Blog # 8 – Maayke de Vries: Race & Equity op school in Seattle

unnamed-2

Racisme – een zwaar beladen woord in Nederland, net als het woord ras. Hier wordt al gauw de connectie met de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Deze gebeurtenis bepaalt dan ook het dominante zelfbeeld van Nederland, namelijk een onschuldig slachtoffer van de Duitse rassenscheiding (Gloria Wekker, 2016). Hierdoor wordt al decennia lang geen progressie gemaakt in de discussie omtrent racisme, aangezien het  lijnrecht tegenover het Nederlandse zelfbeeld van onschuldig staat. In de Verenigde Staten is dit niet geval en wordt iedereen naar  ras of etniciteit ingedeeld, ook op scholen. Met als gevolg dat uit onderzoek duidelijk naar voren is gekomen dat Afro-Amerikaanse studenten gemiddeld drie en een halve klas lager presteren (dus 3 ½ jaar verschil in onderwijsniveau) dan witte studenten, verder zit er  tussen  Latino en witte studenten een gat van twee en half jaar op publieke scholen in Seattle (Seattle Times, 2016).

In de Verenigde Staten spreekt men over de “achievement gap”: de prestatiekloof tussen studenten van kleur en witte studenten. Het is voor de scholen geen nieuws dat witte studenten veel beter presteren dan de studenten van kleur. Er wordt  namelijk veel geschreven over deze kloof. Op mijn middelbare school (in Seattle) bestaat er een Race & Equity [Ras & Rechtvaardigheid] Committee. In deze werkgroep zitten acht docenten en de directeur. De werkgroep heeft  de taak te onderzoeken waarom de studenten van kleur minder presteren. Daarnaast moet er gekeken worden welke stappen de docenten kunnen zetten om verandering te bewerkstelligen. In deze blog zal ik uiteenzetten hoe de school racisme benaderde door:  1) aandacht te besteden aan het werk van de Race & Equity Committee,  2) de visie van de directeur te bespreken. Tenslotte is het de vraag hoe deze kennis gebruikt kan worden in een Nederlandse context. Ik ben nu alweer een paar maanden terug in Nederland en geef les op een internationale school. Zelf probeer ik de kennis die ik heb opgedaan in Seattle toe te passen. Omdat ik graag zou willen dat meer docenten zich bewust worden van hun eigen vooroordelen schrijf ik deze blog, als laatste in deze reeks van acht. 

Definitie van Racisme

Alles staat of valt met de definitie van racisme, aangezien de definitie bepalend is voor het beleid dat opgesteld wordt. In de Verenigde Staten zijn brede definities van racisme gebruikelijk, zoals degene opgesteld door David Wellman (1993): “a system of advantage based on race”. In deze definitie wordt racisme niet alleen bepaald door persoonlijke vooroordelen op basis van etniciteit. Er is, naast de overtuigingen van individuen, oog voor een systematische onderdrukking door geïnstitutionaliseerd beleid en gedragingen (Beverly Daniel Tatum, 2003). Hierdoor is het makkelijk de stap te maken naar “white privilege”: het voordeel dat mensen met een witte huidskleur hebben in dit systeem.

Voor veel mensen in het moeilijk te begrijpen wat dit “witte voorrecht” inhoudt, aangezien er ook genoeg witte mensen in benarde posities zijn. De metafoor bedacht door de Amerikaanse science fiction schrijver John Scalzi kan bruikbaar zijn om white privilege beter te begrijpen. Scalzi vergeleek het witte voorrecht met de makkelijkste spelmodus in een game (waarbij het spel een metafoor  is voor het echte leven):

In the role playing game known as The Real World, “Straight White Male” is the lowest difficulty setting there is.[..] because you’re playing on the “Straight White Male” setting, gaining points and leveling up will still by default be easier, all other things being equal, than for another player using a higher difficulty setting [MDV: like race, sexual preference, & gender].

Op deze manier wordt racisme en white privilege uitgelegd als een ingebedde modus in onze maatschappij. De vraag is welke verantwoordelijkheid een individu heeft voor de ontstane situatie en hoe deze het systeem kan veranderen. In de Verenigde Staten zijn deze vragen beantwoord door affirmative actions (positieve discriminatie) op te leggen in alle delen van de samenleving. De inhoud van de programma’s en de effectiviteit kan betwist worden, maar op de school in Seattle resulteerde het in extra ondersteuning voor onbevoorrechte groepen. Zoals speciale beurzen voor Afro-Amerikaanse studenten, stages (bij grote bedrijven als Microsoft) voor studenten van kleur, en trainingen in het schrijven van essays voor studenten waarvan ouders alleen de middelbare school hebben afgemaakt.

Apartheid in het Nederlandse onderwijs

Deze Amerikaanse maatregelen lijken niet van toepassing in Nederland. In Nederland bestaat het idee dat etnische scheiding in het onderwijs een Amerikaans fenomeen is en niet een Nederlands probleem. Niets is minder waar.  In 2010 was het verschil in opleidingsniveau tussen studenten van kleur en witte studenten in Nederland groter dan in de Verenigde Staten. Sterker nog, Nederland heeft het meest gesegregeerde schoolsysteem van Europa (Anja Vink, 2010). Op 12-jarige leeftijd krijgen leerlingen op basis van o.a. hun Cito-toets een school toegeschreven, dit kan verschillen in VWO, HAVO of VMBO. Dus al op 12-jarige leeftijd wordt de toekomst van kinderen bepaald. Leerlingen met een zwakke sociaal-economische achtergrond komen vaak terecht op het VMBO, waardoor het heel lastig voor hen gaat worden om de sociale ladder te beklimmen. Veel leerlingen op het VMBO hebben een migratieachtergrond. Zij waren, door een taalachterstand, niet in staat om op 12-jarige leeftijd het juiste niveau te behalen voor een HAVO of VWO advies.

In Europa heerst er onvrede over het Nederlandse systeem, omdat het de sociale mobiliteit niet bevordert (Vink, 2010). Het is namelijk heel moeilijk om hogerop te komen voor kinderen uit zwakke sociaal-economische gezinnen, hierin speelt etniciteit geen rol. Toch zijn het, vooral in de randstad, de “allochtone” kinderen die op het VMBO terecht komen. De vraag die scholen en de Nederlandse overheid zich zouden moeten stellen is: waarom is dit het geval? En, vooral, hoe kunnen we dit oplossen?

unnamed-4In Amerika zijn deze vragen wel gesteld en in 2001 kwam het “No Child Left Behind” beleid (Vink, 2010). Deze regeling verplichtte de scholen om leerlingen minimaal één keer per jaar te testen. In de resultaten van de testen wordt onderscheid gemaakt tussen: Engelse taalleerders, etnische minderheden en sociale status. De scholen moeten ervoor zorgen dat deze sub-groepen uiteindelijke hetzelfde niveau behalen als de hoogste presteerders. Er is veel kritiek op deze testcultuur. Toch dwingt het scholen om de realiteit onder ogen te zien en actie te ondernemen.

De School in Seattle

De school in Seattle was tot de conclusie gekomen dat onderwijs voor niet-witte studenten een hele andere ervaring was dan voor witte studenten. De school is gelokaliseerd in west Seattle; dit is een buurt waar veel kansarme gezinnen wonen. In Seattle moeten de leerlingen naar de school die in de wijk staat, hierdoor zijn scholen een afspiegeling van de wijk. Voor deze school resulteerde dat in een meerderheid van Latino studenten (28%), verder was 25% van de studenten  wit, Afro-Amerikaanse studenten maakten 21% van de studentenpopulatie uit, tenslotte waren 17% van de studenten Aziatische. Daarbij had 63% van de studenten recht op een gratis of gereduceerde lunch (dit is het geval als een huishouden een minimum inkomen heeft). Met andere woorden de school was erg divers. Hierdoor gedwongen om na te denken over  het onderpresteren van de Latino en Afro-Amerikaanse studenten.

Race & Equity Committee

Één van de manieren waarop de school de onderprestaties tegen wilde gaan, was door  het  opzetten van een Race & Equity Committee. Dit is een werkgroep bestaande uit acht docenten plus de directeur. Deze werkgroep werd opgericht om de “prestatiekloof” tussen de verschillende etniciteiten weg te werken. In het jaar 2016/2017 was het de taak van de werkgroep om racisme door docenten op school te analyseren en bespreekbaar te maken. Dit werd gedaan door focusgroep interviews te houden met de verschillende groepen studenten op school. De school weet precies welke achtergrond iedere student heeft en op basis daarvan werden de studenten in secties gedeeld. Uit elke etniciteit werd een groep jongens en een groep meisjes gevormd, vervolgens werden deze apart van elkaar geïnterviewd. De volgende etniciteiten werden geïnterviewd: Oost-Afrikaans, Afro-Amerikaans, Latino, Aziatisch, Pacifische eilanders en Native Amerikanen.  Uit deze groepen werden geschikte kandidaten gezocht: studenten die niet bang zouden zijn om hun mening te delen over de ervaringen op school.

De interviews brachten hele bruikbare en praktische informatie op over hoe docenten, al dan niet onbewust, bepaalde groepen leerlingen systematisch op een andere manier benaderen dan witte studenten. De volgende geparafraseerde anekdote is de beleving van een latino jongen:

Hij was een tijdje niet op school geweest, omdat hij voor zijn broertjes en zusje moest zorgen. Zijn moeder had namelijk meerdere banen moeten aannemen om de ziekenhuisrekening van de vader te kunnen betalen. Toen de jongen weer op school verscheen, vroegen de docenten argwanend wat hij had uitgespookt. Terwijl de docenten in een gelijkaardige situatie met een witte student bezorgdheid zouden uiten, door te vragen of alles wel goed gaat.

De anekdote geeft inzicht in de beleving van een student en de rol van een docent, die wellicht onbewust dusdanig gedrag vertoond. In de opeenvolgende professionele ontwikkelingsdag werden docenten geconfronteerd met excerpten uit interviews, hierbij waren natuurlijk de naam van zowel student als docent weggehaald. Voor veel docenten was dit behoorlijk schrikken, omdat zij zich niet bewust waren van hun eigen gedrag. Ook waren er docenten die in de verdediging schoten en de hele werkgroep niet echt serieus namen. Toch lijkt het noodzakelijk  dat docenten open staan voor gesprekken over vaak onbewust racisme in de klas. Hoe anders kan er verandering tot stand worden gebracht?  De directeur was dan ook erg stellig in haar missie: “Ik ga nooit iedereen aan boord krijgen, maar ik doe het voor die docenten die het wel willen zien en  het wel beter willen doen.”

De directeur

De directeur is een vrouw uit Trinidad & Tobago. In 1975 kwam zij met haar familie naar  Amerika. Het levensverhaal van mevrouw Fraser-Hammer zegt veel over de manier waarop zij directeur is. Mevrouw Fraser-Hammer had ooit de droom om piloot te worden. Maar er werd haar verteld dat het niet mogelijk was voor meisjes. Uiteindelijk werd zij accountant, omdat haar wiskunde zo goed was. Mevrouw Fraser-Hammer werkte in Trinidad & Tobago als gekwalificeerd accountant. Eenmaal aangekomen in Amerika werd haar diploma werd niet erkend, hierdoor moest zij in de VS onderaan beginnen als bankbediende. Vervolgens heeft zij zich binnen de bank langzaam kunnen opwerken. Mevrouw Fraser-Hammer stopte met werken om voor haar zeven kinderen te zorgen. Gedurende die tijd gaf zij bijles aan zowel haar eigen kinderen als aan Oekraïense en Russische immigranten. Zodoende kwam zij in aanraking met lesgeven en daar beleefde ze veel plezier aan. Uiteindelijk ging mevrouw Fraser-Hammer opnieuw naar school, deze keer om een docentenopleiding te voltooien.

De ervaring die mevrouw Fraser-Hammer opdeed als immigrant in de Verenigde Staten en als vrouw in een patriarchale samenleving hebben haar identiteit als schoolleider beïnvloed. Doordat haar accountant kwalificatie niet geaccepteerd werd in de Verenigde Staten begrijpt Fraser-Hammer de frustratie en vernedering van geëmigreerde ouders. Deze mensen moeten ook helemaal opnieuw beginnen in de Verenigde Staten. Daarnaast waren het de patriarchale opvattingen van haar eigen echtgenoot die Fraser-Hammer aanzette meisjes te motiveren voor school.  Haar man is een Latino en zag niet de behoefte om zijn dochters goed op te leiden, aangezien de dochters toch alleen maar iemands vrouw zouden worden. Hierdoor is het Fraser-Hammer’s missie om meisjes en minderheden te ondersteunen in het verkrijgen van een goede opleiding, omdat zij van thuis uit minder verwachtingen meekrijgen:

Ik wil niet dat iemand in een hokje wordt gestopt op basis van gender, of ras, of wat dan ook. Daarom is het belangrijk, voor mij, om ervoor te zorgen dat mensen een opleiding krijgen, omdat onderwijs iemand vrij maakt van de hokjes waar iemand anders je in stopt.

Dit is de motivatie van de directeur om te streven naar een prettig leerklimaat waarin alle studenten kunnen slagen. Zodat alle jonge mensen, ongeacht ras of gender, in staat zijn hun leven in eigen handen te nemen.

Het belang van data

Het is belangrijk voor mevrouw Fraser-Hammer dat alle studenten dezelfde keuzes kunnen maken na vier jaar high school. Dit is dan ook haar beweegreden om onderdeel te zijn van de Race & Equity Committee.  Mevrouw Fraser-Hammer erkent dat er docenten zijn, ook op haar eigen school, die studenten wel in hokjes stoppen en daardoor de ontwikkeling van deze studenten tegenhouden. Daarop zegt Fraser-Hammer tegen haar studenten dat zij zich hierdoor niet moeten tegenhouden en ondanks deze barricades wel hun best moeten blijven doen. Daarbij merkt Fraser-Hammer op dat docenten het niet met opzet doen, maar het gebeurt omdat racisme verstokt in ons zit. De Race & Equity Committee confronteert docenten met hun gedrag en geeft hen de kans te reflecteren. Een zelfreflectie bij docenten was nodig omdat er discipline kwesties waren.  Er waren studenten die liever de klas uit werden gestuurd dan dat zij in de les zaten  waar, volgens hen, racistisch gedrag door de docent werd vertoond.

Ondanks de  positieve reputatie van de school is er nog steeds een discipline -en prestatiekloof. Fraser-Hammer verwijst naar de data:

We hebben de data: die vertellen ons dat onze Afro-Amerikaanse mannen niet aan het presteren zijn. De data vertellen ons dat onze Engelse taalleerders na vier jaar onderwijs nog steeds niet afstuderen. De data vertellen ons dingen die we buiten beschouwing aan het laten waren.  

Volgens de directeur zijn data een belangrijk middel om problemen te constateren en deze vervolgens proberen op te lossen, zonder in de gebruikelijke excuus modus te schieten. Mevrouw Fraser-Hammer gaf aan dat zij deze taak niet licht op neemt, maar er systematisch werk van wil maken. Fraser-Hammer legt uit:

De kinderen komen naar school komen om te leren en niet om te falen, toch laten wij ze falen vanwege de volgende excuses: de kinderen zijn niet vaak genoeg in de les, of ze lopen alleen maar over de gang. Dit doen de kinderen vanwege een reden en het is aan ons om deze reden weg te nemen.

Gedurende het gesprek blijft mevrouw Fraser-Hammer refereren naar de data. Daardoor kan zij de claim maken dat etniciteit soms wel een rol speelt bij de verschillen die er bestaan, maar soms ook niet. Zo presteren studenten met een beperking, ongeacht etniciteit, niet. Ook  Engelse taalleerders, ongeacht etniciteit, presteren niet. Wanneer etniciteit wel een factor is dan behoren de native Amerikanen onder de niet-presteerders, samen met voornamelijk mannelijke Afro-Amerikaanse studenten. Daarnaast scoren zowel de vrouwelijke als mannelijke Latino studenten niet zoals zij eigenlijk wel zouden moeten in vergelijking met de witte jaargenoten. Hierbij maakte Fraser-Hammer de belangrijke kanttekening dat natuurlijk sommige studenten wel succesvol zijn, maar als groep zijn de studenten aan het onderpresteren. De school heeft de verantwoordelijkheid om de resultaten van al deze studenten omhoog te brengen. Verder laten de data zien dat studenten in armoede, ongeacht etniciteit, niet goed presteren. Zodoende linkt de school de prestatiekloof niet met de etniciteit van studenten,, maar met de economische achtergrond. Omdat, helaas, veel van de Afro-Amerikaanse studenten in de onderste regionen van de sociale economische status vallen, net zoals de Latino studenten en de Engelse taalleerders. Mevrouw Fraser Hammer: “als we leren om arme studenten beter te onderwijzen, zouden we het ook al een stuk beter doen.”

Erken de verschillen

unnamed-3Maar volgens mevrouw Fraser-Hammer kunnen we niet ontkennen dat etniciteit ook een rol speelt, omdat het cultuur en overtuigingen met zich meebrengt. Daarnaast bestaan er stereotypen en daar moeten studenten zich tegen zien te verweren. Fraser-Hammer wijst erop dat alle kinderen enthousiast zijn als zij naar de kleuterschool gaan, maar daar gebeurt iets in de manier waarop zij zichzelf gaan zien.  Er zijn namelijk duidelijke verschillen in de manier waarop kinderen op 11-jarige leeftijd tegen school aankijken Vooral studenten van kleur zijn ervan overtuigd dat school niet hun domein is, omdat dat docenten er, voor hun gevoel, alleen maar op uit zijn om hun eigenwaarde te ondermijnen. Tijdens haar carrière als schoolleider is Fraser-Hammer “too many angry black males” tegengekomen. Mevrouw Fraser-Hammer zegt heel stellig:

I don’t want anymore of that: ik werk hard zodat kinderen begrijpen dat school niet alleen een plek is waar hun ouders willen dat zij heen gaan. Het is een plek waar wij de kinderen voorbereiden op hun toekomst. Ik zeg altijd tegen de studenten: de docenten ontvangen hun salaris wel, of jij nu een 1 of een 10 haalt. Zorg ervoor dat zij hun geld verdienen. Laat ze het verdienen door vragen te stellen als je het niet begrijpt. Stel die vragen.

Volgens Fraser-Hammer ligt veel verantwoordelijkheid bij de docent, aangezien de docent de sfeer in de klas bepaalt. Nog altijd hebben studenten van kleur het gevoel dat het systeem tegen hen werkt, waardoor er weinig tot geen motivatie is om het goed te willen doen op school. Hoe kunnen -witte -docenten dit gevoel bij studenten van kleur wegnemen? De Race & Equity Committee probeert daar een antwoord op te vinden door middel van de focusinterviews met studenten.

Ook voor Nederlandse docenten in een vergelijkbare situatie had mevrouw Fraser-Hammer advies: “zorg ervoor dat kinderen zich niet minder voelen, want dat zal de prestatie aantasten.”  Natuurlijk zullen er verschillen in gewoontes zijn maar, volgens Fraser-Hammer, is het belangrijk dat er een gelijkwaardige acceptatie van het verschil is. Er moet een erkenning zijn voor de verschillende manieren, zonder een waardeoordeel te hechten aan één speciale manier.  Globaal denken stimuleert docenten om te beseffen dat er uiteenlopende manieren van kijken zijn, in plaats van slechts één. Docenten hebben de mogelijkheid om studenten te laten beseffen dat iedereen mooi is, van zowel binnen als buiten. Maar hiervoor moeten docenten wel bewust zijn hun eigen vooroordelen. Fraser-Hammer vervolgt: “we moeten onze kinderen laten weten dat het goed is om allemaal verschillend te zijn, niet iedereen hoeft haar te hebben dat naar beneden valt.”

Volgens Fraser-Hammer is het belangrijk dat verschillen erkend worden en door de docent met interesse worden benaderd. Dit kan, bijvoorbeeld, door te vragen naar meer uitleg. Toch is te vaak de reactie van de docent een “oh ok”, waarna de les voortgezet wordt. Terwijl die erkenning van de verschillende manieren juist zo belangrijk is. In het interview geeft mevrouw Fraser-Hammer de houding van de docent een sleutelrol. Maar zijn docenten zich hier altijd van bewust?

Conclusie

Zoals aan het begin van dit artikel al gesteld is, is het onderwijssegregatie probleem in Nederland groter dan de Verenigde Staten. In Nederland worden kinderen al hun 12e ingedeeld op verschillende niveaus. Terwijl in de Verenigde Staten leerlingen gedurende hun hele middelbare school carrière op één en dezelfde school zitten. Een reorganisatie van het Nederlandse onderwijssysteem is niet realistisch, daarom heeft het meer zin om te kijken wat een school of docent op microniveau kan doen.

In de Verenigde Staten is het heel normaal dat een docent precies de etnische achtergrond van elke leerling weet. Maar het is heel on-nederlands om mensen te categoriseren op basis van hun etniciteit (Wekker 2016). De termen die in Noord-Amerika ingeburgerd zijn, als Afro-Amerikaan en wit, zijn hier ongemakkelijk en worden vermeden. Toch lijkt het belangrijk dat docenten inzicht krijgen in de  prestatiekloof tussen de witte studenten en studenten van kleur. De data was voor mevrouw Fraser-Hammer een belangrijke bron van informatie tijdens het opstellen van een actieplan. Maar als kennis over de prestatiekloof niet bestaat, hoe moet er dan verandering komen? En hoe wordt anders de urgentie van de zaak duidelijk gemaakt?

Daarnaast maakte mevrouw Fraser-Hammer in het interview duidelijk dat het fijn zou zijn als docenten oog hebben voor verschillende etniciteiten in de klas, daarmee afstand nemen van zogenaamd kleurenblindheid. In Nederland kan het benoemen van verschillende etniciteiten voor (witte) docenten als ongemakkelijk worden beschouwd. De terminologie is niet ingebed en wit bestaat als een soort norm (Wekker, 2016).  Iets wat docenten in de Verenigde Staten doen is het analyseren van discrepenties in toestsresultaten op basis van etnische achtergronden. Aan de hand van eigen onderzoek kan de docent doelen opstellen en proberen om in het eigen klaslokaal verandering te bewerkstelligen.

Verder organiseerde De Race & Equity Committee zelfreflectie momenten voor docenten, zodat zij zich bewust worden van hun eigen vooroordelen. De werkgroep realiseerde zich dat docenten  zich bewust moeten worden van haar/zijn eigen huidskleur en de positie in de maatschappij die dat met zich meebrengt. Alleen dan kan school een plek worden waar iedereen in kan gedijen. Idealiter wordt wit niet meer als norm gezien, maar slechts als één etniciteiten naast een heleboel anderen.

De werkwijze van de Race & Equity committee zijn in overeenstemming met de modellen opgezet door Gary R. Howard, oprichter van het REACH center in Seattle. Deze organisatie heeft als doel onderwijs multicultureel te maken door, onder andere, witte docenten bewust te laten worden van hun eigen veronderstellingen. Howard spreekt van drie verschillende witte docenten, die op drie verschillende niveaus met hun geprivilegieerde positie in de maatschappij omgaan (zie schema 1). Idealiter worden uiteindelijk alle witte docenten transformationist, dus docenten die zich heel bewust zijn van hun eigen identiteit ten opzichte van de leerlingen. De manier waarop transformationist docenten succesvol kunnen zijn, is door hun inzichten een plaats te geven in hun lesgeven (zie schema 2). Centraal staat kennis over de verschillen in persoonlijke en culturele kennis. Deze verschillen zouden een fundamentele basis moeten zijn van het curriculum. Essentieel is het stilstaan bij de eigen identiteit van de docent en de identiteit van de studenten, aangezien dit wederzijdse vooroordelen met zich meebrengt.

unnamed-1

Ten slotte een aantal praktische tips opgedaan uit mijn tijd in Seattle:

  • Voor mijn eigen vak geschiedenis: geschiedenis neemt vaak de vertelling van de overwinnaar als ijkpunt, maar docenten kunnen proberen om dit juist niet te doen. Het is een goed idee om de onderwerpen vanuit het onbelichte perspectief te bekijken en de prestaties van de onderdrukten te benadrukken (Lisa Delpit, 2012). Hierdoor krijgen alle studenten rolmodellen uit de geschiedenis aangeboden en hebben zij het gevoel dat dit ook hen aangaat.
  • Observeer docenten van een andere etniciteit: ik heb veel lessen van Mr. Snead bijgewoond, omdat het leerzaam is om te zien hoe Afro-Amerikaanse studenten een hele andere band hebben met een Afro-Amerikaanse docent dan met een witte docent. Ik heb veel geleerd van de manier waarop Mr. Snead ongelijkheid en ras een cruciaal onderdeel van zijn lessen maakt en hoe hij deze onderwerpen gebruikt om studenten te motiveren.
  • Ken de studenten: vorm een connectie met de studenten door deze een plek te geven in de klas en dat begint met het goed uitspreken van de naam. Daarbij is het essentieel dat docenten duidelijk maken om al hun studenten te geven en hoge verwachtingen te hebben van alle studenten.
  • Verschillende culturen erkennen: probeer de cultuur van de studenten een plek te geven in het curriculum, bijvoorbeeld door het laten maken van een rap of onderzoek te doen naar familie heritage.
  • Eerlijkheid: het bevragen van de eigen veronderstellingen en het erkennen van de belemmeringen die het dominante discours heeft. Hierbij hoort een zelfreflectie die erg confronterend en ongemakkelijk kan zijn, maar wel noodzakelijk wil er verandering op persoonlijk niveau plaatsvinden.
  • Empathie: als witte docent zul je nooit helemaal weten wat de ander ervaart, maar je kunt wel met diegene zijn in het moment. Dit begint met het zien van de ander in zijn/haar eigen licht en niet op basis van projecties door onze eigen lens. (Hiervoor moet er eerst eerlijkheid zijn)
  • Feedback: vraag de studenten om feedback, zij zijn immers de experts in hoe jij met verschillen in de klas omgaat. Het Johari-venster kan een goede tool zijn.

unnamed

Bedankt voor het lezen van de blogs en wellicht tot ziens!

Also a big thanks to all teachers and staff at the school in Seattle. Thank you for making me feel so welcome, and for all the things I have learned from you!

Bronnen

Balk, G., “Seattle Schools have biggest White-Black achievement gap in State” Seattle Times (9-05-2016) http://www.seattletimes.com/seattle-news/data/seattle-schools-have-biggest-white-black-achievement-gap-in-state/

Delpit, L.,  “Multiplication is for White People” (New York 2012)

Howard, Gary R., We can’t teach what we don’t know. White teachers, multiracial school (New York 2006)

Scaliz, J.,  ‘Straight white maile the lowest difficulty setting there is’, Whatever Scalzi (15-05-2012) http://whatever.scalzi.com/2012/05/15/straight-white-male-the-lowest-difficulty-setting-there-is/

Tatum,B.D.,  “Why are all the Black Kids sitting together in the Cafeteria?” And other conversations about race. (New York 2003)

Vink, A., Witte Zwanen, zwarte zwanen. De mythe van de zwarte school. (Amsterdam 2010)

Wekker, G., White Innocence. Paradoxes of colonialism and race (London 2016)

 

 

 

Blog # 7 Maayke de Vries : New York

img-20160905-wa0012

New York – één van de meest iconische steden op deze aarde, met Lady Liberty als mascotte. Maar niet voor iedereen was Amerika het land van vrijheid en mogelijkheden. Zeker niet voor de miljoenen tot slaaf gemaakten die door Europeanen werden gedwongen in Amerika een nieuw thuisland te vinden. In Europa is er weinig kennis over de invloed die het heeft gehad op de rest van de wereld. Vanaf de zestiende eeuw veroverden Europese staten grote delen van de wereld, zodoende beïnvloedden zij het leven van miljoenen mensen. De occupatie van de veroverde gebieden resulteerde in gedwongen migratie van de oorspronkelijke bewoners. Daarnaast werden mensen uit Afrika als cargo over de Atlantische Oceaan verscheept om als slaaf gemaakten gedwongen arbeid te verrichten in de geclaimde gebieden. Ook Nederland veroverde terrein in zowel het oosten als in het westen. Handel was de grote motor achter deze expansie drift en Nederland werd zowel in de Oost als in de West vertegenwoordigd door twee publiek-private bedrijven: de West-Indische Compagnie (WIC) en de Verenigd Oost-Indische Compagnie (VOC). Zodoende kon het gebeuren dat in 1619 de WIC de eerste twintig tot slaaf gemaakte Afrikanen naar de kust van de Virginia kolonie in Noord-Amerika bracht.1 De slavernijgeschiedenis van Amerika en Nederland zijn meer met elkaar verbonden dan wij beseffen. Gedurende mijn verblijf in de Verenigde Staten heb ik de stad New York bezocht om uit te zoeken hoeveel van het Nederlandse slavernijverleden er nog te vinden is in New York. Ondertussen ben ik alweer een tijdje in Rotterdam, maar mijn bevindingen tijdens het rondwandelingen in New York wilde ik graag nog delen.

New Netherland

Van 1614 tot 1664 waren het Nederlanders die het gebied in de tegenwoordige staten Connecticut, New York, New Jersey, Pennsylvania en Delaware koloniseerden. Dit gebied werd New Netherland genoemd en was eigendom van de WIC. Het bedrijf had als alleen eigenaar op dat moment de meeste tot slaaf gemaakten in bezit in Noord-Amerika.2 De tot slaaf gemaakten waren afkomstig van gekaapte Portugese en Spaanse schepen en zodoende naar Nieuw-Nederland gebracht, waar zij een arbeidstekort moesten opvullen. Het grootste gedeelte van de tot slaaf gemaakten bevond zich in Nieuw Amsterdam (het tegenwoordige New York). Het bedrijf gebruikte tot slaaf gemaakten voor het inrichten van de kolonie; deze mensen werden gedwongen agrarische werkzaamheden uit te voeren. Vanaf 1628 verhuurde de WIC tot slaaf gemaakten ook uit aan de kolonisten, hierdoor waren er ook tot slaaf gemaakten in individuele huishoudens aanwezig.3 In 1664 veroverden de Engelsen de kolonie Nieuw-Nederland. Op dat moment woonden er ongeveer 7000 – 8000 kolonisten in de kolonie.4 Een schatting is dat 5 tot 10 procent van de bevolking tot slaaf gemaakt was of vrijgemaakt, omgerekend zijn dit tussen de 350 – 800 mensen geweest.5 De overname van de Engelsen betekende een continuïteit van slavernij, maar op een grotere en strakker geregelde schaal.

 

Archeologie in New York

In het tegenwoordige New York is er fysiek weinig overgebleven van deze geschiedenis. Op plekken waar ooit tot slaaf gemaakte mensen hebben geleefd staan tegenwoordig luxe bankgebouwen. De Nederlandse kolonie was gecentreerd rondom Fort Amsterdam, dit bevond zich in het tegenwoordige Lower Manhattan met de bekende straat Wall Street (zie kaart). plattegrond-nyOm een historisch beeld van deze plek te schetsen zijn archeologen al vanaf 1970 bezig met opgravingen in Lower Manhattan.6 Tijdens de opgravingen ontdekten archeologen sporen van tot slaaf gemaakten en hun meesters. Deze objecten zijn tentoongesteld in verschillende musea in New York. Het gevolg hiervan is dat de wandelaar geheel afhankelijk is van het boekje waarin de wandeling door de voormalig Nederlandse kolonie wordt beschreven. Aangezien er niks tastbaars overgebleven is van deze episode uit de geschiedenis nu grote kantoorgebouwen dit stadsdeel hebben overgenomen.

Nederlandse sporen in Lower Manhattan

2De wandeling door Lower Manhattan doet dus een beroep op het voorstellingsvermogen van een ieder, vanwege het kleine aantal overgebleven Nederlandse gebouwen. De 17e-eeuwse Nederlandse huizen -in dit stuk van New York- zijn te vinden in de Coenties Alley. In onder andere deze huizen hebben archeologen sporen van tot slaaf gemaakten gevonden. Een voorbeeld is de vondst in het huis van de Nederlandse bestuurder Cornelis Van Tienhoven (1638 -1656). In de ondergrondse opslagkuilen van zijn huis vonden archeologen namelijk dezelfde objecten als in slavenvertrekken op plantages in het zuiden van de Verenigde Staten. Het gaat hier om glazen kralen, schelp kralen en snoeren van kralen. Dit was een aanwijzing voor de archeologen dat tot slaaf gemaakten hier geleefd hebben en hun eigendommen goed hadden verstopt voor hun meesters. Het boekje, waarin de rondleiding staat, helpt de wandelaar een beeld te creëren van de wereld die hier 400 jaar geleden bestond met behulp van foto’s en kaarten.

African Burial Ground

unnamed-2De African Burial Ground is het enige duidelijke overblijfsel van het bestaan van tot slaaf gemaakten in New York tijdens de 17e, 18e en 19e eeuw. In 1991 ontdekten archeologen lichamen in de grond op een plek waar op dat moment de bouw van een kantoor aan de gang was. Op een kaart uit 1755 werd dit gebied aangeduid als “Negros Burial Ground”, hierdoor konden de archeologen concluderen dat deze lichamen tot slaaf gemaakten waren geweest. In de achttiende eeuw lagen begraafplaatsen voor de bevolking rondom de verschillende kerken, daarnaast hadden belangrijke families hadden hun eigen stuk grond om familieleden in te begraven. Tot de negentiende eeuw waren tot slaaf gemaakten niet gekerstend, vandaar dat zij niet begraven konden worden rondom de desbetreffende kerken. De zwarte kerkelijke gemeenschappen die ontstonden in de negentiende eeuw -tijdens het bekeringsproces- functioneerden bovendien apart van de witte kerkgangers.7 Ook de begraafplaats voor de zwarte bevolking aangeduid op de kaart uit 1755 als “Negro Burial Ground” duidt op een strikte scheiding tussen de witte en zwarte bevolking, aangezien de begraafplaats zich buiten het centrum van het toenmalige New York bevond. In totaal zijn er 419 lichamen gevonden, maar ruwe schattingen van het totaal aantal begraven lichamen lopen uit een van 10.000 tot 20.000 mensen.8 Op de plek waar de archeologen in 1991 de lichamen hebben gevonden staat nu een monument en daar vlakbij is ook een herinneringscentrum. Al heeft het wel twintig jaar geduurd voordat deze gedenkplaatsen werden gerealiseerd. Het monument zelf is tweedelig: unnamedhet eerste deel is een oplopende muur die een cirkel vormt. Deze muur staat vol met spirituele symbolen uit verschillende werelddelen, zoals bijvoorbeeld het west-Afrikaanse Akoma symbool dat staat voor lijdzaamheid. Deze cirkel verbeeldt de cirkel van de diaspora: het representeert de gedwongen verwijdering uit Afrika naar andere continenten. Het tweede deel is de “voorouderlijke kamer”; de vorm verwijst naar een schipruim en binnenin is ruimte voor individuele contemplatie. De gedenkplaats is een belangrijke erkenning voor de geschiedenis van Afro-Amerikanen in New York, ook al is het één van de weinige.

Het ontstaan van racisme

Het bestaan van een begraafplaats voor de zwarte bevolking buiten het toenmalige centrum van de stad doet vermoeden dat er een scheiding bestond tussen de verschillende bevolkingsgroepen. In de kolonie bevonden zich namelijk naast tot slaaf gemaakten ook veel arme witte contractarbeiders, bovendien waren er de onderdrukte oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika.9 Maar door middel van wetten werden deze bevolkingsgroepen gesepareerd. Een voorbeeld van deze scheiding is een wet uit 1738. De wet verbood de vrije zwarte bevolking in de gebieden van native Amerikanen te reizen, bovendien werden de stammen voorgeschreven om gevluchte tot slaaf gemaakten terug te brengen.10 Dit rassenscheidingsbeleid is een uitvinding geweest van de bestuurlijke elite om te voorkomen dat de minderbedeelden gingen samenwerken.11 Voor de gegoede witte bovenlaag van het achttiende-eeuwse Noord-Amerika was vooral de potentiële kracht van de arme zwarte en witte bevolking samen die een bedreiging vormden. Vandaar dat onderscheid op basis van huidskleur een officieel overheidsbeleid werd. Er ontstond een campagne om seksuele relaties tussen de zwarte en witte bevolking illegaal te maken met het verbod op interraciale huwelijken. Daarnaast werden kinderen uit deze relaties als onwettig gemarkeerd door het systeem en beschouwd als zwart. Hierdoor zou de witte bevolking “puur” blijven. Racisme werd zorgvuldig gevoed door de kleine rijke bovenlaag om de grote arme onderlaag te kunnen controleren.12 De overheid -bestaande uit deze witte elite – zorgde ervoor dat arme witten een klein beetje meer privileges en rechten hadden dan de tot slaaf gemaakten. Zodoende onderstond er onderscheid op basis van huidskleur waar vooral de witte bovenlaag van profiteerde. Een voorbeeld van een privilege is een wet gecreëerd in South Carolina in 1764 die werkgevers verbood om zwarte mensen aan te nemen als ambachtslieden. Op die manier werd de witte bevolking bevoordeeld ten opzichte van de zwarte bevolking en kregen zij het idee dat de witte elite aan hun kant stond.

Racisme als machtsstrategie

Het geïnstitutionaliseerde racisme op basis van huidskleur, ooit aangezet door de rijke bovenlaag, werkt nog altijd in het de Verenigde Staten van 2016. Tijdens de merkwaardige presidentsverkiezing dit jaar wordt duidelijk hoezeer politici baat hebben bij een verdeel en heers tactiek. De Verenigde Staten mag dan een rijk land zijn; er heerst veel armoede onder de zwarte en witte bevolking. Toch werken deze twee groepen nauwelijks samen om het elitisme in Washington te verslaan. Arme witte mensen stemmen massaal op de multimiljonair Donald Trump, terwijl zijn beleid niet in hun voordeel zal werken.13 Donald Trump is de presidentskandidaat voor de Republikeinen en tijdens zijn campagne haalt hij regelmatig het nieuws vanwege controversiële uitspraken of acties. Zoals bijvoorbeeld de weigering om afstand te nemen van de voormalige leider van de Klu Klux Klan toen deze witte terreurgroep steun uitsprak voor Trump. Een ander voorbeeld is de verschillende keren dat Trump openlijk betwijfelde of President Obama wel degelijk in Hawaï was geboren en niet in Afrika. Recentelijk betoogde Trump moslims te weren uit de Verenigde Staten door geen visa meer af te geven aan moslims uit landen die te maken hebben met terrorisme, dit zou dus ook gelden voor landen als Frankrijk en Duitsland. De haatcampagne die Trump heeft opgezet in de Verenigde Staten is beledigend voor bijna iedere groep, behalve voor de witte man. Trump stelt deze groep gerust door het idee te wekken dat zij hun geprivilegieerde positie terugkrijgen/handhaven als hij president is.14 Terwijl de Verenigde Staten het land is waar de rijkdom het oneerlijkste is verdeeld. Dus de kleine bovenlaag heeft het meeste kapitaal in bezit en de grote massa moet het met veel minder doen.15 Dit gegeven zou de Amerikaanse bevolking aan het nadenken moeten zetten over wie aan het profiteren is van de polarisatie, het is namelijk niet de zwarte en witte massa.

Meerdere perspectieven: een krachtig verhaal

Een manier om racisme tegen te gaan is door de geschiedenis in zijn geheel te vertellen, zoals bijvoorbeeld in New York, Washington DC en ook Amsterdam gebeurt. In Washington DC werd deze week het National Museum of African American History and Culture door President Barack Obama geopend. In Amsterdam worden Black Heritage rondleidingen gegeven, waarbij aandacht wordt besteed aan de rol van slavernij in het ontstaan van de toeristische hoofdstad.16 De rijkdommen van de stad zijn immers niet gratis vergaard. Op dit moment wordt er door diezelfde initiatiefnemers een project opgezet omtrent onder andere slavernij in de staat New York. Hierbij wordt aandacht besteed aan nog bestaande Nederlandse, Native en Afrikaanse invloeden. Dit is een prachtige manier om het verhaal van de staat New York vanuit meerdere perspectieven te vertellen. Het toepassen van multiperspectiviteit is één van de belangrijkste methoden van een historicus, maar deze vaardigheid wordt zelden in de praktijk gebruikt. De aandacht ligt graag op de pracht en praal. Liever wordt er niet gepraat over het lijden van tot slaaf gemaakten en de armoede van de rest van de bevolking. Toch is geschiedenis is vooral een verhaal van de rijke kleine bovenlaag tegenover de grote arme onderlaag. Vanaf de achttiende eeuw werd in de Verenigde Staten segregatie op basis van huidskleur door de welgestelde bovenlaag bewust in gezet om de arme massa in bedwang te houden. Anno 2016 blijkt dit nog steeds een succesvolle tactiek te zijn. Kennis van deze welbewuste gedeelde geschiedenis zou ons moeten dwingen tot een gezamenlijke toekomst.

 

1 ‘The Terrible Transformation,’ PBS http://www.pbs.org/wgbh/aia/part1/1p263.htm ;27-08- 2016

2 Morton Wagman, ‘Corporate Slavery in New Netherland,’ The Journal of Negro History 65:1 (1980) 34-42, 34.

3 Wagman, ‘Corporate Slavery in New Netherland’, 37.

4 Jaap Jacobs, New Netherlands: A Dutch colony in seventeenth-century America (Leiden 2005) 93.

5 Jaap Jacobs, New Netherlands: A Dutch colony in seventeenth-century America (Leiden 2005) 480.

6 Diana diZerega Wall and Anne-Marie Cantwell, Touring Gotham’s Archaeological Past: 8 Self-Guided Walking Tours through New York City (Yale University Press 2004) 25

7 Kimberley Sambol-Tosco, ‘The Slave experience: Religion,’ Slavery and the Making of America 2004. http://www.pbs.org/wnet/slavery/experience/religion/history2.html 25/09/2016.

8 Edward Rothstein, ‘A Burial Ground and Its Dead Are Given Life’, The New York Times 25-02-2010 http://www.nytimes.com/2010/02/26/arts/design/26burial.html ;27-08- 2016.

9 Contractarbeiders werden vanuit Europa naar de “nieuwe wereld”gelokt of gedwongen vervoerd, vervolgens moesten deze mensen voor een bepaalde tijd werken voor de contractopsteller. Na deze periode was de persoon vrij, maar kende vaak alsnog een uitzichtloos bestaan. Dit is een andere vorm van uitbuiting dan slavernij, aangezien de persoon wel zicht had op vrijheid en werd – tot in enige mate – als mens erkend.

10 Zinn, A People’s History of the United States, 54.

11 Howard Zinn, A People’s History of the United States (New York 2005) 55.

12 Zinn, A People’s History of the United States, 56.

13 Jonna Ivan, ‘I know why poor white chant Trump Trump Trump,’ The Establishment 24-05- 2016 http://www.theestablishment.co/2016/05/24/i-know- why-poor- whites-chant- trump-trump- trump/ 27-08-2016.

14 Jonathan Freedland, ‘Welcome to the age of Trump’, The Guardian 19-05- 2016 https://www.theguardian.com/us-news/2016/may/19/welcome- to-the- age-of- trump 27-08- 2016

15 Erik Sherman, ‘America the ricest, and most Unequal, Country,’Forbes 30 september 2015.

16 Black Heritage Tours door Amsterdam & New York door Jennifer Tosch http://www.blackheritagetours.com/ 27-08- 2016.

Vacatures bestuur GVGT

imagesN3Y7QTBQ

Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst, Rotterdam

 Vacatures bestuur

GVGT combineert trots op al het moderne van Rotterdam met het inzicht dat het verleden nooit ver weg is: de sporen en effecten van kolonialisme en het Nederlandse slavernijverleden zijn overal zichtbaar.

GVGT is mede-initiatiefnemer van Keti Koti Rotterdam, organisator van de Keti Koti en Tula herdenking bij het slavernij-monument, bruggenbouwer en informatiepunt voor studenten, professionals en bewoners, gemeente, onderwijs, herdenkings-partners, erfgoed en culturele instellingen.

GVGT groeit als organisatie. Die groei vraagt om versterking op bestuurlijk niveau. Het huidige bestuur wil daarom graag in contact komen met gemotiveerde kandidaten, die willen meebouwen aan de groei van de stichting.

Vacature: bestuurslid algemeen

Voor de vacature ‘algemeen’ zoeken we een kandidaat met management kwaliteiten, in staat om onze activiteiten intern te stimuleren en extern uit te dragen in diverse netwerken. Type waar mensen graag naar luisteren, met gezag.

Vacature: bestuurslid financieel-juridisch

Voor de vacature ‘financieel-juridisch’ zoeken we een kandidaat met ervaring op financieel en/of juridisch terrein, in staat begeleiding te bieden bij de aanvraag van subsidies, het aangaan van contracten enz. Type vraagbaak, specialist, fixer.

We komen graag in contact met kandidaten met een ruime professionele of levenservaring; eerdere ervaring met bestuurswerk is een pré. Gepensioneerden zijn welkom! Ervaring in de culturele sector is niet noodzakelijk. Het (onbezoldigde) bestuur komt ongeveer eens per maand bijeen. Regelmatig vindt daarnaast overleg plaats met de programmeurs over specifieke vragen of actuele ontwikkelingen.

Voor vragen over deze vacature kunt u contact opnemen via gvgtrotterdam@gmail.com of telefonisch via de heer Harlow Brammerloo 0611353059 of de heer Wim Reijnierse 0640555887.

Geinteresseerden kunnen hun belangstelling kenbaar maken door een motivatiebrief en cv te sturen naar Stichting GVGT t.a.v. het bestuur, via gvgtrotterdam@gmail.com.

Stichting Gedeeld verleden gezamenlijke toekomst, KvK nummer 24337677, Vacature augustus 2016

 

 

 

 

 

 

Tula Herdenking Rotterdam

tula_1_cs6-4

AANKONDIGING
Tula Herdenking Rotterdam
Datum: 17 augustus 2016, 16.00-17.00
Plaats: Lloydkade / Slavernijmonument Rotterdam

Op 17 augustus 1795 kwamen meer dan 2000 tot slaaf gemaakten op Curaçao in opstand tegen hun onderdrukkers, de plantage-directeuren. Onder leiding van Tula slaagden dappere tot slaaf gemaakte mannen en vrouwen er in verzet te bieden tegen de slavernij en de zware werkomstandigheden op het
platteland. Op Curaçao wordt dit herdacht als “Dia di lucha pa libertat”, de “Dag van strijd voor de vrijheid”, ook wel de Dag van Tula.

De Tula Herdenking is volgens Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) om meerdere redenen van belang. Ten eerste om aandacht te schenken aan de ontstaansgeschiedenis van Curaçao. De West Indische Compagnie (WIC), waarvan Rotterdam ook aandeelhouder was,
maakte van Curaçao een centraal punt binnen de slavenhandel in het Caribische gebied. Ten tweede is de Dag van Tula belangrijk om het zwart verzet tegen slavernij te benadrukken. Tula en medestrijders Carpata en Wacao streden voor vrijheid maar zij werden door de Nederlandse
gezagvoerders op wrede manier gedood.

Stille herdenking
Op 17 augustus vindt om 16.00 uur een stille herdenking plaats. GVGT nodigt iedereen uit om aanwezig te zijn. Neem een mooie bloem mee om daarmee de strijders voor vrijheid te herdenken en te eren. De Gevolmachtigde Minister van Curaçao is uitgenodigd aanwezig zijn op de Dag van Tula.

Tula werkgroep
GVGT nodigt belangstellenden uit om zich aan te sluiten bij de werkgroep Tula Herdenking Rotterdam. De werkgroep neemt zich voor deze herdenking jaarlijks te gaan organiseren.
–——
Organisatie: De Tula Herdenking Rotterdam 2016 wordt georganiseerd door Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Voor meer info zie www.ketikotirotterdam.nl

Schoolboeken nog vol raciale en koloniale stereotypen

Schoolboeken nog vol raciale en koloniale stereotypen

Elk jaar wordt in Nederland op 1 juli de afschaffing van de slavernij gevierd. In aanloop daarnaartoe hield de Amerikaanse professor Melissa Weiner op de hogeschool een lezing over slavernij en kolonialisme in Nederlandse schoolboeken.

sl_monument1-1-1www.ketikotirotterdam.nl

Weiner bestudeerde 203 Nederlandse schoolboeken, vooral geschiedenisboeken, die in de periode 1980-2011 zijn gepubliceerd. Ze keek naar de manier waarop er werd geschreven over Afrika, kolonialisme en slavernij en naar de manier waarop deze thema’s werden verbeeld.

In geen enkel schoolboek worden Nederlandse personen of bedrijven verantwoordelijk gehouden voor slavernij, concludeerde zij. En er is weinig tot geen aandacht voor de extreme wreedheden die zijn gepleegd door Nederlandse ondernemers en plantagehouders, slaven worden gedehumaniseerd voorgesteld (alsof ze geen menselijke eigenschappen hebben), het slavenverzet genegeerd en raciale stereotypen bekrachtigd. En dat is een probleem, zegt Weiner, omdat de beelden uit deze schoolboeken mede beïnvloeden hoe kinderen vandaag kijken naar ras, discriminatie en ongelijkheid.

‘In Rotterdam wonen momenteel bijna 100.000 mensen die nazaten zijn van tot slaaf gemaakten’, lezen we op de site ketikotirotterdam.nl. ‘Kennis en inzicht in elkaars verleden en wederzijdse erkenning van een gedeelde geschiedenis is noodzakelijk om succesvol te kunnen samenleven.’ Weiner onderschrijft dat.

Ze concludeert dat het beeld dat uit de schoolboeken opduikt eurocentristisch is en neokoloniaal. Afrika wordt meestal neergezet als een arm, primitief en gewelddadig continent. Nederland neemt geen medeverantwoordelijkheid voor het ontstaan van onderontwikkeling van Afrika, maar positioneert zichzelf als redder in nood: een land dat Afrikaanse landen helpt ‘die niet in staat zijn zichzelf te helpen’. En dat is een neokoloniaal beeld, zegt Weiner.

‘In mijn maag gestompt’

Wat te doen? Weiner: ‘De educatieve uitgeverijen zijn belangrijke spelers die tot nu toe niet happig zijn het gesprek hierover te voeren. Een lobby richting die uitgeverijen zou geen kwaad kunnen. Ouders kunnen daar bij de scholen van hun kinderen op aandringen, en daar is een serieuze vorm van ouderbetrokkenheid voor nodig. De meeste scholen verwelkomen ouders met open armen als ze mee willen op schoolreisje of willen helpen bij de lunch, maar als zij willen meepraten over lesmethodes, is het enthousiasme meestal een heel stuk minder. Een divers docentenkorps kan daarbij helpen.’ Nog een tip: ‘Zoek naar andere manieren om in de klas verhalen te vertellen over dit deel van het Nederlandse verleden. Een film als 12 years a slave heeft meer duidelijk gemaakt over de wreedheid van slavenhandelaren en plantagehouders dan dertig jaar aan geschiedenisboeken.’

In de Q&A na afloop is de relatie met de zwartepietendiscussie snel gelegd. ‘Als een groep Nederlanders met Afrikaanse roots zegt: “Zwartepiet doet ons pijn”, en dat wordt door veel autochtone Nederlanders gebagatelliseerd, dan hebben we nog een lange weg te gaan’, zegt Weiner die een paar jaar geleden voor het eerst een ‘echte zwartepiet’ zag. Tot die tijd had ze foto’s gezien en ervan gehoord, maar de eerste fysieke confrontatie was heftig. ‘Ik had het gevoel alsof ik in mijn maag werd gestompt. Het deed me fysiek pijn.’

Dorine van Namen

 

Wat zeggen onze geschiedenisboeken over het slavernijverleden?

Blog #6: Maayke de Vries – Schrijvers Yaa Gyasi en Natashia Deón

1fbd13a4-09b2-417a-988d-c027472511eb

In juni bezochten twee succesvolle debuterende schrijvers de charmante boekenwinkel Elliot Bay Bookstore in Seattle. In hun boeken bespreken beide auteurs het slavernijverleden van de Verenigde Staten. Met beide schrijvers voerde ik een kort gesprek over hun motivatie voor het schrijven van een boek over slavernij, de frustraties over de manier waarop er met het slavernijverleden wordt omgegaan en de situatie in Nederland.

Yaa Gyasi

d000e287-d994-4567-9ec4-79666c05e24fDe eerste auteur, Yaa Gyasi, kwam haar veelgeprezen roman Homegoing promoten. Gyasi is geboren in Ghana en emigreerde naar de Verenigde Staten op een jonge leeftijd. Haar boek speelt zich afwisselend af in Ghana en de Verenigde Staten. De bekende Amerikaanse schrijver Ta-Nehisi Coates roemde haar debuutroman en ook de grote kranten zoals The New York Times en The Washington Post waren lyrisch.

Homegoing gaat over het leven in Ghana en de Verenigde Staten door de eeuwen heen. Het verhaal begint in Ghana met Effia; zij is een jonge vrouw en lid van de Ashanti stam. De Europese machthebbers zijn op dat moment al gearriveerd in het continent en de Ashanti hebben een belangrijk aandeel in de trans-Atlantische mensenhandel. Met “Europese machthebbers” worden de Engelsen en Nederlanders bedoeld. De Nederlanders worden herhaaldelijk genoemd als slavenhandelaren, vooral op het moment dat Effia trouwt met een Engelse koopman. Zij leven in het kasteel aan de kust, waar in de kelders tot slaaf gemaakte Afrikanen worden vast gehouden. De toestand in het fictieve kasteel zou gelijk kunnen zijn aan een bestaan in het daadwerkelijk gerealiseerde fort Elmina aan dezelfde kust. Effia’s halfzus Esi is één van de vrouwen die gevangen zit in het kasteel, waarvandaan zij wordt verscheept naar Mississippi om daar te werken op een katoenplantage.

Verleden en heden

Vervolgens krijgt de lezer steeds een hoofdstuk aangeboden met het beknopte levensverhaal van een afstammeling van één van de halfzussen. Het verhaal van Effia’s nageslacht speelt zich af in het land van de Ashanti en Fante, terwijl Esi’s nakomelingen een leven kennen in Noord-Amerika. Het interessante aspect van Homegoing is de directe lijn die getrokken wordt met het verleden en het heden. Zo eindigt het boek in onze tijd met Majorie, nazaat van Effia, die gemigreerd is vanuit Ghana naar Noord-Amerika en worstelt met de term Afro-Amerikaan. Gyasi laat zien dat de familie van Majorie in Ghana ook eeuwenlang onheil heeft gekend en dat slavernij een activiteit was waar Afrikanen zelf een aandeel in hadden. Doordat Gyasi het slavernijverhaal van beide kanten vertelt, is het geheel vernieuwend.

Gyasi laat ook in haar hoofdstukken over het leven in Noord-Amerika geen onderwerp onaangeroerd. Het leven voor de afstammelingen van Esi in de Verenigde Staten is tijdens en na de slavernij een verhaal van racisme, verzet en volharding. Gedurende de twintigste eeuw werd racisme geïnstitutionaliseerd door onder andere verplichte arbeid bij een onbetaalde boete en de oorlog tegen drugs. Dit systeem maakte – en maakt nog steeds – vele slachtoffers onder Afro-Amerikanen, zoals onder andere Ta-Nahesi Coates en Bryan Stevenson met non-fictie werk hebben aangetoond. 1

Mensen een stem geven

Tijdens het bezoek van Gyasi aan Seattle liet zij merken dat opheldering van de geschiedenis een belangrijke motivatie is voor haar werk. Gyasi vertelde dat zij gedurende haar onderzoek veel nieuwe informatie tegenkwam, in het bijzonder over de situatie in Ghana tijdens de trans-Atlantische slavenhandel. Op mijn vraag of dit een motivatie was voor haar werk reageerde zij instemmend met het volgende antwoord: “het is belangrijk om mensen een stem te geven die hiervoor niets over hun geschiedenis hebben kunnen zeggen, vooral voor de mensen in Ghana is dit het geval. De Engelsen waren degene die geschreven taal naar het land brachten, omdat de oorspronkelijke taal in Ghana een mondelinge taal was. Daardoor komt hun verhaal niet voor in de archieven en voelde ik de dwang om op zoek te gaan naar deze stemmen met mijn boek.”

b3df0812-143f-475e-9a67-549b7b9b9ca5Tijdens de signeersessie vertelde ik Gyasi over de organisatie Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst in Rotterdam die eigenlijk hetzelfde doel heeft en dit realiseert door onder andere het organiseren van activiteiten en de afschaffing van slavernij te vieren. Gyasi reageerde enthousiast en refereerde naar het Nederlandse erfgoed in Ghana, zoals kasteel Elmina. Een andere herkenning is de herhaaldelijke verwijzing naar Anansi als een mythisch schepsel dat een teken van hoop was voor de hoofdpersonen wanneer het leven tegen zat. De verhalen van Anansi zijn ook bekend geworden in Nederland, door de populariteit van de mythische spin in Suriname en de Nederlandse Antillen.

Het boek is vlot geschreven. De verhalen van de verschillende personen zijn kort en zo boeiend dat teleurstelling overheerst wanneer het volgende hoofdstuk begint. De boodschap van Gyasi met het boek is duidelijk. Yaw, één van de hoofdpersonen in het boek, verwoordt het letterlijk. Yaw is een geschiedenisleraar in Ghana die altijd het volgende vertelt aan zijn studenten tijdens de eerste schooldag :

We believe the one who has the power. He is the one who gets to write the story. So when you study history, you must always ask yourself, Whose story am I missing? Whose voice was suppressed so that this voice could come forth?

Gyasi maakte gebruik van secundaire bronnen om haar verhaal te creëren. Maar er was niet veel geschreven over het leven in in Ghana gedurende de trans-Atlantische slavenhandel. Hierdoor was het moeilijk om informatie te verkrijgen over het leven in kasteel en over Ashanti vrouwen die getrouwd waren met een Europeaan. Grote delen van deze verhaallijnen zijn ingevuld met de creativiteit van de schrijver. Met het boek geeft Gyasi een stem aan de mensen die voor een groot deel in de geschiedenis onbenoemd zijn. Dit verwijst naar de blog over het bezoek aan de plantages in Louisiana waar het tegenovergestelde gebeurde.

Natashia Deón

453e94f5-460b-4de0-bdba-b7d08bd4739bHet tweede boek over het leven van tot slaaf gemaakten in het zuiden van de Verenigde Staten is het werk van Natashia Deón. Ook zij bracht een bezoek aan Seattle om te vertellen over de totstandkoming van haar boek Grace. Deón sprak over de tegenslagen tijdens de zoektocht naar een uitgever, omdat Gyasi’s boek ook in opkomst was. Uitgevers vonden één black female author wel genoeg voor dit jaar. Dit tot frustratie van Deón, maar het gaf haar wel de tijd om sommige stukken in het boek te herschrijven. Uiteindelijk werd er een uitgever gevonden en bestormde het boek de verkooplijsten door goede recensies in grote kranten.

Grace gaat over vrouwen in het negentiende-eeuwse Noord-Amerika. Het boek wordt verteld door Naomi; een tot slaaf gemaakte vrouw die overlijdt nadat zij haar dochter Josephine ter wereld brengt. Jaren eerder vluchtte Naomi weg van haar zus en moeder, omdat zij de plantage eigenaar vermoordde nadat hij probeerde haar zus te verkrachten. Naomi vindt enkele jaren bescherming in een bordeel gerund door Cynthia, maar moet opnieuw vluchten als zij hoogzwanger is. Tijdens de vlucht wordt Naomi’s dochter geboren en overlijdt zijzelf. Als een geest blijft Naomi zweven door het leven van haar dochter Josephine. Deze ziel vertelt het verhaal van beide vrouwen in prachtige en vloeiende passages zoals de volgende:

It’s been said that justice is getting what you deserve. And mercy is not getting the bad you deserve. Grace is getting a good thing, even when you don’t deserve it. So if I would’ve named my good thing, I’d have called her Grace. But someone else named her Jopsephine.

De verhalen van moeder en dochter wisselen elkaar af in het boek, waardoor er tussen beide vertellingen ruwweg twintig jaar zit. Met als gevolg dat het verhaal van Josephine zich afspeelt tijdens de Emancipatieproclamatie van president Lincoln. Met dit bevel in 1863 werden de tot slaaf gemaakten in de zuidelijke staten vrijgemaakt. Het boek maakt op indrukwekkende wijze duidelijk dat dit een nietszeggende actie was voor de tot slaaf gemaakten. De tot slaaf gemaakten in het zuiden van de Verenigde Staten kregen hun wettelijke vrijheid pas met het dertiende amendement in 1865, toch veranderde dit hun situatie nauwelijks.

Verandering en continuiteit

In Grace beschrijft Deón de continuïteit van de onderdrukking en racisme op een dusdanig indringende manier, dat ik mij ook afvroeg hoe dit geweest moest zijn in de Nederlandse Koloniën. Nederland schafte de slavernij op 1 juli 1863 af, dit vieren wij elk jaar met Keti Koti. Maar de tot slaaf gemaakten moesten nog tien jaar op de plantages werken, terwijl de slavenhouders een schadevergoeding kregen. In Grace wordt de weemoed van de tot slaaf gemaakten na hun “vrijlating” zo aangrijpend beschreven dat mijn verontwaardiging over de gang van zaken in Nederland werd aangewakkerd. En dit is ook precies de bedoeling van zowel Natashia Deón als Yaa Gyasi.

5a7c15e6-bbbc-4824-8361-3c38d2a68196De publicatie van twee boeken over de horror van slavernij en de nasleep daarvan in de huidige samenleving in de Verenigde Staten kan geen toeval zijn. Grace was dan ook eigenlijk gepland voor in de winter van 2016, maar de uitgever meende dat het nu tijd was. Beide schrijvers zien hun boek als kritiek op de manier waarop Afro-Amerikanen behandeld worden in de samenleving en hoe er met de geschiedenis omgegaan wordt. Deón noemde Donald Trump als presidentskandidaat een duidelijk signaal dat er iets grondig mis is in de Amerikaanse samenleving, zij hoopt dat haar boek van betekenis kan zijn als protest.

Kracht van vrouwen

Verder frustreerde het Deón dat alle boeken over slavernij geschreven waren door een man of vanuit een mannelijke perspectief. Haar doel was het representeren van sterke vrouwen, ieder op haar eigen manier. De geschiedenis was onaardig tegen vrouwen, vandaar dat vrouwen samen moesten werken om te overleven. Zowel Naomi als Josephine ontmoet verschillende vrouwen die een belangrijke rol spelen in hun overleving. Dus naast het perspectief van een tot slaaf gemaakte vrouw, is er ook de strijd voor een ongetrouwde witte vrouw, de uitdagingen van een gescheiden plantage eigenares en een vrijheidsstrijdster uit Mexico.

In Grace doorklinkt behalve de stem van Naomi ook de stem van Natashia Deón met wijsheden die zij de lezer meegeeft. De boodschap is voornamelijk de noodzaak om bewust te zijn van het feit dat jouw lichaam van jou is. Zo zegt Naomi het volgende tegen haarzelf:

“A women’s body is hers, just like a man’s is his. Every woman should make her own choices and consider what’s up for grabs and the consequences. ‘Cause she’s priceless…..‘til she names her price.”

fac7006f-3513-4e0e-ad96-035f6e256d26Ook met Natashia Deón praatte ik over de stichting Gedeeld verleden Gezamenlijke toekomst en de noodzaak om een inclusieve vorm van geschiedenis te schrijven. Deón toonde waardering voor de stichting, daarnaast zette zij haar eigen kijk op geschiedenis uiteen. Voor Deón is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de geschiedenis, zodat we het in de toekomst beter te doen. Hierbij maakte Deón een referentie naar de ongenuanceerde uitspraken die het migratiedebat in Noord-Amerika hebben overstemd: “I don’t want that other people have to go through the same struggle we have faced and are still facing, it makes me feel bad.” Tijdens de vragenronde maakte Deón een andere opmerking met betrekking tot de huidige situatie door de vragen te stellen: “Wat betekent vrijheid eigenlijk? Is wat we nu hebben vrijheid? We moeten beseffen dat de gevangenschap nog steeds in ons hoofd zit.”

Het lezen van romans over historische onderwerpen kan inzichtgevend zijn, aangezien geschiedenis niet alleen geconstrueerd wordt door historici, juist niet. De twee historische romans besproken in deze blog hebben de intentie een ander verhaal te laten horen. In de Verenigde Staten is een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse schrijvers aan het opstaan die schrijven over hun geschiedenis en hun leven. Zelf was Natashia Deón geïnspireerd door Toni Morrison en Alice Walker, momenteel ben ik boeken van deze schrijvers aan het lezen.

Verder zijn de volgende romans een aanrader:

Lawrence Hill – The Book of Negroes

Isabel Allende – Island beneath the Sea

Cynthia McLeod – De vrije negerin Elizabeth, gevange van kleur

Kathryn Stockett – The Help

Wellicht heb jij ook een goede leessuggestie? Ik hoor het graag!

 

1 Ta-Nahesi Coates, Between the world and me (New York 2015) ; Bryan Stevenson, Just Mercy. A story of Justice and Redemption (New York 2015).

Blog #5: Maayke de Vries – Louisiana & Plantages

Oak-Alley-Plantation_1a
In de nabije omgeving van New Orleans zijn tientallen voormalige rietsuikerplantages. Het tropische klimaat in Louisiana was zeer gunstig voor het verbouwen van rietsuiker in de negentiende eeuw. Tijdens mijn verblijf in Louisiana bezocht ik drie verschillende voormalige plantages. Tijdens de negentiende eeuw werden tot slaaf gemaakte mensen vanuit het tegenwoordige Senegal, Gambia, Biafra en Benin als cargo verscheept naar de Louisiana om onder dwang te werken op de suikerplantages.[1] De internationale slavenhandel werd afgeschaft in 1807, maar dit verbod werd omzeild en in de jaren daarna werden tot slaaf gemaakten via de interregionale slavenhandel verhandeld. New Orleans functioneerde als belangrijk centrum in deze interregionale slavenhandel.

Tegenwoordig is er een heuse toeristenbranche ontstaan rondom de voormalige plantages. Ik was – als historicus – nieuwsgierig naar het verhaal dat aan bezoekers (toeristen) wordt verteld op deze historisch plekken. Wiens levensverhaal staat centraal? Hoe wordt er in het zuiden van Amerika omgegaan met de slavernijgeschiedenis? Welk perspectief wordt uitgelicht en vooral met welke woorden en beelden.

Het verhaal van de geschiedenis

Deze vragen zijn noodzakelijk omdat geschiedenis schrijven niets anders is dan het creëren van een verhaal met een claim op de waarheid.[2] Het bezoek aan drie verschillende voormalige plantages laat goed zien hoe subjectief geschiedenis is, en hoe makkelijk een vertelling te manipuleren is. Historische kennis is niet neutraal maar subjectief, omdat macht een rol speelt tijdens het tot stand komen van het narratief, met zijn heroïsche vertellingen en verontrustende verzwijgingen. De geschiedkunde heeft de pretentie de waarheid (historische feiten) te kennen, omdat bronnenonderzoek onderdeel is van de historische methode. Maar ook de historische bronnen zelf (zoals archieven) zijn op hun beurt producten van machtsverhoudingen. Met andere woorden wanneer je geschiedenis zo neutraal mogelijk wil onderzoeken, moet je bewust zijn wie het gezag (de macht) had bij: 1) het ontstaan van de bron (wat wordt wel/niet opgeschreven), 2) het archiveren van de bron (wat wordt wel/niet bewaard), 3) het interpreteren van de bron, 4) het aanduiden van het belang van de bron.[3] In de Amerikaanse samenleving, net als in de Nederlandse, is het duidelijk wie aan de macht was tijdens de vier fases die cruciaal zijn voor het vormen van een narratief over bijvoorbeeld slavernij.

Daarnaast werd door het bezoek aan de plantages ook duidelijk dat geschiedenis niet alleen wordt bedreven in de academische omgeving, maar juist daar buiten. Het ontwikkelen van een narratief is een samenspel tussen onder andere historici, journalisten, activisten, politiek leiders en onafhankelijke burgers.[4] Zodoende is in het zuiden van de VS een verhaal ontstaan waarbij het slavernijverleden verstopt zit in de verheerlijking van het negentiende-eeuwse Noord-Amerika. Alhoewel zangeres Beyoncé een afwijkende interpretatie van de geschiedenis presenteerde met de lancering van haar video album Lemonade in april dit jaar; hierdoor werd ook zij mededinger in de vertelling van de geschiedenis.

I. Laura plantage
a025a9ab-4f75-4955-bad4-e6cf44a2ed0c
De eerste plantage die ik bezocht was genaamd: Laura, A Creole Plantation.[5] Deze plantage wordt jaar in jaar uit verkozen tot beste attractie in Louisiana. Reisgids The Lonely Planet prijst de tour aan als een must-see in Louisiana. In 1860 waren er meer dan 300.000 tot slaaf gemaakten in Louisiana, op een vrije bevolking van ongeveer 350.000 mensen.[6] Dus bijna de helft van de bevolking in Louisiana leefde in gevangenschap. Maar wanneer men de Laura plantage aandoet en de opgetogen tour mee loopt, is dit absoluut niet het verhaal dat wordt verteld. Om te beginnen start de tour in het huis van de meester en daar spenderen we het grootste gedeelte van de tour. Verschillende elementen van het huis worden uitgelicht, zoals originele foto’s van de familie en duur Chinees servies aanwezig in de villa. De gids vertelt over het moment dat Nanette Prud’Homme het roer moest overnemen, omdat haar man overleed, aan het begin van de negentiende eeuw. Volgens de gids deed Nanette het “extremely well”, aangezien het bedrijf groeide van 17 naar 96 tot slaaf gemaakten gedurende haar management. Verderop in de tour, nog steeds in het landhuis, benoemde de gids de “intimate relations” die de overseer onderhield met tot slaaf gemaakte vrouwen, of eigenlijk meisjes aangezien de jongste veertien jaar oud was. De enige nuance die de gids maakte, was de retorische vraag: “Was this with mutual consent? Probably not”. De toon die de gids hanteerde en de onwil om het woord verkrachting te gebruiken, wekken het idee dat deze vrouwen iets te zeggen hadden over hun contact met de opzichter. Dit is misleiding.  Het lichaam van deze vrouwen werd namelijk gezien als eigendom van de planter, hij kon dan ook op elk moment beroep doen op haar.

Vrouwen in slavernij

De bezoekers van de Laura plantage horen zodoende niks over het leed dat uitsluitend tot slaaf gemaakte vrouwen trof. Vrouwen waren door de eeuwen heen, en zijn nog steeds, het archetype van een slaaf: tijdens de oudheid werden mannen door vijandelijke volkeren vermoord, terwijl vrouwen gevangen werden genomen en tot slaaf werden gemaakt.[7]  In onze tijd gebruikt ISIS dezelfde strategie door andersgelovige vrouwen tot seksslavin te maken.[8] Ook in het negentiende-eeuwse Noord-Amerika was het lichaam van tot slaaf gemaakte vrouwen een prooi voor mannelijke planters, opzichters, handelaren en matrozen.[9] Bovendien werden tot slaaf gemaakte vrouwen gezien als broedmachines nadat de slavenhandel officieel afgeschaft was in 1807. De vraag naar werkkracht op de plantages steeg en de enige manier om aan deze vraag te voldoen was door voortplanting. Met als gevolg dat tot slaaf gemaakte vrouwen gedwongen werden om gemeenschap te hebben met zorgvuldig uitgekozen tot slaaf gemaakte mannen. Dit puur en alleen om nageslacht voort te brengen.[10] Deze praktijken waren mogelijk omdat er een beeldvorming – door de witte slaaf eigenaren – was gecreëerd, dat vrouwen met een donkere huidskleur beschreef als hyper seksueel en verleidsters. Deze representatie schiep een geseksualiseerd beeld van de vrouwen waardoor verkrachting in de ogen van de witte slavenhouder was gerechtvaardigd.[11] Tot op de dag van vandaag bestaat dit geseksualiseerde beeld van Afro-Amerikaanse vrouwen nog steeds: een indicatie van aanhoudend racisme en seksisme.[12]

 

Vrouwen tegen slavernij

Harriet TubmanHet waren juist Afro-Amerikaanse vrouwen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de afschaffing van de slavernij. Vandaar dat de eerste Afro-Amerikaan en vrouw op een dollarbiljet Harriet Tubman gaat worden; zij ontsnapte uit slavernij in 1849 door naar een noordelijke staat (waar slavernij al was afgeschaft) te vluchten. Daarna speelde Tubman een belangrijke rol in de bevrijding van honderden tot slaaf gemaakten via The Underground Railroad. Dit was de benaming van het geheime netwerk bestaande uit veilige adressen voor gevluchte tot slaaf gemaakten. Een andere naam om te onthouden is Mary Elizabeth Bowser. Zij was een slaaf in het huishouden van Jefferson Davis (de president van de Geconfedereerde Staten van Amerika) en spioneerde zodoende voor het noorden tijdens de burgeroorlog. Ten slotte is Sojourner Truth een inspiratie als vrijheidsvechter vooral vanwege haar beroemde speech: “Ain’t I a Woman?”[13]

Juist omdat vrouwen in slavernij leden onder zowel racisme als seksisme, hadden vrouwen een sterke motivatie om afschaffing te verwezenlijken. Dit gold niet alleen voor tot slaaf gemaakte vrouwen in Noord-Amerika. Aspha Bijnaar toonde aan dat ook tot slaaf gemaakte vrouwen in de Nederlandse koloniën een belangrijke rol op zich namen als vrijheidsvechters.[14]

Het afzwakken van het leed, dat tot slaaf gemaakte vrouwen hebben moeten ondergaan, heeft twee gevolgen. Ten eerste de (on)bewuste voortzetting van racistische stereotypen tot op de dag van vandaag. Ten tweede de onmogelijkheid om lering te trekken uit het verleden. Juist musea en historische artefacten bieden een kans het publiek te onderwijzen over ongerechtigheden uit het verleden. Daarnaast kan er een bewustzijn worden gecreëerd waardoor een ieder wordt aangezet tot nadenken over het verleden, het heden en verbetering in de toekomst. Het tegenovergestelde gebeurt op de Laura plantage, waar het narratief geschapen door witte slaafhoudende mannen in stand wordt gehouden.

II. Oak Alley plantage

De tweede plantage, Oak Alley, presenteert dezelfde verheerlijking van het negentiende-eeuwse Noord-Amerika.[15] Op de Oak Alley plantage wordt alleen een rondleiding aangeboden in het huis van de meester. Opnieuw was het overgrote deel van het publiek Amerikaans, wit en van middelbare leeftijd. Verdwaald op een leeg grasveld stonden her en der overblijfselen van slavenhutten. Een legertent was opgezet naast het landhuis. In deze legertent beschreef een acteur, als officier uit het leger van de Geconfedereerde staten, de gevechten rondom New Orleans.[16]

De aanwezigheid van een Civil War reenactor gecombineerd met de focus op de pracht en praal van het landhuis creëren een vertelling die a) feitelijk gezien onjuist is en b) leidt tot een interpretatie van geschiedenis die ongewenst/racistisch gedrag veroorzaakt.[17] Een gedrag ontwikkelen uit een confrontatie met het verleden is mogelijk omdat onze relatie met het verleden niet statisch is, echter de manier waarop men met de geschiedenis omgaat is ook een representatie van de tijdsgeest.[18] In de twee tot nu toe besproken plantages werd aangetoond hoezeer slavernij -in het zuiden van Amerika- een onderwerp is dat weggemoffeld wordt door een volledige focus op een geromantiseerd beeld van de rijke witte families in de negentiende eeuw. Dit is een interpretatie van de geschiedenis die wij in Nederland ook kennen, namelijk dat van de rijke witte families die de economie van de natie vooruit hielpen. De manier waarop deze vooruitgang werd verwezenlijkt staat centraal en over de rug van wie is bijzaak. Dit narratief is een reflectie van onze maatschappij, namelijk een samenleving waarin white privilege goed ingebed is. Toch is een andere aanpak ook mogelijk en de Whitney Plantage is een goede illustratie.

III. Whitney plantage

38b6d009-29bf-4f90-93fb-730dcf02db3fEen geheel andere methode wordt namelijk toegepast op de Whitney Plantage. Dit was de derde plantage die ik bezocht in Louisiana. Om te beginnen werd de rondleiding gegeven door een Afro-Amerikaanse vrouw. Het accent tijdens de gehele tour lag op het lijden en leven van tot slaaf gemaakte mensen. Zo begon de tour bij de eerste van de drie gedenktekens die de voormalige plantage rijk was. Het eerste gedenkteken was een muur met alle namen van tot slaaf gemaakten die een leven op de Whitney Plantage hebben gekend. De tweede muur was bedekt met namen van alle 300.000 tot slaaf gemaakten die ooit in Louisiana een verblijfplaats vonden. Op de muren werden quotes gedeeld, afkomstig van mensen die ooit tot slaaf gemaakt waren.[19]

Het eerste deel van de rondleiding eindigde met een bezoek aan een standbeeld in de vorm van een mens met uitgestoken handen. Het standbeeld was bedoeld als pronkstuk in het eerste slavernijmuseum in Fredericksburg, Virginia. Dit museum kwam er nooit. Vandaar dat het kunstwerk een plek kreeg in het eerste werkelijk gerealiseerde slavernijmuseum van de VS: de Whitney Plantage. Het feit dat het grootste gedeelte van de tour plaatsvond tussen de gedenktekens gaf een hele andere lading aan de ervaring: er was een bewustzijn van de gebeurtenissen die op deze plek hebben plaatsgevonden.

Onwetendheid

Het tweede deel van de tour vond plaats tussen de voormalige slavenhutten, met een kort bezoek aan het grote huis. Tijdens de wandeling over de voormalige plantage werd veel aandacht besteed aan het lijden van de tot slaaf gemaakten, zo werd er in detail verteld over het werkproces in de suikerraffinaderij. Tijdens het proces liepen tot slaaf gemaakten vaak derdegraads brandwonden op, resulterend in het missen van een ledemaat. Ook werd er stilgestaan bij het afstraffen van verzet door middel van lijfstraffen, zoals zweepslagen. Deze details werden het publiek van de voorgaande twee plantages bespaard, met als gevolg dat het narratief over slavernij op de drie verschillende voormalige plantages totaal anders was. De informatie verkregen op de Whitney Plantage is onaangenaam, maar het is noodzakelijk voor een ieder om de wreedheden aan te horen. Wanneer men deze kennis niet heeft en er een geromantiseerd beeld op na houdt, kan er een publieke opinie ontstaan dat in 2016 de Emancipatieproclamatie (afschaffing van de slavernij) afgekondigd door Abraham Lincoln een fout vindt.[20] Dezelfde analyse kan ook voor Nederland gemaakt worden. Zolang het overgrote deel van de bevolking een geromantiseerd beeld heeft van de Gouden Eeuw en de koloniën, zal het moeizaam zijn het publiek te enthousiasmeren voor dekolonisatie van de samenleving.

Limonade

Tot slot is het verontrustend dat in een staat als Lousiana  – waar 32 procent van de bevolking Afro-Amerikaans is – op voormalige plantages een incorrecte en manipulatieve verslaggeving van geschiedenis kan plaatsvinden anno 2016. Op twee van de drie voormalige plantages wordt een narratief verteld dat een racistische patriarchale samenleving handhaaft door de focus te leggen op het weelderige leven van de witte planters.[21]  Dit perspectief wordt verteld met tours die alleen plaatsvinden in de luxueuze huizen en door ongenuanceerde woordkeuzes van de tourgids. Terwijl juist musea en historische overblijfselen plekken zouden moeten zijn waar wij iets kunnen leren van het verleden, zodat we herhaling kunnen voorkomen. In de VS heeft superster Beyoncé op haar laatste video album Lemonade een poging gedaan een alternatieve interpretatie te bekrachtigen door bezit te nemen van de geschiedenis en de Afro-Amerikaanse vrouw te vereren met visuele meesterwerken.[22] Maar ook de benarde positie van de Afro-Amerikaanse vrouw in de samenleving wordt aan de kaak gesteld door onder andere een gedeelte van Malcolm X’s speech te laten horen: “The most disrespected person in America is the black woman. The most unprotected person in America is the black woman. The most neglected person in America is the black woman.” Het politiek geëngageerde album veroorzaakte een ware buzz in de VS. Met de verkoopcijfers van het album werd geschiedenis geschreven, terwijl Beyoncé op het album zelf de geschiedenis herschreef door de strijd van Afro-Amerikaanse vrouwen in de schijnwerpers te zetten. Want als het leven je citroenen geeft, maak er dan limonade van.

 

[1]              Whitney Plantation, ‘Slavery in Louisiana’,  Geraadpleegd: http://www.whitneyplantation.com/slavery-in-louisiana.html. 6/6/2016.

[2]              Michel-Rolph Trouillot, Silencing the Past: Power and the Production of History (Boston 1995) 6.

[3]              Michel-Rolph Trouillot, Silencing the Past: Power and the Production of History (Boston 1995) 26.

[4]              Michel-Rolph Trouillot, Silencing the Past: Power and the Production of History (Boston 1995) 19.

[5]             Laura, A Creole Plantation: http://www.lauraplantation.com/general.php?id=51

[6]              Census of 1860 Population, New York Times 04/05/1860, Geraadpleegd: http://www.nytimes.com/1860/04/05/news/census-1860-population-effect-representation-free-slave-states.html?pagewanted=all. 10/6/2016.

[7]              David Brion Davis, ‘Declaring Equality: Sisterhood and Slavery’, in: Kathryn Kish Sklar and James Brewer Stewart ed., Women’s Rights and Transatlantic Anti-slavery in the Era of Emancipation ( Yale 2007) 4.

[8]         Peter Blasic, ‘Hoe IS slavernij en verkrachtig propageert ( en rechtvaardigt),’ HP De Tijd 26/05/2015.

[9]             Bell Hooks, Ain’t I a Woman?: Black women and feminism (New York 1981) 24.

[10]           National Humanities Center, ‘ On Slaveholders’ Sexual Abuse of Slaves. Selection from 19th-20th-century Slave Narratives’, Geraadpleegd: http://nationalhumanitiescenter.org/pds/maai/enslavement/text6/

masterslavesexualabuse.pdf. 10/6/2016.

[11]            Laurel B. Watson et al., ‘African American Women’s Sexual Objectification Experiences: A Qualitatieve Study,’ Psychology of Women Quarterly (2012) 458-475, 459.

[12]            Marci Bounds Littlefield, ‘The Media as a System of Racialization. Exploring Images of African American Women and the New Racism,’ American Behavioral Scientist (2008) 51:5, 675- 685, 676. White supremacy is de opvatting dat witte mensen superior zijn dan mensen met een andere huidskleur. Patriarchy is een samenleving waarin de man de macht heeft en de politieke, morele, economische overmacht bezit.

[13]           Een fantastische imitatie van Sojourner Truth door Kerry Washington. http://www.history.com/topics/holidays/womens-history-month/videos/aint-i-a-woman

[14]            Jamila Baaziz, ‘ Aspha Bijnaar geeft ‘ Rebelse Vrouwen’ stem,’ Caribisch Netwerk. Geraadpleegd op: http://caribischnetwerk.ntr.nl/2013/03/08/aspha-bijnaar-geeft-rebelse-vrouwen-stem/. 16/06/2016.

[15]           Oak Alley Plantation: http://www.oakalleyplantation.com/

[16]       In Noord-Amerika is het naspelen van de burgeroorlog een serieuse aangelengheid en acteurs die een rol opzich nemen in tijdens deze gebeurtenis worden Civil War Reenactors genoemd.

[17]           Slave Narratives from the Federal Writers’ Project, 1936-1938, ‘Born in Slavery’, The Library of Congress. Geraapdpleegd  op: http://memory.loc.gov/ammem/snhtml/snhome.html. 2/6/2016.

[18]            Michel-Rolph Trouillot, Silencing the Past: Power and the Production of History (Boston 1995) 148.

[19]            Michel-Rolph Trouillot, Silencing the Past: Power and the Production of History (Boston 1995) 145.

[20]            Julia Craven, ‘Some Trump Supporters Think Lincoln Was Hastly in Freeing the Slaves,’ The Huffington Post 24/02/2016. Geraadpleegd op: http://www.huffingtonpost.com/entry/donald-trump-voters-slavery-poll_us_56ce0d74e4b041136f193f7f. 13/06/2016.

[21]           Term ontwikkeld door Bell Hooks.

[22]            Ijeoma Oluo, ‘Beyoncé’s Lemonade is about much more than infidelity and Jay Z’, The Guardian. 26/04/2016. Geraadpleegd: http://www.theguardian.com/commentisfree/2016/apr/25/beyonce-lemonade-jay-z-infidelity-emotional-project-depths. 17/06/2016

 

 

 

De folder van Keti Koti Rotterdam 2016

Keti_Koti_Folder_2016a-A5-artikel