangen werd. Bedacht door gouverneur De Cheusses (1728-1734 Gouverneur van Suriname). Hij was de eerste gouverneur die een zogenaamde wegloper executeerde door hem eerst een ijzeren haak door de ribben te laten slaan en hem daarna aan de galg op te hangen. Als je archiefonderzoek doet kom je stukken van De Cheusses tegen, die over de WIC schrijft dat hij nadat hij ze aan de galg ophing er ook nog een vuurtje onder stookte, zodat die mensen zo lang mogelijk zouden lijden en dit een afschrikking zou zijn voor de anderen.

U ziet hier een ander beeld van een vrouw die gestraft wordt met een gewicht, rond, lood met een ijzeren ketting aan haar beeld.

Het derde beeld dat u hier ziet is een afranseling van een tot slaaf gemaakte vrouw die waarschijnlijk haar werk niet wilde doen of geen ‘relatie’ met haar baas wilde. Maar op die manier gestraft werd.

Ik probeer hiermee duidelijk te maken dat onze herinnering als natie zeer selectief is. Ik denk dat het belangrijk is ook de minder fraaie kanten van onze geschiedenis te durven tonen en bespreekbaar te maken. Ook de nazaten van mensen die geleden hebben onder het Nederlandse koloniale verleden en de slavernij hebben er recht op dat dit deel van onze geschiedenis te kennen en dat het niet verzwegen wordt.

Ik wil nu een paar gedachten met u delen over hoe nu verder. Hoe gaat het samenleven met elkaar in deze maatschappij.

SAMENLEVEN

Een belangrijke ontwikkeling van de laatste decennia is, dat vele nakomelingen van diegenen die in slavernij in Nederlandse koloniën hebben moeten leven, nakomelingen van slaven, zich nu in dit land hebben gevestigd. Het gaat om de nazaten van diegenen die het slachtoffer waren van een van de grootste misdaden tegen de menselijkheid (dit is ook als zodanig door de VN uitgesproken). Ik blijf dat zeggen omdat men het zich niet goed lijkt te realiseren. Het lijkt ver weg, maar het was echt een van de grootste misdaden tegen de menselijkheid. Maar met de komst van nakomelingen van nazaten van de slachtoffers, wonen we ook samen met nazaten van slavenhandelaren, zowel Europese als Afrikaanse, maken deel uit van de Nederlandse bevolking. Het heeft geen zin ze verwijten te maken wat hun voorouders waarschijnlijk hebben misdaan.

Toen de aankondiging van deze lezing op mijn facebook pagina verscheen was er op 8 juni een reactie van zekere Karel Gerard W. die schreef: “Hoe gaan wij als burgers van Nederland met ons slavernijverleden om? Voel me er niet schuldig aan!”

Als hij bedoelt dat hij niet schuldig is aan de Nederlandse slavernij en slavenhandel, dan heeft hij gelijk. Maar als de strekking van zijn opmerking is, dat hij er niets mee te maken heeft, dan vergist hij zich toch wel. Wij hebben allemaal te maken met het Nederlandse slavernijverleden; het maakt immers deel uit van ons collectieve verleden en dient een plaats te hebben in ons collectieve geheugen.  En dat te ontkennen heeft volgens mij geen zin. De opmerking maakt wel duidelijk dat dit deel van de Nederlandse geschiedenis nog niet echt een plaats heeft in ons nationale bewustzijn; in elk geval niet bij de schrijver van deze reactie.

Onder de nakomelingen van de slachtoffers van de slavernij zijn verschillende opvattingen over de verwerking of de omgang met dat verleden te onderscheiden. Sommigen kiezen ervoor de slavernijgeschiedenis te laten voor wat het is. De opvatting daarbij is, dat het al zo lang geleden is. ‘Wij moeten verder’ zegt men dan en het heeft geen zin alsmaar met dat verleden bezig te zijn. En die opvatting is misschien het gevolg van het besef dat de meerderheid van de bevolking eigenlijk geen belangstelling heeft voor het leed dat nakomelingen met zich meedragen. Maar het kan ook een manier zijn om de belasting uit het verleden te negeren. Volgens sommige onderzoekers kan deze houding ook het gevolg zijn van schaamte. Men schaamt zich over het slavernijverleden van de voorouders en wil daar niets meer over horen.

Een mogelijke ontwikkeling kan ook zijn dat men zich afkeert van de rest van de Nederlandse samenleving. Die anderen begrijpen toch niet wat het is om dat verleden te verwerken. Vooral in een samenleving waar men het onderwerp –het Nederlandse slavernijverleden – zo veel mogelijk probeert te verzwijgen. Wat mij betreft is dit geen wenselijke ontwikkeling. Deelname aan de samenleving is van belang omdat je daardoor als persoon je optimaal kunt ontplooien. Keerzijde van zich afsluiten van de samenleving is dat men doorschiet in de slachtofferrol.  De witten zouden dan de schuld zijn van alles wat op het persoonlijke vlak fout gaat. En ik denk dat we die richting in ieder geval niet op moeten gaan.

SLAVENREGISTERS

Voor nakomelingen (nazaten) zien wij ook een groeiende belangstelling voor het zoeken naar de namen van de voorouders en de slavenplantages waar men vandaan kwam.  Er is tegenwoordig veel materiaal als men op zoek wil naar de plantage of de plaats waar de voorouders gevestigd waren tijdens de afschaffing van de slavernij. Vaak vindt men dan verrassende gegevens over afkomst en familierelaties. Een paar weken geleden werd bekend dat de Surinaamse slavenregisters uit de periode 1830-1863 worden gedigitaliseerd. Hierdoor zullen deze registers ook toegankelijk worden voor mensen die op zoek zijn naar gegevens van voorouders in Suriname in de periode van de afschaffing van de slavernij.

Moeilijker wordt het voor diegenen die ook naar hun Afrikaanse roots op zoek willen. Daarbij gaat het erom te achterhalen waar de Afrikaanse voorouders vandaan kwamen. Afrika wordt daarbij opgevat als het gebied van waaruit de slavenhandel georganiseerd werd. Het gaat dus in grote lijnen om West-Afrika. De landen waar het om gaat zijn onder andere Liberia, Ivoorkust, Ghana, Benin, Nigeria, Kameroen.  Feitelijk het gebied dat zich uitstrekt van Senegal tot aan Angola in West-Afrika.

Anders dan Europeanen die op zoek gaan naar hun voorouders beschikken degenen die op zoek gaan naar hun Afrikaanse roots niet over de namen van hun voorouders. Witte Europeanen en Amerikanen hebben meestal hun eigen naam als aanknoping bij hun zoektocht. De Zuid-Afrikaanse (zwarte) filosoof Achille Mbembe beschrijft in zijn boek “Kritiek van de zwarte rede” hoe de Afrikaanse gevangenen van alle herinneringen en familierelaties werden afgesneden. Ik citeer:

“Voor Zwarte mensen die met de realiteit van de slavernij worden geconfronteerd, is [het verlies van de gemeenschap] in de eerste plaats genealogisch. In de Nieuwe Wereld wordt de zwarte slaaf juridisch uit al zijn familiebanden ontzet. Hij is dus ‘iemand zonder familie’. Die familieloosheid wordt hem bij wet en onder dwang opgelegd. Aan de andere kant is die derving van elke wettelijke verwantschap een toestand die wordt overgeërfd. Geboorte en afstamming geven geen recht op enige sociale band”. (Mbembe, 2016: p. 54).

Dit gaat in een nutshell over de ellende die mensen meegemaakt hebben, mensen die zonder naam, in schepen naar de andere kant van de wereld gebracht werden. Wat Mbembe hier terecht constateert is dat de Afrikaanse gevangenen, voordat zij de overtocht maakten van Afrika naar de slavenplantages in Amerika, elke persoonlijkheid werd ontnomen. Zij werden gebrandmerkt, kregen een (lading)nummer en hielden voor de slavenhandelaars in feite op menselijke wezens te zijn. Zij werden getransformeerd tot handelswaar en ook als zodanig behandeld.

ROOTS EN DNA

Terug naar de mensen die op zoek gaan naar hun roots in Afrika. Voor mij een onderwerp met de nodige haken en ogen. Van de ene kant begrijp ik dat dit een manier kan zijn om met het slavernijverleden om te gaan. Als aangetoond kan worden waar men oorspronkelijk vandaan kwam (dus welke voorouders men had) kan dit het gevoel van eigenwaarde vergroten. Ook al zal dit, anders dan bijvoorbeeld witte Europeanen en Amerikanen, die onderzoek doen naar hun roots, geen namen van voorouders opleveren.

Tegenwoordig is het mogelijk om aan de hand van genetische genealogische testen onderzoek te laten doen naar plaatsen van herkomst. In 2000 startte de Amerikaanse firma Family Tree DNA met deze vorm van genetisch herkomstonderzoek. En zoals het in Amerika gaat…In 2010 waren er al 38 van deze bedrijven die een aanbod hadden op het gebied van genetisch afstammingsonderzoek. Van deze bedrijven waren er 28 in de VS gevestigd en de rest verspreid over de wereld.

Een belangrijke vraag is natuurlijk wat een DNA test verder voor de persoon in kwestie kan betekenen. De verwijzing naar een bepaald land heeft een belangrijke beperking. Landen in West-Afrika zoals Ghana, Senegal, Kongo bestonden tijdens de periode van de Trans-Atlantische slavernij niet onder de naam, zoals ze nu bekend zijn. Daarnaast is er het probleem dat ook namen van sommige etnische groepen in de loop van de tijd zijn veranderd. Waar ook op gelet zal moeten worden, is dat sommige etnische groepen uit verschillende andere etnische groepen zijn samengesteld. Neem bijvoorbeeld de grootste etnische groep in Ghana, de Akan. Tot de Akan behoren ook andere bevolkingsgroepen zoals de Ashanti, de Fante en de Baule. Ondanks deze beperkingen kan het, zoals ik net opmerkte, een manier zijn om met het slavernijverleden om te gaan.

Ik ben persoonlijk niet zo gericht op het zoeken naar mijn roots in Afrika. Ik ben al tevreden met de kennis die ik zou kunnen vergaren over de plaats of de plantage waar mijn voorouders zich op de datum van de afschaffing van de slavernij bevonden. Van daaruit kan gezocht worden naar eventuele andere verwanten uit de slavernijperiode. Het gaat dan vooral om mijn voormoeders uit die periode. Dit geeft meer zekerheid over mijn afstamming. En het probleem dat je daarbij ook krijgt, we hebben in de loop van de tijd een heleboel gemengd bloed, dus je kunt misschien wel een voormoeder op een plantage vinden, maar je hebt ook andere voorouders. Dus het is een heel ingewikkeld gegeven.

 

KWESTIES OM OVER NA TE DENKEN

Tenslotte ter afsluiting twee opmerkingen. Eigenlijk meer kwesties die mij bezighouden en waar ik nog niet uit ben. Ik verwacht niet dat u hier en nu daarop hoeft te reageren, maar erover nadenken heeft volgens mij wel zin.

 

De eerste kwestie is het volgende: In de omvangrijke literatuur die ik in de afgelopen jaren heb bestudeerd is mij opgevallen dat de witte slavenhandelaar (de Europese handelaar) het meest in beeld is als het om deze mensonterende zaak gaat. Het lijkt alsof de Afrikaanse slavenhandelaar maar een bijrol heeft in deze kwestie. Terwijl het zonder de medewerking van deze mensen niet mogelijk zou zijn geweest de gevangenen op te halen en aan de Europese handelaars te verkopen. Dit houdt mij bezig. Meer onderzoek is dus nodig.

 

Een tweede opmerking die ik wil maken, waarvan ik merk dat het vaak tot de nodige discussie leidt, is het volgende: Ik merk soms dat er bij sommige zwarte mensen in Nederland een sterke oriëntatie is op Afrika. Misschien wordt het tijd om, zoals sommige schrijvers nu al suggereren, om de oriëntatie te verplaatsen naar het Caribische gebied. Ik denk dat na meer dan 500 jaar, dat gebied, of Amerika in zijn algemeenheid, misschien meer de omgeving is om onze roots te zoeken.

 

Ik dank u voor de aandacht.

 

Harlow Brammerloo: Leo bedankt. Ik vond het een heel evenwichtige speech. We zullen er later op doorgaan, maar wat ik zal onthouden is de wij- en zij-monumenten. Nogmaals bedankt.

Slavernij in het klaslokaal

Festivalposter 2017

Herdenking Keti Koti Rotterdam 2017