Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Wilma Gillis

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Wilma Gillis

‘Hoe modern en succesvol je ook bent, je hebt altijd een verleden’

28 Wilma Gillis

 

‘De oma van mijn oma was slavin. Ik heb een omslagdoek van haar die waarschijnlijk als hoofddoek is gebruikt in de slavernijperiode. Die heb ik geërfd van mijn moeder. Zij heeft hem weer van haar moeder gekregen en ik ga hem zeker doorgeven aan mijn dochter. Tijdens mijn trouwen droeg ik hem over mijn schouder als een soort sjerp. Voor mij heeft die doek een heel bijzondere betekenis. Ik ben er heel er zuinig op, want het is mijn connectie met mijn voorouders. Ik weet  dat slavinnen ze op heel bijzondere manieren vouwden. Iedere vouw had een andere geheime betekenis die de plantage-eigenaar niet kende. Zo konden ze toch met elkaar communiceren en elkaar boodschappen doorgeven. Bijzonder toch?’

‘En dan heb ik er ook nog een speciale ketting bij. Ook van de oma van mijn oma. Hij is gemaakt van zwarte glimmende steentjes. Een soort glas grit. Een hele tijd geleden deed mijn buurvrouw een keer de deur open en toen zag ik dat ze dezelfde soort ketting om had. Ik was stomverbaasd. Ze vertelde me dat die steentjes uit Zeeland komen. En direct was de link helder. De Zeeuwen waren heel actief in de slavenhandel. Die steentjes werden als ruilmiddel gebruikt. Zo zijn ze dus ook in Suriname terechtgekomen.’

‘We moeten  stilstaan en leren van wat er is gebeurd.  Je moet weten wat de drijfveren zijn van bepaalde families en waarom mensen zijn zoals ze zijn. Mijn eigen familie heeft bijvoorbeeld een stuk grond van tachtig hectare in Suriname. Mijn overgrootopa heeft dat net na de afschaffing van de slavernij voor zijn familie gekocht, zodat we daar veilig konden zijn en nooit meer in slavernij hoefden te leven. Die grond is heel slecht bereikbaar en helemaal overwoekerd. De familie doet er op dit moment niks mee. Terwijl we dat eigenlijk wel aan mijn overgrootopa verplicht zijn.’

‘Mijn voorouders zijn voor mij ontzettend belangrijk. Want hoe succesvol en modern je ook bent, je hebt altijd een verleden. Ik vind het heel goed om te weten wat voor moeite zij hebben gedaan. Daar ben ik trots op. De slavernijtijd is voor Nederland uiteraard een periode om helemaal niet trots op te zijn. Het jammere is dat veel Nederlanders er maar weinig vanaf weten. Het  zit nauwelijks in de scholing en dat is slecht. Kijk wat Balkenende zei over de VOC mentaliteit. Iemand die zo belangrijk is voor het land en die dan zoiets doms zegt. Logisch dat iedereen toen ging steigeren. Ik vind het jammer dat de geschiedenis niet heel goed is verspreid. Kinderen moeten weten wie ze zijn, waar ze vandaan komen. De slavernij heeft voor een deel ons leven bepaald. Natuurlijk moet je niet in de slachtofferrol blijven hangen en de problemen van vandaag één op één koppelen aan het verleden- maar je moet het ook niet uit de weg gaan.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Alison Huizing

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Alison Huizing

‘Rotterdamse jongeren zijn juist super geïnteresseerd in hun eigen roots’

26 Alison Huizing

 

‘Veel mensen blijven hangen in het verleden. Die praten nog steeds over slavernij. Vaak zelfs zonder precies te weten hoe het eigenlijk zat. Zelf zie ik slavernij vooral als mijn erfgoed: gedeeld verleden en gedeelde smart. Veel  jongeren hebben het moeilijk en voelen zich gediscrimineerd. Ze kunnen geen stageplek en geen baan vinden waardoor ze ineen cirkel raken. Dan trekken ze vaak één op één de lijn naar wat er het verleden is gebeurd. Ik reken daar meteen mee af. Je moet gewoon positief naar de toekomst kijken en uitgaan van je eigen kracht. Maak er iets van. Dat doe ik ook. Ik ben in Suriname geboren en ik ben half indiaans, half creools. Een moksi dus. Ik stam ook af van de slaven. Maar ik laat me echt niet kennen. Hoe meer obstakels ik tegenkom, hoe harder ik mijn best doe.’

‘Met mijn stichting ‘Whatever’ bied ik Rotterdamse jongeren van de straat een creatief  alternatief. Het is ooit begonnen toen mijn zoontje en zijn vriend muziek wilden maken op straat. Niemand wilde ze helpen en toen ben ik me er mee gaan bemoeien. Het groeide verder en verder en inmiddels -twaalf jaar later-  help ik mensen hun eigen creatieve stichting opzetten en geef ik allerlei workshops op scholen en wijkcentra. Gericht op de eigen cultuur en de eigen wortels. Djembe, brass muziek, kawina, traditionele dans en klederdracht en de geschiedenis van de koto en de panji. Keti koti vieren wij dit jaar met een optocht en een groot buiten festival in het Zuiderpark in Rotterdam. Alle nationaliteiten doen mee.’

‘Heel veel mensen zeggen dat Rotterdamse jongeren niet geïnteresseerd zijn in hun verleden. Dat zijn allemaal vooroordelen van mensen die niet weten waar ze het over hebben. Ik zie een heel ander beeld. Ze zijn juist super geïnteresseerd in hun eigen roots. Bij mijn workshops zie ik kleine kinderen van vier die lopen te kicken als ze een klederdrachtshow doen en oma straalt van geluk. Wat een mooi gezicht is dat. Stilstaan bij wat er is gebeurd, vind ik belangrijk. Maar altijd met de blik op de toekomst. Er komt nu een Rotterdams slavernijmonument. Daar ben ik uiteraard heel blij mee. Jammer alleen dat het niet op een wat meer prominente plek staat in het centrum van Rotterdam.  Het is ook gek dat de dag van de officiële onthulling samenvalt met Dunya. Zoiets belangrijks als een slavernijmonument moet toch een eigen dag hebben?  Ik zou graag hebben gezien dat er was overlegd met alle kleine stichtingen en verenigingen. We werken niet samen, dat is tekenend voor Surinamers. We halen elkaar omlaag in plaats van samen op te trekken. Het is ieder voor zich. Misschien is dat dan toch een erfenis van het verleden.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Lionel Martijn

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Lionel Martijn

‘Door mijn lichte kleur heb ik een enorme bewijsdrang naar beide groepen’

25 Lionel Martijn

 

‘Hoe ijverig je ook studeert,  hoe hard je ook werkt, hoe goed je je kinderen ook opvoedt, als afro-nazaat dring je niet makkelijk door tot het witte bolwerk. De ongelijkheid blijft. Het lastige is dat veel nazaten maar weinig hebben meegekregen van wat er exact is gebeurd.  Ze zijn vaak hier geboren in een gemeenschap waar ze eigenlijk niet thuishoren, maar ze weten niet waarom. Dan krijg je schizofrene mensen met gespleten persoonlijkheden. Daar zit vooral mijn pijn. Het emancipatieproces is nog lang niet klaar. Daarom is het zo ontzettend belangrijk om vieringen als Keti Koti levend te houden.’

‘Die gespleten persoonlijkheid slaat voor een deel ook op mij zelf. Ik kom uit een ‘gemengd bloed’ familie. De slavenhouder in Curaçao, waar ik geboren ben, heeft een kind verwekt bij een slaaf en dat waren mijn voorouders. Daardoor zijn sommigen in de familie ook zo licht en anderen iets bruiner. Hoe lichter hoe beter, zeggen ze in bepaalde kringen. Dat was in de slaventijd ook al zo. Als kind of geliefde van de slavenhouder hoefde je niet meer keihard op het land te werken maar kwam je als dienstbode in de huishouding terecht, waar je vaak misbruikt werd. Mijn beide overgrootvaders waren waarschijnlijk slavenhouders. Het is nooit helemaal uitgezocht maar het zou wel verklaren waarom ik zo licht ben en bij geen enkele groep ingedeeld kan worden. Door mijn lichte kleur heb ik een enorme bewijsdrang gekregen naar beide groepen toe. Zowel de blanken als de zwarten wantrouwden of discrimineerden mij. Toen ik politiek bestuurder was, zagen mijn landgenoten me vaak als spion, als overloper. Als kind had ik daar ook last van en maar weinig echte vriendjes. Soms werd ik zelfs macamba genoemd en gezien als indringer. Die gespletenheid heeft mijn karakter gevormd.’

‘Jongeren van vandaag de dag zitten met een soortgelijk dilemma. Ik zie daarbij wel een groot verschil tussen Surinaamse en Antilliaanse jongeren. Surinaamse jongeren zijn meer bewust met hun geschiedenis en achtergrond bezig. Antillianen hameren vooral op wat hen is aangedaan. Ze blijven iets meer in die slachtofferrol. En dan is het heel lastig om verder te gaan. Ze moeten bewust worden dat respect niet iets is wat je krijgt door met je vingers te knippen. Je moet het verdienen en afdwingen. En als je weet wat je afkomst is, dan wordt het een stuk makkelijker om uit te vinden wie je bent.’

‘Excuses zijn er nooit ruimhartig geweest vanuit de Nederlandse regering. Financiële compensatie staat voor mij niet voorop maar het is wel een doekje voor het bloeden. Het lijkt mij echter ingewikkeld om vast te stellen wie wel en wie niet daarvoor in aanmerking komt. Nederland klopt zich zelf wel op de borst over de VOC mentaliteit en eist andersom van de hele wereld excuses als er wat is voorgevallen. Geef dan op zijn minst ook toe dat daar fouten zijn gemaakt. Pas dan kunnen we er met elkaar over praten en het samen afsluiten.’

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Nyanga Weder

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Nyanga Weder

‘Veel Creoolse vrouwen durven niet met hun eigen haar de straat op’

24 Njanga Weder

 

‘Mijn interesse voor de geschiedenis van mijn voorouders was er al heel vroeg. Op de basisschool maakte ik al werkstukken en hield ik spreekbeurten over slavernij. Mijn moeder hielp me dan met het verzamelen van informatie. Ik vond het allemaal zeer interessant en ik stelde een heleboel vragen. Ook aan mijn oma. Van haar kant ken ik niet zoveel familie maar zij vertelde me wel dat haar oma de slavernij nog had meegemaakt.  Wow, dat is eigenlijk heel dichtbij. Mijn interesse ging door en ik wilde er steeds meer over weten. Mijn boekenlijst op de middelbare school stond vol met verhalen over de slavernij. Achteraf gezien, veel te romantisch en lieflijk beschreven allemaal. Toen ik in 5 Vwo zat vond ik het zo raar dat er in de stof voor het geschiedenis eindexamen niks over de slavernijperiode werd verteld. Ik kaartte dat aan bij de docent en vervolgens mocht ik mijn klas een les geven over Suriname. Ik vertelde over de voorouders  van mijn vaders kant, hoe ze in verzet waren gekomen en hoe ze uiteindelijk van de plantages het bos in ontsnapten.’

‘Natuurlijk voel ik pijn als ik aan dit onderwerp denk.  Maar toch denk ik dat die pijn bij mij persoonlijk meer gaat over de problemen van zwarte jongeren in de Nederlandse samenleving dan over het verleden. Niet dat ik me ongewenst voel maar een soort erkenning voor wat er is gebeurd en dat dat fout was, zou goed zijn. Dat helpt bij het creëren van wederzijds begrip. Ik denk dat  er meer aandacht aan de Nederlandse slavernijgeschiedenis mag worden besteed in het onderwijs, zodat wanneer Geert Wilders weer eens roept dat alle buitenlanders eruit moeten, men in ieder geval weet wat er achter die problemen steekt.’

‘Hoewel de afschaffing van de slavernij voor die mensen toen een geweldig moment moet zijn geweest, denk ik dat ze het ook behoorlijk lastig kregen. Even los van die tien jaar die ze nog moesten doorwerken vanwege de herstelbetalingen.  Hoe vreemd moet het zijn geweest als je familie al generaties lang  in gevangenschap leeft, zonder het recht op een eigen naam, een eigen taal en een eigen wil, om dan ineens vrij te zijn? Ze wisten helemaal niet wat dat was, vrijheid. De erfenis van de slavernij zie je nog steeds heel goed terug in het leven van alledag. Het is nu een beetje veranderd maar mijn moeder mocht thuis bij haar ouders geen Surinaams praten. In veel families geldt nog steeds: hoe lichter je bent hoe beter. En de meerderheid van de Creoolse vrouwen durft niet met haar eigen haar over straat. Dan zeggen sommigen wel: ‘nee joh, dat is het niet. Het is puur gemak.’ Maar ik weet wel beter. ‘

 

 

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Ronald Bijnaar

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Ronald Bijnaar

‘Als kind begreep ik niet waarom het voor mijn oma zo belangrijk was’

21 Ronald Bijnaar

 

‘Als ik aan 1 juli denk dan denk ik aan mijn oma. Het was echt haar feest. Een week van te voren streek en bond ze haar hoofddoek en legde ze al haar kleren klaar. Het liefst stak ze mij en mijn neefjes en nichtjes ook in een feestelijk gewaad en bond ze ons een hoofddoek om. Die hoofddoek vond ik verschrikkelijk. Ik schaamde me dood tegenover mijn klasgenootjes. Hoewel ik het feest zelf altijd heel gezellig vond, begreep ik als kind nooit precies wat het betekende en waarom het voor mijn oma zo belangrijk was. Natuurlijk had ik gehoord over de slavernij. Maar wat die onderdrukking precies inhield en waarom het zo erg was, daar vertelde mijn oma eigenlijk nooit over. Ik heb mijn oma ook nooit meer kunnen vragen waarom 1 juli zo belangrijk voor haar was, want op elfjarige leeftijd vertrok ik naar Nederland en toen ik jaren later terug ging naar Suriname was zij al overleden.’

‘Bij ons thuis werd er ook nooit zo veel over de slavernij gesproken. Niet dat het taboe was, maar het speelde niet zo’n rol. Rond mijn dertigste kreeg ik meer interesse voor het verleden van mijn voorouders. Ik wilde graag weten waar ik vandaan kwam. Toen ik jong was zei ik altijd dat ik naar Ghana wilde – al weet ik niet precies waarom en of mijn voorouders daar überhaupt wel kwamen. Ik wilde ook weten waarom het thema slavernij voor sommige mensen zo beladen is. Vooral voor autochtone Nederlanders. Ik kan dat nog steeds niet begrijpen. Want iedereen weet toch dat we dit met z’n allen afkeuren en dat de Nederlanders en de Surinamers van nu niet dezelfde mensen als toen zijn? Het is een gedeelde geschiedenis wij hebben het samen meegemaakt dan moet je toch ook samen kunnen bespreken? Als je mij persoonlijk vraagt ‘hoe diep zit de pijn’, dan is mijn antwoord: niet heel diep. Maar het zou mij wel heel diep raken, als we dit onderwerp nooit bespreekbaar konden maken en als men de impact ervan blijft ontkennen.’

‘Verder denk ik dat wij als afro-Surinaamse gemeenschap heel trots moeten zijn op onze voorouders. Dat waren hele sterke mensen die onder erbarmelijke omstandigheden de overtocht per schip uit Afrika maakten en overleefden. Zij hebben gestreden en gevochten voor hun vrijheid om ons een betere toekomst te geven. Dus mocht je soms denken dat je het tegenwoordig zwaar hebt, denk dan aan onze voorouders. Wij zijn sterk en trotse mensen net als onze voorouders en zullen altijd elke tegenslag te boven komen. Deze kracht en doorzettingsvermogen moeten wij ook aan onze kinderen doorgeven, zodat zij een goede toekomst tegemoet gaan. Laat het werk en de strijd van onze voorouders niet voor niets zijn geweest. Wij zijn het bijna verplicht aan hen om er nu iets van te maken. Zodat zij andersom ook trots op ons zouden zijn geweest.’

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Mildred Kortstam

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Mildred Kortstam

‘Het leven is zo kort, je kunt er beter van genieten’

HOE DIEP 01

 

‘Ik herinner ze uit mijn jeugd. De oude mensen die stil voor zich uitkeken. Aan de blik in hun ogen kon je aflezen wat zij en hun ouders hebben moeten meemaken. Als een echte Creoolse vrouw weet ik wat je soms moet doorstaan om vooruit te komen. Toch praat ik er niet veel over. Het heeft toch geen zin om er te vaak bij stil te staan. Het leven is immers zo kort, je kunt er beter van genieten.’

‘Bij mijn oma, die mij heeft opgevoed, kon ik het trauma nog heel goed merken. Ze was een bijzonder strenge vrouw. Iedere zondag na de kerk kregen we straf voor alles wat we die week hadden uitgespookt. Soms mochten twee dagen niet naar buiten, bijvoorbeeld omdat we eerder die week tien minuten te laat uit school waren gekomen. Het kon ook erger, dan kregen we lijfstraffen. Vooral mijn jongste broer moest het dan ontgelden. In het ergste geval door op zijn blote knieën urenlang op een scherpe rasp te zitten. Ik zat er dan naast om hem te steunen. Verschrikkelijk natuurlijk. Maar met de kennis en de wijsheid van nu, neem ik het mijn oma toch niet kwalijk. Ze wist niet beter. Dat waren de straffen die de slavenhouders oplegden. Haar moeder was een ex-slavin. Het straffen is van moeder op dochter overgedragen. Hoe kun je je kinderen leren over menswaardigheid, als je dat zelf nooit heb gekend? Probeer die achterstand maar eens in te halen. Ik denk dat het ook precies de reden is waarom wij Surinamers het onderling zo slecht kunnen vinden en waarom we ons niet samen sterk maken en strijden voor erkenning. Het was altijd ieder voor zich. Jij moest overleven. We hebben nooit geleerd om er voor elkaar te zijn.’

‘Negatieve gevoelens ten opzichte van blanken heb ik nooit gekend. Andersom merkte ik het wel. Ik werkte jarenlang in verpleeg- en bejaardentehuizen en daar moest ik regelmatig blanke mensen wassen. Sommigen stonden er dan op dat ik eerst mijn handpalmen liet zien om te bewijzen dat ik schoon was. Niet in te denken toch? Ik liet het meestal maar gebeuren. Ze wisten niet beter. Het was voor hen ook een ver-van-mijn-bed-show. Dat geldt ook voor de huidige generatie jongeren. Wat weten die er nou nog van? Begrijpelijk ook wel, want het is immers de pijn van ónze generatie. Vanuit die gedachte ben ik actief geworden in het vrijwilligerswerk. De afgelopen dertien jaar heb ik als voorzitter van 55-plus Vereniging Adyuma geprobeerd mensen bewust te maken van hun geschiedenis en hoe dat van invloed is op hun huidige situatie. Onder meer door gesprekken, maatschappelijke activiteiten en trainingen. We zijn ook een paar keer op  ‘Inspiratiereis’ naar Suriname gegaan. Tegenwoordig ben ik ook actief in stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Zelf loop ik regelmatig loop ik in klederdracht, en dus niet alleen op 1 juli. Al zal ik dit jaar extra feestelijk gaan.’

 

 

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Peggy Wijntuin

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Peggy Wijntuin

‘Als je het verleden wegstopt, kun je er ook niet van leren’

16 Peggy Wijntuin 1

 

‘De herdenking van ons slavernijverleden is voor mij een eerbetoon aan mijn moeder en aan haar moeder en aan alle voorouders die zich hebben opgeofferd zodat ik hier in vrijheid kan leven en mijn keuzes kan maken. Natuurlijk leef ik vandaag de dag en niet toen. Maar ik weet wel dat mijn opvoeding heeft gezorgd dat ik ben wie ik nu ben: een strijdvaardige vrouw die gaat voor haar doelen. Ik weiger slachtoffer te zijn. Als ik jonge mensen hun leven zie vergooien, onbewust van de weg die hun voorouders aflegden, dan doet mij dat pijn. Wees je toch bewust dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Grijp je kansen.’

‘Mijn moeder is door haar oma grootgebracht. Die heeft het nog meegemaakt. Zij is nog slavin geweest. Dat heeft mijn moeder in haar opvoeding heel duidelijk meegekregen. Ze is er helaas niet meer. Ze had enorm veel humor, maar ze was ook heel nederig. Met name in haar relatie tot witte mensen. Dat zijn onmiskenbaar de sporen van de blanke superioriteit. Die mentale krenking is er nog steeds. Voor veel mensen geldt nog altijd: hoe lichter van kleur hoe beter. Ze zien een huwelijk met een blanke als een upgrade van hun kleur. En bij de kapper wordt nog steeds gesproken over ‘goed haar’ en slecht haar’. Mijn kinderen zijn al groot, maar ik heb ze altijd opgevoed met het besef dat ze trots moeten zijn op hun kleur. Ik benadrukte het juist. ‘Kijk, wat een mooie zwarte baby’, zei ik dan. Zo haal je de pijn eruit.’

‘Ik ben geboren in Suriname. De lagere school deed ik voor een deel in Nederland. Ik kan me niet herinneren dat ik daar iets over slavernij heb geleerd en voor mijn dochters geldt hetzelfde. Dat is erg, want als je het verleden wegstopt, kunnen we er ook niet van leren. Natuurlijk is het een zwarte bladzij in de geschiedenis. Mensen die medemensen verkochten, uitbuitten en ontmenselijkten; het is verschrikkelijk en het heeft heel veel pijn veroorzaakt. Maar die pijn moet worden omgezet in trots. Als raadslid bij de PvdA ben ik hier behoorlijk actief in geweest. Ik werd Beschermvrouwe van Keti Koti en nam het initiatief voor de oprichting van een Rotterdams slavernijmonument. Sinds kort is dat er ook, en daar ben ik heel trots op. Het monument heeft een bijzondere en toepasselijke plek. Aan de Maas waar ooit de slavenschepen voorbij voeren. Vijfenzestig schepen tussen 1745 en 1780 om precies te zijn, die vervolgens vanuit Afrika met vijfentwintigduizend slaven op weg gingen naar de Cariben. Toch is dit nog maar een begin. Het monument op de Lloydpier moet een monument van alle Rotterdammers worden. Het moet onderdeel worden van lesprogramma’s op scholen. Ik hoop dat 1 juli in de toekomst niet meer alleen het feest van Surinamers zal zijn maar van alle Rotterdammers.’

 

 

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Ricardo Tuinfort

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Ricardo Tuinfort

‘Vrijheid is de normaalste zaak van de wereld, dat vier je toch niet?’ 

15 Ricardo Tuinfort

‘Ik ben er een van de vierde of vijfde generatie nazaten. Net als veel andere Surinaamse Nederlanders draag ik de naam van de slavenhouder die ooit eigenaar was van de plantage waar mijn voorouders werkten. Een hele Hollandse naam dus. Maar toen ik op mijn twaalfde als enige zwarte jongen op een school in Spangen terechtkwam, keek iedereen me raar aan. Toen werd ik heel direct geconfronteerd met mijn afkomst. Later ben ik me er echt in gaan verdiepen en heb i veel familieonderzoek gedaan. Ik wilde gewoon heel graag weten hoe het zat.’

‘Voor mij is 1 juli niet echt een feest. Het is een herdenking van datgene wat mijn voorouders generaties lang is aangedaan. En dan waren ze op 1 juli 1863 ook niet direct vrij. Ze moesten nog tien jaar doorwerken zodat hun eigenaar zijn investering kon terugverdienen. Nee , dat noem ik geen feest. Je viert toch niet iets wat de normaalste zaak is van de wereld: je vrijheid? Aan de ene kant ben ik dus heel boos. Ik kan maar niet bevatten waarom de ene mens de andere mens zoiets gruwelijks aan doet. Waarom is de een minder dan de ander? Waarom gebruiken mensen hun macht tegen anderen? Het is afschuwelijk en het gebeurt vandaag de dag nog steeds. De zwart-wit tegenstelling is nog lang niet weg. Dat is het erge. Tegelijkertijd sta ik boven die pijn. Dat komt omdat ik weet wie ik ben en waar ik vandaan kom. Als iemand een rotopmerking over mijn kleur maakt dan sta ik daar boven.  Ze missen blijkbaar bepaalde essentiële kennis, dat zij denken een superieure rol over mij uit te kunnen oefenen. Ze weten niet beter.’

‘De Nederlandse jeugd in Rotterdam is een mengelmoes. Surinaamse jongeren – een uitzondering daargelaten-  zijn naar mijn mening niet echt met dit thema bezig. Zij hebben gewoon hun eigen plek in de stad en vinden het al lang best. Daarom is het des te belangrijker om er veel meer aandacht aan te besteden. Het moet bespreekbaar worden gemaakt op scholen, net als 4 en 5 mei. Ook al is het lang geleden, de pijn blijft. Zelfs bij jongeren van nu. Kijk hoeveel werkloosheid er onder zwarte jongeren is. Er zijn maar weinig echte toppers. Ik denk dat jonge Surinamers meer rolmodellen moeten hebben. Mensen die laten zien hoe het wél moet en hoe ver je kunt komen, als je echt wilt. Want Obama is nu dan wel president, maar weet je hoeveel tegenwerking hij heeft moeten verduren? Hij kreeg maar heel  weinig ruimte en iedere stap die hij zette werd bekritiseerd. Zo zie je maar hoe lastig het blijft. Zelf zet ik me ook in om het onderwerp levend te houden. Met mijn theaterproducties vraag ik aandacht voor het thema. Daarnaast was ik als vrijwilliger, de projectleider van de 1 juli viering in 2003, 2008 en 2009 voor zowel het Comité 1 juli, als voor Krioro Rutu in Rotterdam.’

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Sabrina Starke

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Sabrina Starke

‘De pijn heeft een plek gekregen, mijn focus ligt nu op vooruitgang’

13 Sabrina Starke 3

 

‘Slavernij is voor mij een zeer emotioneel thema dat uiteenlopende gevoelens oproept zoals verdriet, woede, kracht en trots. Mijn pijn heb ik een plek gegeven. Mijn focus ligt nu op vooruitgang, bewustwording, empowerment en kennisontwikkeling. Het is belangrijk de geschiedenis van onze voorouders en broeders en zusters te kennen en door te geven aan volgende generaties. Alleen dan kunnen we voorkomen dat zoiets niet nog een keer gebeurt. Als individu vind ik het belangrijk om in het leven te staan als een bewuste sterke zwarte vrouw. Die houding staat natuurlijk lijnrecht tegenover de waarden in de slaventijd. Mijn focus ligt niet op de slavernij alleen, maar op de totale geschiedenis van Afrika en Diaspora. Die geschiedenis is heel erg rijk. Wat wij betekend hebben voor deze wereld is onmogelijk in een paar zinnen uit te leggen. Onze cultuur is zo invloedrijk geweest en tot de dag van vandaag nog steeds medebepalend voor deze wereld. Daar ben ik trots op. En dat uit ik in mijn dagelijks leven en via mijn muziek.’

‘In mijn eigen omgeving zijn veel mensen met dit onderwerp bezig. Voor mijn gevoel leeft het dus wel degelijk. Nog belangrijker is dat ik zie dat de totale bewustzijn van de geschiedenis, onze afkomst en dergelijke, iets is waar mijn generatie wel dagelijks mee bezig is. Deze binding is heel belangrijk. Dat mag nooit verdwijnen. Het is deel van wie we zijn. Door die kennis kun je groeien tot een sterk individu in deze wereld. Tegelijkertijd weet ik ook dat een heleboel anderen helemaal niet zo met het thema bezigt zijn. De massa is niet goed op de hoogte van onze geschiedenis. Als kinderen en jongeren dit via huis uit meekrijgen, dan is dat dus alleen maar positief. Voor opgroeiende jongeren zijn positieve rolmodellen ontzettend belangrijk, zo weet ik uit ervaring. Dit onderwerp moet ook via scholen en via de verschillende kanalen waar de jeugd zich bevindt worden verspreid. Zelf ga ik het mijn eigen kinderen ook absoluut meegeven.’

‘Er is na 150 jaar slavernijafschaffing wel wat veranderd, maar tegelijkertijd is er nog steeds heel veel te doen. Het onderwerp is nog zo levend in de zwarte gemeenschap. Je merkt dat het mensen nog steeds hele veel doet. Alleen de politiek denkt daar niet zo over. Op landelijk en stedelijk niveau heeft dit onderwerp veel meer aandacht en erkenning nodig. Hoe Rotterdam er over 25 jaar uit zal zien, wat betreft dit thema, ligt helemaal in de handen van de zwarte gemeenschap. Toch denk ik dat er dan heel wat stappen zijn gezet. In Rotterdam maar ook op landelijk en wereldwijd niveau. Ik heb er vertrouwen in.’

Hoe herdenk jij de afschaffing van de slavernij? – Henk Aron

Een persoonlijk verhaal over Keti Koti. Verscheen in 2013 in het boek “Hoe diep zit de pijn?” met interviews en foto’s van Sanne van der Most. Nog te bestellen voor €10,00 via info@ketikotirotterdam.nl

Henk Aron

‘Mijn kinderen gaan door excuses echt niet met een rechtere rug lopen’

12 Henk Aron

‘Ieder jaar op 1 juli neem ik vrij. Dan ben ik bij de optocht en herdenk ik wat er is gebeurd. Net als op 4 en 5 mei. Met het verschil dat de eerste herdenking mijn directe achtergrond betreft. Dat komt dus net iets dieper bij me binnen. Maar als je mij vraagt hoe diep de pijn zit, dan vind ik dat toch ingewikkeld. Want is er wel echt een verschil tussen hoe de oorspronkelijke Nederlander het vandaag ervaart en hoe ik er tegenaan kijk?  Is het voor mij anders omdat ik toevallig donker gekleurd ben? Dat vind ik een lastige. Het is al zo lang geleden. Zelf de moeder van mijn oma is al vrij geboren.

De urgente pijn van de slavernij is dus bij haar generatie gestopt. Natuurlijk droeg zij de erfenis van haar voorouders met zich mee. En zelfs mijn eigen moeder is nog opgegroeid met zware straffen. Maar of ik er zelf nog echt door gevormd ben? Ik weet het niet.’

‘Volgens mij zijn er ook twee verschillende dingen. De gruweldaden uit de slavernij en de problemen van vandaag de dag. We zijn snel geneigd om alle ellende van de zwarte samenleving te koppelen aan slavernij. De discriminatie, uitsluiting, donkere jongeren die geen baan kunnen vinden. Toch moet je dat volgens mij los zien van elkaar. Het zijn problemen waar alle minderheidsgroepen in een land mee te maken krijgen. De eerste generatie Turken en Marokkanen wilden er ook gewoon graag bij horen. Dan pas je je aan en cijfer je jezelf een beetje weg. Begrijp de codes van de nieuwe samenleving. Dat is een wereldwijd mechanisme. Maar het heeft niets met het slavernijverleden te maken. Ik zie dat los.’

‘Hoewel je de impact van slavernij ook zeker niet moet onderschatten, denk ik dat we ook niets aan ‘sorry’ hebben. Gaan mijn kinderen of hun kinderen met een rechtere rug lopen als Nederland excuses aanbiedt? Welnee. We voelen ons niet direct gekrenkt dus sorry is nu niet meer nodig. Openheid is veel belangrijker. Laat ze op de scholen eens helder zijn over wat er is gebeurd. Vertel die kids maar dat het helemaal niet zo’n fris verhaal was. Vraag ze waar al die Nederlandse rijkdom vandaan kwam? En hoe het komt dat de Rotterdamse haven zo’n goede positie heeft. Wie het weet mag het zeggen. Dát is belangrijk voor mijn kinderen en voor al die andere kinderen met een donkere kleur. Mochten zij een keer het gevoel hebben er niet bij te horen, vertel ze dan dat Nederland mede zo rijk is geworden door het bloed en zweet van hun voorouders. Zij hebben een essentiële bijdrage geleverd aan de rijkdom van Nederland. ‘Borst vooruit!’